Woensdag 21/08/2019

Opinie

"De toekomst zit in het onderwijs, maar kijkt het onderwijs naar de toekomst?"

Lezers over het Onderwijsrapport van De Morgen.

Beeld Tim Dirven

De kalotentruuk van het KA Etterbeek

Mijn oudste zoon is verleden jaar afgestudeerd aan het Nederlandstalige Koninklijk Atheneum van Etterbeek, mijn tweeling zit momenteel in het 5de jaar wetenschappen-wiskunde. Het relaas over het schitterend pedagogisch project in het artikel klopt, het is effectief enthousiasmerend en motiverend voor de er school lopende jeugd (en hun ouders). Maar die jeugd vergeet soms in welk geprivilegieerd milieu ze opgroeien.

Er is immers een enorm, latent aanwezig, element dat (groten)deels de hoge slaagpercentages van de leerlingen van het KAE in het hoger onderwijs verklaart, met name de financiële selectieprocedure die over de 6 jaar – en het eraan gelinkt Mattheuseffect – wordt doorgevoerd.

Het is mij nooit duidelijk geweest wat de effectieve pedagogische meerwaarde was van het ieder jaar organiseren van een (door de leerling verplicht te volgen) week ‘Geïntegreerde Werkperiode’ (GWP) – vanaf het tweede jaar in het buitenland – en die vanaf het derde jaar jaarlijks zo’n 500-600 euro per leerling kost (soms oplopend tot 800-900 euro). Dit gaat van een week Parijs/Amsterdam in het tweede jaar, naar Londen in het 3de, survival in de Ardèche of Pyreneeën in het vierde tot Griekenland, Italië, Finland, Tenerife, Berlijn, Barcelona … in functie van de studierichting in de laatste twee jaren.

Dat leerlingen zo’n extra week paasvakantie – altijd georganiseerd tijdens de week voor de paasvakantie – schitterend vinden, staat buiten kijf. Dat de kostprijs hiervan in verhouding staat tot de aangehaalde geestelijke verrijking van de scholier, kan in vraag worden gesteld.

In de feiten komt dit voor mij neer op een ‘kalotentruuk’, toegepast door het Gemeenschapsonderwijs, waar door een systematische financiële selectie vanaf het eerste middelbaar, op het einde van de reis enkel nog de groep voldoende kapitaalkrachtige leerlingen overblijft, vaak ook intensief begeleid door hoogopgeleide ouders, die dan een uitgezuiverde noemer vormen waarmee GO! Brussel kan uitpakken om te zeggen dat 75% van de KAE-alumni slaagt in zijn eerste jaar hoger onderwijs. Met andere woorden: wat de kaloten kunnen, doen wij even goed en beter.

Dit doet me persoonlijk pijn, omdat mijn beide ouders dankzij de effectieve democratiseringsgolf van de jaren ’60, gestimuleerd en in de praktijk gebracht door het toenmalig Rijksonderwijs – u weet wel, door het katholiek onderwijs als kwalitatief minderwaardig bestempeld - wel degelijk de sociale ladder hebben kunnen bestijgen door toegang te krijgen tot universitair onderwijs. In het KAE daarentegen speelt het Mattheuseffect ten volle: de kinderen van beter begoeden krijgen toegang tot het betere onderwijs en worden door de financieel-culturele backup van die ouders in staat gesteld eventuele tekorten tijdens de opleiding op te vangen.

Op dat vlak is het voorbeeld van de in het artikel aangehaalde Russisch-Letse Katharina die via Duitsland en Italië in België beland is een mooi typerend voorbeeld van het ‘kansarm’ profiel van ‘buitenlandse’ KAE-leerlingen.

Joeri Guillaume, Brussel

De beste school? Of ‘soort zoekt soort’?

De Morgen bracht een cijferrapport van het secundair onderwijs. Op basis hiervan zouden ouders kunnen zien of de leerlingen van een bepaalde school het later goed doen aan de hogeschool of de universiteit.

De VCOV, de Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen, plaatst vraagtekens bij deze aanpak. Scholen met een overwegend kansrijk publiek scoren o.a. beter nét omdat ze een kansrijke leerlingenbevolking hebben. De onderwijskwaliteit op zich mag in een school met veel kansarme leerlingen ‘top’ zijn, toch stromen er nog altijd minder kansarme leerlingen door naar het hoger onderwijs.

Doorlichtingsverslagen van de onderwijsinspectie tonen aan dat er inderdaad verschillen zijn in de manier waarop scholen de vooropgestelde doelstellingen realiseren. Het pedagogisch project, de schoolcultuur en het imago spelen voor ouders een belangrijke rol in de schoolkeuze van hun kind. Dit belet niet dat men gegevens in een juiste context moet interpreteren. Er spelen dus nog andere factoren die een school succesrijker maken dan onderwijskwaliteit alleen.

Theo Kuppens, coördinerend directeur VCOV

De toekomst is belangrijk, bereid jongeren daarop voor

Onze samenleving kent veel uitdagingen en vaak ligt de oplossing in het onderwijs. Maar bereidt het onderwijs haar jongeren voor op de toekomst en haar uitdagingen, vroeg ik me af na het onderwijsrapport van De Morgen?

Ik voel een grote druk op mijn generatie. Voor vele maatschappelijke problemen kijkt de samenleving naar het onderwijs en haar jongeren. Populisme, religieus extremisme… geen wereldprobleem is te groot of het onderwijs moet het aanpakken. Ik weet niet of ik klaar ben na het secundair voor de toekomst. De toekomst zit in het onderwijs, maar het onderwijs kijkt niet (genoeg) naar de toekomst.

Ruim een jaar geleden lieten 17.000 jonge stemmen hun mening horen over wat elke leerling zou moeten leren op school, de zogenaamde eindtermen. Het scholierenrapport van de Vlaamse scholierenkoepel klonk als een roep naar een onderwijs van de toekomst. Wat betekent: meer dialoog tussen levensbeschouwingen en culturen, meer inzicht in politiek en samenleving. Aan het einde van het middelbaar zullen veel scholieren de stelling van Pythagoras kunnen berekenen, maar weten ze niet hoe een belastingbrief werkt. Kortom, bereid ons voor om op eigen benen te staan.

Het onderwijs legt een grote klemtoon op het doorstromen van jongeren naar het beroepsleven. Dit is een essentiële doelstelling en bovendien niet zo verkeerd. Maar het onderwijs zou meer de klemtoon kunnen leggen op de opleiding van jongeren tot volwaardige burgers van onze samenleving, het één vult het ander aan.

In de politieke wandelgangen leeft het onderwerp, met het verschil dat men het burgerschap noemt. Een volwaardige burger is iemand die tijd en energie investeert in de samenleving en activiteiten. Op school zou er dus aandacht moeten gevestigd worden op: financiele geletterdheid, participatie, dialoog…

Het onderwijs voldoet vaak algemeen gesproken aan de maatschappelijke eisen van decennia geleden, maar schiet te kort tegenover de eisen die onze huidige samenleving stelt. Dit merk je aan hoe het onderwijs omgaat (of juist niet) met maatschappelijke uitdagingen.

Of er een aparte vak burgerschap moet komen of niet laat ik in het midden. Het is belangrijker dat de nieuwe eindtermen gewijzigd worden om burgerschap mee op te nemen. Nu kan je bepaalde attitudes zoals participatie en dialoog niet leren uit een boek, die beleef je. Zorg op vlak van participatie voor een leerlingenraad die werkelijk haar agenda mag doorvoeren. Voor interculturele en religieuze dialoog zet je best de verschillende levensbeschouwingen eens samen, zodat de scholieren een andere visie horen.

Dagelijks zie ik hoeveel potentieel er is bij scholieren, leerkrachten etc. De kunst is dit potentieel te benutten om het onderwijs van de toekomst voor de toekomst te maken.

Ergys Brocaj, 18 jaar, student Humane Wetenschappen in Gent

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden