Woensdag 26/01/2022

De Syriërs hebben een veerkracht die wij niet kennen

Saleh woont met zijn tien kinderen in een caravan. Sinds kort heeft hij twee kanaries, en lijkt de caravan een beetje op thuis. Beeld Thijs Heslenfeld
Saleh woont met zijn tien kinderen in een caravan. Sinds kort heeft hij twee kanaries, en lijkt de caravan een beetje op thuis.Beeld Thijs Heslenfeld

Rinke Verkerk is freelancejournalist. Thijs Heslenfeld is fotograaf.

Rinke Verkerk en Thijs Heslenfeld

In augustus 2013 vlogen we naar Jordanië om over de Syrische vluchtelingen daar te berichten voor onder meer de Volkskrant en Vrij Nederland. We dachten: we gaan helpen. Als we over deze mensen vertellen, zullen ze misschien beter gevoed, gekleed en gehuisvest worden.

De eerste dag dat we met een rugzak vol mededogen het reusachtige grote kamp Al Za'atari instapten, vlogen de stenen ons om de oren. Opgeschoten jochies van hooguit tien jaar stonden ons met handenvol op te wachten. Potverdorie, dachten we. Wat zullen die gasten het zwaar hebben. Wat zal de oorlog een schade hebben aangericht. En dat was ook zo. Het ging met de jongens in kamp Za'atari niet goed. Ze hadden trauma's en verkeerden - zeker in verhouding tot hun leven in het ontwikkelde Syrië - in beroerde omstandigheden. Maar dat was niet de enige reden dat ze stenen naar ons gooiden.

Die stenen waren niet alleen een uiting van machteloosheid. Maar ook van strijdlust. En onder die strijdlust zat een besef van waardigheid. En kracht. Dat zijn we in de loop der tijd steeds sterker zo gaan ervaren. We kwamen om te helpen. Maar toen we weggingen, voelde het alsof we van alles hadden gekrégen.

Rinke Verkerk. Beeld rv
Rinke Verkerk.Beeld rv
Thijs Heslenfeld. Beeld rv
Thijs Heslenfeld.Beeld rv

De Syriërs in Jordanië draaiden de rollen om. Achter de stenen ontdekten we een winkelstraat. Syriërs bleken buiten de VN om en geheel tegen de zin van de Jordaanse autoriteiten een complete economie te hebben opgezet. De tenten waarin ze aanvankelijk woonden, maakten plaats voor caravans met airconditioning, schone vloeren, zelfgebouwde toiletten en keukens. Er kwamen restaurants, koffiehuisjes, wasserijen en bakkers. Er ontstond een levendige handel in onroerend goed; A1-locaties leveren het meeste op.

We kregen maaltijden voorgezet die we niet op konden. Schalen vol vlees, geroosterde groenten, rijst met noten, fruit en salades in restaurantjes en thuis, bij mensen die hun zaakjes goed voor elkaar hadden. Mensen die geen cent hadden, regelden thee en koekjes voor ons, altijd. We hebben bij ze geslapen, gedoucht en gegeten. En naar hun verhalen geluisterd.

Zoals het verhaal van Rofran uit Aleppo, 10 jaar, die haar brandwonden uit de oorlog heeft geaccepteerd en trots een lange, gele jurk van zijde draagt. Met haar armen bloot.

Biologieleraar Saleh, 48 jaar. Specialisme: gentechnologie. Tien kinderen. Ze wonen met zijn allen in een caravan. Met zijn passie voor de natuur kon hij heel lang helemaal niks. Maar nu heeft hij twee kanaries in een kooitje (!) bemachtigd en begint de caravan alweer een beetje op een thuis te lijken.

Of ingenieur Mohammed Hariri. Hij loopt met een stok, door een verbrijzelde heup. En zet zich dag en nacht in voor een methode om de enorme stroom afvalwater in het kamp te beheersen. Door dit systeem zie je nu her en der groene plekjes in de woestijn ontstaan. Moestuinen met tomaten, komkommer en peterselie - een mooi symbool voor hoop en vertrouwen in de toekomst. Hariri ziet het al helemaal voor zich: als de vluchtelingen over tien of twintig jaar weg zijn, laten ze hier een bos achter.

De Syriërs hebben ons een veerkracht laten zien die we hier, in onze gepamperde samenleving, niet kennen. Zij lieten ons zien dat zelfs oorlog, een kapotgeschoten huis, brandwonden of de dood je waardigheid niet kunnen afnemen. Ze lieten ons zien dat ze op eigen benen kunnen staan, en wíllen staan. Ze lieten ons zien wat zelfvertrouwen is. En boven alles lieten ze ons waardigheid zien.

De afgelopen weken hebben we met gemengde gevoelens gekeken naar de gebeurtenissen in Europa. Bij de beelden van applaudisserende mensen (met ballonnen) op het station van Frankfurt bekroop ons een ongemakkelijk gevoel. Bij het zoveelste bericht over dekens inzamelen, merkten we dat we er wel een beetje klaar mee waren.

Niet omdat de Syriërs geen dekens nodig hebben, helemaal niet. Maar omdat de manier waarop het nu gaat een beetje schuurt. Want de hele gang van zaken benadrukt steeds maar weer de ongelijkwaardigheid en de afhankelijkheid. We hebben het alleen nog maar over zielige, hulpbehoevende mensen. Wat ons betreft worden de Syriërs dáár niet beter van.

Om een beetje tegenwicht te bieden, hebben wij besloten dat we geen dekens gaan brengen. We vliegen deze week naar Jordanië en Libanon om een fotoboek over de vluchtelingen te maken. Geen boek over zielenpoten die onze steun hard nodig hebben. Maar een boek over hoop, liefde en vertrouwen. Een geschenk van de vluchtelingen. Aan ons.

U kunt ons volgen op facebook.com/wegaangeendekensbrengen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234