Zondag 25/08/2019

Kernkabinet

De traditionele politicus wordt irrelevanter met de dag

Het klassieke politieke model dekt de lading al lang niet meer, stelt Rogier De Langhe. Iedereen weet dat, maar waar zijn de alternatieven? Burgerplatforms wijzen ons de weg uit onze dogmatische slaap.

Burgerplatform ‘Barcelona en Comú’ is een mooi voorbeeld van een moderne politieke beweging. Kopstuk Ada Colau is inmiddels alweer bijna twee jaar burgemeester van de stad. Beeld BELGAIMAGE

Het scheelde niet veel of een 25-jarige student die zich ‘Gandalf van de Balkan’ laat noemen, werd vorige week president van Servië. Een zoveelste illustratie dat klassieke politici de pedalen kwijt zijn. Op de partijhoofdkwartieren is te horen dat het beleid beter moet worden uitgelegd, dat de mensen in bubbels zitten en dat jongeren niet meer geëngageerd zijn. De kiezers van vandaag zijn echter de best opgeleide sinds het ontstaan van de democratie, bubbels ontstaan niet vanzelf en jongeren zijn geëngageerder dan ooit, alleen niet meer binnen het klassieke verenigingsleven met haar politieke kleuren en exclusieve engagementen.

Rogier De Langhe maakt deel uit van ons 'kernkabinet', een groep van vier jonge denkers die beurtelings een essay schrijven voor 'Zeno'. Beeld Wouter Van Vooren

Alle excuses zijn goed om te verklaren waarom vreemde partijen en kandidaten plots opgang maken terwijl ze zelf leden blijven verliezen.

Toegegeven, kiezers zijn murw geslagen door een decennium van opeenvolgende crisissen. Toch zit het deze keer dieper. Niet alleen falen onze systemen, bovendien lijken burgers stilaan het vertrouwen te verliezen dat de bestaande structuren die systemen ooit nog zullen kunnen herstellen. We liggen met z’n allen wakker van een verkankerd financieel systeem, klimaatopwarming, vluchtelingenstromen en geopolitieke instabiliteit. Wat we krijgen, zijn politici die er zelfs niet in slagen om de ecocheque af te schaffen.

Toch hoeft de onmacht van beroepspolitici niet onze onmacht te zijn. Dit is niet het einde van de politiek. Macht is van alle tijden, het enige dat verandert is hoe ze tot stand komt en waarvoor ze dient. Ze is niet verdampt, maar verschoven. Wie begrijpt waar naartoe, kan haar grijpen.

Tot op de draad versleten

Vandaag doen we alsof de maatschappij wordt geregisseerd als een machine waarin alles wat erin gebeurt, wordt bepaald door een logisch systeem van regels die als axioma’s voortbouwen op elkaar, met als ultiem fundament de grondwet. De verlichtingsfilosofen keken neer op spontane, organisch evoluerende regels. Op basis van hun vertrouwen in rede en vooruitgang geloofden ze dat die impliciete regels uiteindelijk niet belangrijk waren.

Ze droomden ervan die informele regels door formele regels te vervangen, net zoals ook andere processen in die tijd succesvol werden gemechaniseerd. Binnen dat perspectief heeft enkel diegene macht die de formele regels van de maatschappij kan veranderen, terwijl de rest passief ondergaat. Inspraak verloopt al even geformaliseerd, via verkiezingen.

Als de maatschappij idealiter een perfecte machine is, wordt politiek gereduceerd tot de discussie over het bouwplan voor die machine. Binnen dat model zijn politici verkopers van zulke bouwplannen. Ze moeten zeggen ‘wat ze gaan doen’. Alsof ze perfect weten hoe de maatschappij in elkaar zit, exact weten wat de gevolgen zijn van alle verschillende beleidskeuzes en alsof ze met zekerheid de uitkomst van elke keuze kunnen voorspellen.

Deze fictie was niet eens zo vergezocht in een simpele wereld met een grotendeels ongeschoolde bevolking en een maatschappij die evolueert met de snelheid van een paard. In een maatschappij vol hooggeschoolden die evolueert met de snelheid van het licht, wordt de discrepantie tussen het statische maatschappijmodel van de verlichting en de steeds vloeibaarder wordende maatschappij te groot. Het zijn zulke discrepanties die tot het soort systemische identiteitscrisis leidt dat de westerse politiek vandaag te beurt valt. Het oude, modernistische machtsmodel is tot op de draad versleten.

Het klopt dat politici de macht hebben om de formele spelregels van onze maatschappij te wijzigen. Maar onder dat dunne laagje van formele regels die zij controleren, ligt een nog veel groter netwerk van informele regels. Als er iets is wat het laatste jaren sterk toegenomen inzicht in sociale netwerken ons leert, dan is het wel dat formele regels slechts het topje van de ijsberg zijn waarzonder die formele regels zelfs niet zouden kunnen bestaan. In een steeds sneller draaiende maatschappij, worden die beweeglijke informele regels bovendien steeds belangrijker. Beroepspolitici, wier macht zich beperkt tot de formele regels, worden dat steeds minder.

Politici, kiezers en journalisten beseffen eigenlijk wel dat het klassieke model de lading niet meer dekt. Verkiezingscampagnes hebben nog even weinig te maken met macht als stierengevechten met de jacht. Toch blijven ze elkaar bij gebrek aan alternatief in het klassieke verwachtingspatroon duwen. Wie het nieuws een beetje volgt, krijgt tot op vandaag de indruk dat je moet worden verkozen tijdens verkiezingen om macht te hebben en dat politiek gelijkstaat met parlementsleden die onder elkaar discussiëren over begrotingen, pensioenleeftijden en aftrekposten.

Een oplossing voor die crisis is maar mogelijk voor wie aanvaardt dat macht en politiek breder zijn dan wat we er volgens dat oude, modernistische model vandaag onder verstaan. Om uit de crisis te raken, zal het deze keer niet volstaan om een nieuwe partij op te richten. We moeten op zoek naar andere manieren om aan politiek te doen. Een politiek waarin niet evenwicht maar verandering de norm is, en de zelforganiserende kracht van informele regels niet wordt onderdrukt maar gevoed. Hoe zou dat er kunnen uitzien?

Invloed op gedrag van anderen

Laten we, zoals het een echte identiteitscrisis betaamt, eerst terugkeren naar de essentie. Wat is macht eigenlijk? Eender wie een handeling stelt die het handelen van anderen beïnvloedt, heeft macht. Al wie die macht uitoefent, doet aan politiek. Eender welke handeling kan dus politiek zijn, van het doorknippen van lintjes tot het bakken van een ei, zolang ze maar het handelen van anderen beïnvloedt. Mochten individuen elkaars gedrag niet kunnen beïnvloeden, zouden groepen niets meer zijn dan de optelsom van individuen die elk hun eigen weg gaan en alleen bij toeval samen iets bereiken.

Macht betekent dus coördinatie. Coördinatie stelt groepen in staat om samen te werken en zo meer te worden dan de som van de delen. Ze wordt weerspiegeld in de patronen en structuren die onze maatschappij tot een min of meer geordend geheel maken. De voortgang van de menselijke beschaving wordt vaak beschreven als de ontdekking van steeds betere manieren om die coördinatie te organiseren, zoals de uitvinding van het schrift, geld, de dubbele boekhouding, het buskruit, de­­ drukpers, de stoommachine, en het internet. Zulke uitvindingen laten toe om hechtere, grotere en evenwichtigere samenlevingsverbanden te organiseren.

Hoe zouden we vandaag politiek organiseren mochten partijen, parlementen en regeringen nog niet bestaan? In een snelle, vloeibare wereld kan politiek geen zaak blijven van starre, formele regels. Om de vloeibaarheid het hoofd te bieden moeten we de zelforganiserende kracht van informele regels leren beheersen. Platforms leren ons hoe dat kan. Al jaren volg ik de ontwikkelingen rond peer-to-peernetwerken, commons en andere (internet-)platforms. Ik ben erdoor geboeid omdat ze een nieuwe manier tonen waarop mensen invloed kunnen hebben op het gedrag van anderen, waardoor ze zich op nieuwe manieren kunnen organiseren om samen dingen te doen. Ze tonen hoe politiek er kan uitzien in een vloeibare wereld.

In dit nieuwe model is de maatschappij een evoluerend netwerk dat zijn eigen bouwplan creëert naargelang het evolueert, waarbij het onderscheid tussen burger en politicus vervaagt en participatie de norm wordt in plaats van de uitzondering.

Die zelforganiserende krachten zijn nieuwe machtsbastions. Ze zijn moeilijk herkenbaar van binnen het oude paradigma, omdat ze niet expliciet streven naar formele macht en niet verenigd hoeven te zijn om te kunnen functioneren. Het zijn de kleine en grotere initiatieven die als paddenstoelen uit de grond schieten rond thema’s zoals duurzame landbouw, hernieuwbare energie, korteketenlogistiek, nieuwe media, sociale controle en transport.

Nieuw middenveld

Het lijkt wel alsof er zich de laatste jaren een nieuw middenveld aan het vormen is. Al is de term ‘midden’-veld misschien wat ongelukkig, omdat het zich niet in het midden van een verticale as bevindt tussen burger en politiek, maar eerder eronder als een platform dat burgers de middelen geeft om zelf aan politiek te doen. Iedereen die erin slaagt om mensen te organiseren om samen dingen te doen, heeft macht. En de digitalisering maakt het steeds makkelijker om die te grijpen.

Toegegeven, deze experimenten hebben een hoog geitenwollensokkengehalte en hun publiek beperkt zich vooralsnog vooral tot de blanke, hoger opgeleide middenklasse. Toch is hun belang groter dan het lijkt. Nu al heeft hun werking invloed op cruciale strategische sectoren in de maatschappij zoals voedsel, energie, transport, media, veiligheid, onderwijs, huisvesting en mobiliteit. Bovendien geeft hun structuur en methode hen het potentieel tot exponentiële groei. Ze slagen erin zeer snel te experimenteren en te leren, aan slagkracht te winnen en zo meer mensen te betrekken, zodat nog sneller kan worden bijgeleerd.

Kortom, de discrepantie tussen ons statisch politiek model en de steeds vloeibaarder wordende wereld zorgt voor een politieke identiteitscrisis in het Westen. Als alternatief voor het verticale partijmodel dat daarop vastloopt, ontstaat een horizontaal platformmodel. De logica van beide machtsmodellen verschilt sterk. Partijen moeten het hebben van formele interacties, loyaliteit, discretie, arbeidsverdeling, specialisatie, exclusiviteit en concurrentie. Platforms worden omgekeerd gekenmerkt door informele interacties, openheid, gedeelde kennis en transparantie.

Het contrast tussen dit nieuwe machtsmodel en het oude laat zich vatten in vijf punten.

1) De maatschappij is niet statisch, maar vloeibaar. Ze is voortdurend in beweging. Het heeft dan ook geen zin om een bouwplan voor te stellen, want tegen de tijd dat je het uitvoert is het alweer achterhaald. Er bestaat niet zoiets als ‘de ideale maatschappij’. Elke maatschappij is een voortdurend experiment.

2) De stad is geen machine, maar een laboratorium. Het stadsniveau is het niveau waarop grote politieke ideologieën concrete problemen worden. Als de maatschappij een voortdurend experiment is, dan zijn onze steden de laboratoria. Mensen stemmen dagelijks met hun gedrag, in plaats van elke zes jaar met een bolletje. Participatie is de norm in plaats van de uitzondering. Als samenleving kunnen we samen op zoek naar het ontdekken van de nieuwe mogelijkheden tot samenleven die de platformlogica ons biedt.

3) Het doel is geen bouwplan, maar een methode. Als we aanvaarden dat elke maatschappij een voortdurend experiment is, dan kan van politici niet langer worden verwacht dat ze de resultaten op voorhand kunnen voorspellen. Ze vertellen niet hoe de maatschappij in elkaar zit, maar hoe ze haar elke dag opnieuw willen leren kennen. Voorstellen zijn geen beloftes, maar hypotheses.

Zo is het bijvoorbeeld belangrijker dat een maatregel makkelijk kan worden aangepast als die niet werkt, dan welke maatregel precies wordt genomen. Het belangrijkste is duidelijkheid over welk resultaat wordt verwacht, wat er gebeurt wanneer dat niet gebeurt en hoe we daaruit zullen leren om te komen tot betere hypothesen. Zelfs veel radicalere ingrepen dan bijvoorbeeld het invoeren van het circulatieplan in Gent zouden zo toch breder gedragen kunnen zijn, zolang duidelijk is dat het een experiment is met als bedoeling te leren in plaats van een bouwplan met als doel te bekeren.

4) De politicus is geen architect, maar een ontdekkingsreiziger. De politicus neemt het voortouw in die ontdekkingstocht. Niet door te zeggen wat we zullen vinden, maar door voorstellen te doen over hoe we zouden kunnen zoeken.

5) Politieke organisatie gebeurt niet in een partij, maar op een platform. Vooralsnog zijn burgerinitiatieven immers nog teveel het exclusieve privilege van mondigere burgers. Platforms die experimenten verenigen en ondersteunen, zijn nodig om de drempel te verlagen en het fenomeen inclusiever te maken.

Openheid

Dergelijke platforms beginnen hier en daar al te ontstaan, vaak met groot succes: Flatpack Democracy in Engeland, Alternativet in Denemarken, ‘Barcelona en Comú’... Daar waar partijen zich verenigen rond loyaliteit aan een bouwplan dat bestaat uit een lijst van oplossingen, verenigt een platform mensen rond concrete problemen. Iedereen die wil bijdragen aan een oplossing voor dat probleem is welkom, ongeacht hun verschillende intrinsieke motivaties. Deze openheid zorgt ervoor dat beslissingen worden genomen door wie die daar het meest geschikt voor is, in plaats van diegenen met de juiste lidkaart. De politiek van de toekomst is een platform dat mensen betrekt, in plaats van een partij die mensen bestuurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden