Maandag 20/09/2021

Column

De veld­leeuweriken hebben het al moeilijk genoeg

null Beeld DM
Beeld DM

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

De voorbije week was het beerweek. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat trokken boerenzonen met grote tractoren beer­karren de heuvels op. In de wijde omtrek rook alles naar gier en ammoniak.

Op zaterdag zat er een meisje naast een van de tienerzonen van boer Huppertz. Je stelt je voor hoe zo’n knaap op vrijdag­avond zegt: ga je morgen mee beren, Anna?, en hoe het meisje kirrend ja antwoordt. Ze leken zich voortreffelijk te amuseren in de cabine van de John Deere. Telkens als ze voorbij­reden, zwaaiden ze naar ons.

Nu zijn de velden en weiden met een vettige, zwarte laag drek bedekt. Wij houden Boef op de weg, anders meurt het hele huis. De komende maanden mag hij sowieso niet al te ver de weiden in, want dan gaat de veld­leeuwerik nesten. Het zijn grond­broeders, ze leggen hun eieren in een holte in het gras. Rinkelend van de pret vliegen deze schatten nu al hoog door het zwerk, vaak zijn ze niet met het blote oog waarneembaar. Pas als het getierelier ophoudt, zie je de mannetjes met hun grappige kuifjes met hoge snelheid ter aarde vallen.

Mensen vragen ons wel eens waarom wij Boef niet laten loslopen – er is geen verkeer en zo’n brave hond komt wel als je roept. We doen dat voor de veld­leeuweriken, die hebben het al moeilijk genoeg. We hebben er jarenlang geen enkele meer gezien, pas sinds een jaar of drie zijn er weer een tiental koppeltjes.

Hadden wij de voorbije weken geluk met de kraanvogel­trek! In het najaar, toen ze naar het zuiden vlogen, zagen wij er hooguit een dozijn. Deze lente liggen wij weer pal onder de route. Duizenden en duizenden vlogen er elke dag noordwaarts, met hun luide, opgehitste roep, in schitterende V- en W-formaties. Wij wonen ook nog eens onder een knooppunt: vermoedelijk om zich als groep te hersorteren of om het gebruik van de thermiek te optimaliseren, gaan ze plots als spreeuwen door elkaar vliegen, in een buitelende bol. Na een paar minuten ontstaat er uit die wonderlijke chaos heel langzaam opnieuw een keurige formatie. Het is fascinerend, echt waar.

Ik word week bij het zien van instincten. Als wij Boef een heel belangrijk bot geven (over die belangrijkheid beslissen wij niet; dat doet hij: het kan er een heel groot zijn, maar evengoed een kleine knook die hij om onduidelijke redenen heel hoog inschat), wil hij die onmiddellijk verstoppen. Hij zeult er miepend het hele huis mee rond, het nu eens achter een zetel of gordijn deponerend, dan weer onder een kussen. Meestal eindigt het in zijn speelgoeddoos, waar hij het zorgvuldig onder zijn oude onderbroeken, kapotte pantoffels en eierdozen verstopt. Wij doen dan alsof wij het niet gezien hebben.

Waar is je bot, Boef? vragen wij onnozel.

Wij vinden dat dat niets meer voor ons is, zei ik. Instincten. Wij denken dat wij daar boven staan. Terwijl wij ook maar apen met gouden ringen zijn. Wat Delphine Lecompte schreef over de zaak-De Pauw: ‘Mensen zijn toch ook maar geile, duistere, grillige wezens die fouten maken. Dan vraag ik me af: wie zijn dan al die moreel onberispelijke personen?’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234