Vrijdag 27/11/2020

Opinie

De vergeten kinderen in Noordoost-Syrië

Detentiekamp Al-HolBeeld AFP

Gerrit Loots, Hannan Jamai en Marijke Van Buggenhout, Vrije Universiteit Brussel (VUB), Onderzoeksgroep Voicing Youth at Social Risk (VOICE).

Toen bijna twee maanden geleden 2 miljoen Belgische kinderen een nieuw schooljaar begonnen, bleven 35 boekentassen staan. Het zijn de tassen van de 35 kleuters en jonge schoolkinderen die nog steeds samen met hun moeders zijn opgesloten in de Koerdische detentiekampen in Noordoost-Syrië. Voor hen blijkt het recht op onderwijs niet te gelden. Nu een rechter in beroep besliste dat België toch geen consulaire bijstand dient te verlenen aan deze kinderen en hun moeders wacht hen een derde ijskoude winter om te overleven in gammele tenten in woestijn- en oorlogsgebied.

Nadat oud-buitenlandminister Philippe Goffin (MR) in februari 2020 aan de VN-Veiligheidsraad in New York verklaard had, dat de Belgische regering zo snel mogelijk 42 kinderen zonder hun moeders wilde terughalen uit de kampen, werd het stil. De Covid-19 crisis die volgde maakte mogelijk de kinderen en hun moeders stilzwijgend te laten verdwijnen in Syrische vergeetputten. Door de toename van besmettingen in Noordoost-Syrië raakte onder meer detentiekamp Al-Hol van de buitenwereld afgesloten. Dat leidde tot een schrijnend tekort aan voedsel, zuiver water, sanitaire en medische zorg voor 22.000 vrouwen en 41.000 kinderen. De 7.000 buitenlandse kinderen en hun moeders die zijn opgesloten in het internationale detentiecompartiment, zijn er het ergste aan toe. 

Het aantal gerapporteerde overleden kinderen in Al-Hol bedraagt momenteel meer dan 400. Het betreft kinderen uit landen als Portugal, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Turkije, België, China, Marokko, Somalië. Terwijl magistraten de situatie van de kinderen en de moeders als ‘niet-urgent’ beschouwen, ontvangen wij opnieuw foto’s van graatmagere Belgische kinderen die levenloos in de tenten liggen. Opnieuw worden de kinderen geconfronteerd met oorlogsgeweld, bombardementen en beschietingen in de regio. 

Zolang hun nationaliteit niet kan worden bewezen, bestaan deze kinderen niet in de ogen van België. Het niet erkennen van hun bestaansrecht vergoelijkt een wegkijkpolitiek en het niet repatriëren en berechten van burgers creëert uitzichtloosheid, frustraties, groeiende boosheid en ongecontroleerde radicalisering in de kampen. Opstanden tegen de humanitaire wantoestanden in de kampen lokken brutale reacties uit bij de uitgeputte Koerdische soldaten, die op hun beurt meer frustraties, woede en extremistische ideologieën voeden, waaraan de kinderen zonder enige mogelijkheid op onderwijs blijvend worden blootgesteld.

Dat het anders kan bewijzen de vijf vrouwen en tien kinderen die er in de loop van het voorbije jaar in slaagden om via Turkije aan ons land te worden uitgeleverd. De vrouwen zitten hun straffen uit in de gevangenis en hun kinderen, die bij de grootouders wonen, gaan al twee maanden naar verschillende scholen. Elke dag wordt er getelefoneerd, wekelijks zijn er videocalls en geregeld gaan de kinderen op bezoek. Deze contacten scheppen een helende band voor zowel de kinderen als de moeders. Ondanks de pijnlijke vaststelling dat de acht- tot negenjarigen onder hen amper de schoolse vaardigheden hebben van laatstekleuterklassers, doen deze kinderen het goed op school. 

“Lieve, brave jongens”, “vrolijk”, “meewerkend”, “leergierig”, “bezorgd” is hetgeen we van de leerkrachten hoorden tijdens de overlegmomenten na bijna twee maanden onderwijs. Geen tekenen van radicalisering en geen traumatische symptomen. Professionele maar vooral menselijke opvang van deze kinderen door een gemeenschap die hen kansen biedt, doet wonderen. Dit geldt ook voor de moeders. Na jarenlange verwijten en indoctrinatie van IS-getrouwen in de detentiekampen dat terugkeren verraad en zwakte is, dat hun kinderen zullen worden afgepakt en zijzelf levenslang zullen worden mishandeld, vernederd en uitgesloten. Zij besloten toch terug te keren en kregen dan erkenning als moeder. Dit zet aan tot diepgaande bezinning en zelfreflectie. 

Deze zelfreflectie en confrontatie met hoe fout het was, het aanvaarden van de straf, de wil op herstel en vooral het perspectief op een andere toekomst voor deze gemiddeld 28-jarige vrouwen, zijn de kracht die we de voorbije maanden ervoeren in de zorgverlening. De mogelijkheden om de kinderen en moeders die willen terugkeren professioneel op te vangen, zijn aanwezig. Enkel de politieke wil om de 35 kinderen en hun 13 moeders terug te halen ontbreekt. Hopelijk telt de nieuwe regering ministers en beleidsmakers die zich laten leiden door mensen- en kinderrechten en bereid zijn op te komen voor de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat als constructief antwoord op polarisering en extremisme.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234