Maandag 30/01/2023

ColumnJulie Cafmeyer

De sfeer erin houden was een uitdaging toen ik de hand van de Antwerpse schepen van Cultuur schudde

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Journalist Jana Antonissen en theatermaker Julie Cafmeyer vertellen beurtelings over het leven.

Julie Cafmeyer

Ik ben een welopgevoed meisje. Ik leerde dat het ongepast is om over politieke of professionele geschillen te praten op recepties waar prosecco en toastjes worden geserveerd. Waar prosecco en toastjes zijn, word je geacht om de sfeer erin te houden. Glimlach beleefd, schud elkaar de hand. Dat was uitdagend, aangezien ik de hand van de Antwerpse schepen van Cultuur, Nabilla Ait Daoud, schudde.

Ik was op een kunsthappening waar de Antwerpse elite zich had verzameld. Enkele nieuwe kunstwerken van beroemde kunstenaars in prestigieuze galeries werden gevierd. Naast prosecco à volonté was er een dessertenbuffet met frambozentaartjes en een chocoladefontein.

Mevrouw Ait Daoud verwelkomde ons met een speech over hoe fantastisch het was dat er weer een kunsthappening in Antwerpen plaatsvond. Mannen in kostuum en vrouwen in tailleurs klapten. Niemand riep dat er geen reden was om de kunstwereld in Antwerpen te vieren, aangezien jonge kunststudenten na de coronacrisis nog eens op de proef worden gesteld door de besparingen.

Voor de duidelijkheid: ik heb niets tegen chique ­events­ waar mijn glas om de twee minuten enthou­siast wordt bijgeschonken. Ik begeef me graag onder de elite omdat mensen van wie vermoed wordt dat ze geld hebben als goden worden gezien. Heerlijk om je af en toe met rijken te omgeven en gratis en voor niets als een koningin te worden behandeld.

Wat wel problematisch is, is dat we met een schepen van Cultuur opgescheept zitten die jonge kunstenaars adviseert om “te werken voor hun centjes” terwijl ze beroemde kunstenaars met superlatieven beschrijft. Hoe denkt Mevrouw Ait Daoud dat de gevestigde kunstenaars hun succes bereikt hebben? De kunstenaar als genie, de kunst als statussymbool, wat een leegte.

In het essay Artist and Public schrijft de Amerikaanse schrijver Henry Miller: “An artist needs to be helped before he can show his worth. It takes him time to develop.” Is er dan een antwoord op de vraag welke artiest geld krijgt en wie niet? “Yes, there is,” stelt Miller. “It is to have faith, to give, and pray that the results will be good. Give to every artist, good or bad, deserving or undeserving.” Miller gaat ervan uit dat de echte artiest niet opgeeft, verdergaat en dus onvoorwaardelijke steun waard is. Elke artiest heeft recht op geld. Het geld voor de kunst mag niet alleen circuleren in musea en galeries, maar moet naar de huizen van de kunstenaars gebracht worden. Huizen als kunstateliers.

Wat een fantastisch wereldbeeld: geen subsidies meer, geen feedback, geen geslijm bij juryleden. De overtuiging dat een artiest zijn of haar plaats in de wereld verdient zonder constant te moeten opboksen tegen het vooroordeel dat hij of zij een profiteur is. Het idee dat kunstenaars zich kunnen verbinden met elkaar zonder de wedloop van wie wat krijgt. Het vooruitzicht om een happening te organiseren waar niet krampachtig handjes worden geschud met ongeïnspireerde machthebbers.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234