Vrijdag 13/12/2019

Column

De religieuze fanaten en de postkoloniale beoefenaars van de nieuwe studies vinden elkaar

Mark Elchardus Beeld Bob Van Mol

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

De verlichting, lang een haast obscuur onderwerp van proefschriften in de geschiedenis van het denken is plots een hot topic in krant en politiek debat. Zelfs in de strijd voor het gemeentehuis wordt ze ingezet.

Ze ligt me na aan het hart, maar ik heb veel geleerd van de denkers van de tegen-verlichting – Burke, Carlyle, Herder en Spengler. Onder meer dat de verlichting als belofte van universele vooruitgang en emancipatie onzin is. Je plukt de vruchten van de verlichting pas als je vooraf bepaalde dingen aanneemt, bijvoorbeeld dat wetenschap een veel betere bron is van waarheid dan de openbaring en de nota’s van de profeet. Niet alle culturen bevorderen dat inzicht. Dat maakt grenzen relevant, tussen regimes die proberen het licht aan te doen en regimes die proberen het licht uit te doen.

De denkers van de tegen-verlichting hebben me er ook van overtuigd dat er niets natuurlijks of onvermijdelijks is aan het centraal stellen van de verlichtingsdeugden. Integendeel, elke nieuwe generatie moet worden overtuigd. De liefde voor de verlichting moet telkens weer worden bijgebracht.

Bedreigd

De idealen van de verlichting zijn bescheiden. Een samenleving waarin scepticisme, kritiek en tolerantie hun plaats hebben. Waarin mensen bereid zijn een oordeel even uit te stellen, tot ze de argumenten van de tegenpartij hebben aanhoord en enige evidentie hebben verzameld. Een debat waarin aanspraken op waarheid steunen op wetenschappelijke bevindingen, niet op heilige teksten, gevoelens, een krantenkop of een snelle Google.

Die houding wordt bedreigd. De eerste keer dat ik dat voelde, was bij het lezen van het in 1961 verschenen
Histoire de la folie van Michel Foucault. Die auteur toont aan dat elke cultuur grenzen trekt om zichzelf waar te maken. De 18de eeuw en de verlichting deden dat met het verschil tussen rede en waanzin. Zij trokken de grens tussen beide scherper dan voorheen, maakten van waanzin een medische conditie en van de rede een wetenschappelijke discipline. Onrustwekkend wordt het als je tussen de regels Foucaults overtuiging opmerkt, dat op die manier toch iets van waarde verloren gaat. 

Dat romantische gezwets dook in de jaren zestig en zeventig overal op: misschien schuilt in waanzin, in misdaad, in geweld, in transgressie, in 'primitieve' culturen, in de geest van kinderen, in geloof in magie… iets waarachtigs dat we door de rechtlijnige rede van de verlichting uitsluiten en missen. 

De invloed van Foucault en gelijkgezinden leidde bij een aantal academici tot de overtuiging dat alle grenzen weg moeten opdat niets meer zou worden uitgesloten. Dat leek hen grootmoedig. Mettertijd zagen tal van nieuwe studies het licht: culturele studies, feministische studies, genderstudies, transgenderstudies, postkoloniale studies, subaltern studies (onderworpenenstudies), neo-imperialistische studies… Ze willen komaf maken met de grenzen tussen verlicht en niet-verlicht, modern en traditioneel, man en vrouw, dier en mens, leven en dood, wetenschap en openbaring… Vorige week bleek nogmaals dat die studies ook de grens tussen ernstig en lachwekkend wisten af te bouwen. Absurde kolderpapers raken vlot gepubliceerd in hun 'wetenschappelijke' tijdschriften

Dat het verschil tussen kolder en menswetenschap hier en daar vervaagt, verklaart niet waarom mensen zich zorgen maken over de verlichting. Zij zijn bezorgd omdat religieuze idioten zich luidruchtig in hun midden hebben gevestigd. 

In tegenstelling tot de verlichtingsdenkers uit de 18de eeuw durven wij nog ternauwernood zeggen hoe gruwelijk en belachelijk het woord van god wel is, als je het letterlijk neemt. Sodom en Gomorra vernield omdat 'alle mannen van Sodom' twee engelen wilden 'nemen' en daarvan niet wilden afzien, zelfs niet toen Lot in ruil zijn dochters aanbood? Geen fraai verhaal, maar twee steden van de kaart vegen? IS is daarmee vergeleken Bambi. Terreur begint overigens niet met bomgordels en granaten, maar met de opmerking uit een kindermond dat de ongelovige onrein is. Wijzen onze scholen voldoende op het gruwelijke en belachelijke van zo'n uitspraak?

Lijn in het zand

De religieuze fanaten en de postkoloniale beoefenaars van de nieuwe studies vinden elkaar. Zij willen niet dat nog over verlichtingsdeugden wordt gesproken omdat dit mensen uitsluit. De politiek dominante Amerikaanse evangelische christenen voelen zich uitgesloten. Kritiek op de islam wordt weggezet als 'cultureel racisme' of als een ziekte, 'islamofobie'. 

Hoog tijd dus om de verlichtingsdeugden weer aan te prijzen en te verdedigen, respectvol, maar met een duidelijke lijn in het zand: 'in' zijn scepticisme, kritiek en tolerantie, 'out' zijn geopenbaarde waarheden, absolute waarden en geloof in de authenticiteit van onzin (dat laatste zou ook voor universiteiten moeten gelden).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234