Donderdag 24/10/2019
Marnix Peeters. Beeld Bob Van Mol

Column

De uitdrukking ‘ja, maar’ zou verboden moeten ­worden

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels, zijn vader en zijn vrouw. Zijn nieuwe roman Ik heb aids van Johnny Diamond verscheen bij Pottwal Publishers.

Vorige zaterdag waren wij bij mijn goede vriend Alain op bezoek geweest, die op drie kwartier rijden van het ­bergdorp een finca runt. Hij heeft een olijf­gaard, vijf honden, twee katten, zes paarden en een ezel. Hij draagt een ­ruitjeshemd en een wollen boerenkiel. Zijn dochter Julia was ook van de partij – zij is twintig en zij studeert in Schotland iets met dieren, haar idool is Jane Goodall.

Je wou toch dat je op je twintigste was zoals Julia, zei mijn vrouw, toen wij door de Spaanse nacht terug naar ons huis reden. Eigenzinnig, helder denkend, van geen kleintje vervaard en van niks bang. Ze gaat in Griekenland schildpadden redden en ze deed een jaar vrijwilligers­werk in Ecuador. Ze is op geen enkele manier bezoedeld door de Vlerick-gedachte, de rendementen van malle Paul laten haar koud, ze beseft dat de wereld haar dorp is maar dat ze daar vooral geen misbruik van mag maken en dat dat haar geen enkele macht over anderen geeft, noch het recht om ­inhalig of arrogant te zijn. Ze gaat iets met haar leven doen dat niets te maken heeft met geld verdienen, goed vergaren en je eigen hachje redden.

De meesten van ons worden van kindsbeen af de andere kant opgestuurd, zei ik. Met goede bedoelingen, maar toch. Voor jezelf zorgen, niks prijsgeven, het ver schoppen, rapper zijn dan een ander. Je mag al blij zijn dat je in de loop van je leven gaat ­beseffen dat het over heel ándere ­dingen gaat, en dat je er vervolgens in slaagt om al die eerste­wereld­ballast van je af te werpen. Intussen heb je wel járen verloren met het najagen van een hoop doelen waar je geen fluit aan hebt, intussen troost puttend en afleiding halend uit dingen waar je aan het eind van de rit alleen maar van kunt denken: wat heb ik eraan gehad?

Misschien is ‘verloren’ een verkeerd woord, zei mijn vrouw. Je leert er immers van. En misschien kan het geen kwaad, of is het zelfs goed om eerst een eind de verharde weg te volgen, dan weet je tenminste hoe het daar aan ­toegaat en ben je zekerder van je stuk als je dan je eigen pad kiest.

Hoe dan ook, zei ik, Julia en haar ouders zijn een levend pleidooi voor durf, een schitterende aansporing om nieuwsgierig te zijn en nooit te denken: ja maar, mijn pensioen. De uitdrukking ‘ja, maar’ zou verboden moeten ­worden. Ze wordt altijd gevolgd door iets kleinschaligs, iets ongelukkigs. Het geknarsetand dat uit de graven opstijgt is oorverdovend. Tranen van wroeging en spijt huilen de doden, om alle keren dat zij ‘ja, maar’ hebben gezucht, of ‘ge kunt toch moeilijk’. Dat is nog zo’n ­uitdrukking van de duivel. Ge kunt alles. Alles is interessant, meeslepend en verrijkend en niets is moeilijk. Alles ligt binnen handbereik en is eenvoudig verkrijgbaar door er luidop ‘ja’ tegen te zeggen. Zonder ‘maar ik moet mijn huis nog afbetalen’.

Uw huis is niet interessant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234