Dinsdag 24/11/2020
Vincent Stuer.Beeld DM

OpinieVincent Stuer

De reden waarom Jean-Marie Dedecker nog even blijft zitten als parlementslid, is veelzeggend

Vincent Stuer is schrijver en werkt voor de Renew Europe-fractie in het Europees Parlement. Zijn column verschijnt tweewekelijks, afwisselend met Mark Elchardus.

Waarom Jean-Marie Dedecker de handdoek in de ring gooit als parlementslid, interesseert mij niet bovenmatig. Maar de reden waarom hij nog even blijft zitten, is wel veelzeggend. ‘Enkele Middelkerkse projecten’ moeten nog afgewerkt worden, geeft hij toe, ‘Wie niet in Brussel zit, krijgt dat moeilijker geregeld. We moeten daar niet flauw over doen.’

Als ik een inwoner uit pakweg Jabbeke zou zijn, die voor hem gestemd had (toegegeven: twee dingen die me niet snel zullen overkomen), zou ik daar misschien wel ‘flauw’ over doen. Elke cent die met mijn stem richting Middelkerke gelobbyd wordt, is er immers één die niet naar Jabbeke gaat.

Maar mij stoort het vooral dat vrijwel niemand nog bedenkingen heeft bij de Belgische gewoonte politieke mandaten te cumuleren. Het vormt de kern van onze particratie. Alle partijen, op de socialistische na, doen er kritiekloos aan mee. En de onmacht van ons parlement hangt er onlosmakelijk mee samen.

Betaald afwezig

Onze politieke malaise is geen kwestie van luisterbereidheid, inzicht of gebrek aan ideeën – politici zijn doorgaans verstandige, gewortelde en hard werkende mensen – maar van dynamiek: er is geen ruimte voor het georganiseerd meningsverschil dat de democratie moet zijn, en er is geen kweekschool waar politici voldoende carrure ontwikkelen om die ruimte zelf in te nemen. Ze worden immers actief ontmoedigd van aan politiek te doen in de volle zin van het woord.

En dat laat zich voelen. In twee jaar regeringscrisis is alles geprobeerd – partijvoorzitters of gewezen staatsmannen, expertenpanels of regio’s, technici of bewogen burgers, iedereen werd erbij gehaald... maar dat het parlement een deel van de oplossing zou zijn, dat heeft niemand ooit overwogen. Intussen leidt de coronacrisis tot een heftig debat tussen de Vlaamse en de federale regering, cultuursector en ziekenhuizen, virologen, economen en burgemeesters... maar waarin geen enkel parlementslid echt meetelt. De belangrijkste thema’s van onze tijd en onze parlementen hebben er geen rol in gekregen, noch opgeëist. Eergisteren gaf Jessika Soors (Groen) haar kamerzetel op om woordvoerder van een staatssecretaris te worden – daarmee is ongeveer alles gezegd.

Dat de parlementaire dynamiek niet naar behoren werkt, komt vooral door twee structurele eigenaardigheden: ministeriële kabinetten en cumulerende parlementsleden. Door de eerste worden politieke discussies uit handen van onze volksvertegenwoordigers gehouden, om ze veilig achter de schermen uit te vechten. En dankzij het tweede houden onze volksvertegenwoordigers zich braaf en nuttig bezig zonder de regering lastig te vallen.

Er zijn maar een handvol Europese landen waar nationale en lokale functies gecombineerd worden. Alleen in Frankrijk en België is het de regel, en de vervlaamsing van onze politieke cultuur heeft daarin niet het minste verschil gemaakt. De laatste twintig jaar nam het aantal dubbelmandatarissen nog verder toe. Traditionele partijen proberen er nog wat stabiliteit mee over te houden, door de resterende lokale sterkhouders nationaal in te zetten. Voor nieuwe partijen is het een manier om een machtsstructuur uit te bouwen. In beide gevallen zijn ze onaantastbaar zolang ze in ‘Middelkerke’ de baas zijn, en ze worden door Brussel betaald om dat te blijven. Ze zitten in een zetel.

Macht delen

Deze federale regering geeft opnieuw een aanzet tot democratische vernieuwing, en heeft er zelfs een minister voor. De eerste tekenen zijn echter – we moeten daar niet flauw over doen – allesbehalve overtuigend. De kabinetten zijn groter dan ooit en in het regeerakkoord is het stuk politieke vernieuwing verengd tot ‘de hand te reiken naar nieuwe participatievormen en burgerinitiatieven’. Ik ben niet tegen, maar het blijven randfenomenen als zelfs die 150 verkozen burgers in de Kamer zich vlotjes laten negeren. Ze zijn pas relevant als aanvulling op een doorleefde parlementaire democratie. Zolang niks structureel verandert, is al die zogezegde inspraak een schijnbeweging.

Partijen moeten niet wachten op wetgeving. Zeker de mijne niet. Ik heb de gretigheid waarmee de jongere generatie Open Vld’ers cumuleert altijd beschamend gevonden. Het heeft iets van de smeekbede van Sint Augustinus: ‘Heer, maak me zuiver... maar nog niet nu’. Liberalen moeten macht opdelen en verdelen, zoveel mogelijk mensen bij de democratie betrekken, de politieke gezapigheid constant aanvechten. Cumul staat daar allemaal haaks op.

Bij het volgende congres dien ik een amendement in dat cumul verbiedt. Ik verwacht massale steun – met één pennentrek verdubbelt ons aantal mandatarissen, wie kan daar tegen zijn? – met maar 28 tegenstemmen: 12 uit de kamer en 16 uit het Vlaams parlement. Ook daar moeten we niet flauw over doen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234