Dinsdag 23/04/2019

Opinie

De propaganda van Erdogan werkte. Voorlopig nog

Dirk Rochtus Beeld Johan Cappelle

Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan de KU Leuven/Campus Antwerpen. Hij publiceerde ‘Turkije. De terugkeer van de sultan’.

Zijn macht was niet onmiddellijk in gevaar en toch is de Turkse president nog nooit zo nerveus geweest als voor de gemeenteraadsverkiezingen van 31 maart. Onvermoeibaar toerde Recep Tayyip Erdogan het land rond en hield de ene speech na de andere. Uiteraard sprak hij niet over de achilleshiel van zijn beleid: de economische crisis die de Turken hard treft.

Twee grote blokken stonden tegenover elkaar: enerzijds de AKP die sinds ze haar parlementaire meerderheid is kwijtgespeeld, is aangewezen op de ultranationalistische MHP van Devlet Bahçeli, anderzijds de seculiere CHP die een bondgenootschap is aangegaan met de Iyi-partij, letterlijk de ‘Goede Partij’ van een MHP-dissidente. De pro-Koerdische HDP staat er alleen voor, maar haar voorzitter riep vanuit de gevangenis haar kiezers op om in de grote steden in West-Turkije strategisch voor de andere oppositiepartijen te stemmen. Geen gemakkelijke boodschap, maar alles was goed om het heersende systeem te verzwakken. In Zuidoost-Turkije, het overwegend door Koerden bewoonde gedeelte van het land, is de HDP erin geslaagd een groot deel van de gemeenten te ‘heroveren’. Sinds de HDP-burgemeesters er in 2016 werden afgezet, zwaaiden AKP-mandatarissen er plaatsvervangend de plak.

Erdogan zit dicht bij de 53 procent die zijn alliantie van AKP en MHP bij de parlementsverkiezingen van 24 juni 2018 had behaald. Hij moet dus niet vrezen dat de MHP een zinkend schip zou verlaten. Pijnlijk is het verlies van de grootsteden Istanbul en Ankara aan de CHP. Erdogan had altijd gezegd dat wie Istanbul heeft, Turkije heeft. In Turkije dient zich de machtswissel aan de top eerst sluipend aan via het lokale niveau. Vijfentwintig jaar geleden was Erdogan zelf tot burgemeester van Istanbul verkozen. Dat luidde het begin van zijn zegemars in die zijn partij in november 2002 de absolute meerderheid zou opleveren. Het behoud van de grote steden is niet alleen van grote symbolische, maar ook van ‘materiële’ betekenis. Wie er heerst, kan de achterban bedienen of winsten opstrijken, bijvoorbeeld door vergunningen voor grote bouwprojecten te verlenen.

Erdogan had van de verkiezingen een zaak van het ‘overleven van de natie’ gemaakt. Met een goed draaiend propaganda-apparaat speelde hij in op de religieuze en nationale gevoelens van de Turken. Ondanks protest van de Nieuw-Zeelandse regering toonde hij filmbeelden over de terreuraanslag op de moskeeën in Christchurch. Ook beloofde hij de Hagia Sophia in Istanbul van een museum weer in een moskee te veranderen. Zelfs als hij die belofte niet kan waarmaken, heeft hij wel de geest uit de fles laten ontsnappen. De fundamentalisten in Turkije zullen hem er steeds aan herinneren.

Gewezen parlementsvoorzitter Hüsamettin Cindoruk stelde dat deze verkiezingen “de wraak van de parlementaire democratie voor het presidentiële systeem” zijn. Aangezien de president er na het referendum van april 2017 het systeem kon doordrukken dat hem de almacht in de schoot wierp, is elke verkiezing, ook de lokale, een graadmeter van zijn populariteit. Het ging hier dus niet zozeer om het overleven van de natie, maar om dat van hem als president. Elke twijfel aan zijn macht, elk stembusresultaat dat zijn zwakte blootlegt of naar de toekomst toe signaleert, moet hij daarom onverbiddelijk bestrijden. Daarom dreigde hij tijdens de kiescampagne met gevangenisstraffen wegens ‘terrorisme’ of de intrekking van materiële voordelen voor respectievelijk kandidaten van de oppositie en steden die hen in het zadel zouden helpen.

Erdogan groeide ooit uit tot een succesvol politicus omdat hij naar het volk luisterde. Dat doet hij allang niet meer sinds de macht hem naar het hoofd is gestegen. Toch verraste hij zondagavond met de uitspraak dat het verlies van grote steden zoals Ankara en Izmir “nu eenmaal tot de democratie behoort”. Lang zal dat moment van zelfkritiek niet duren, want het bijkomende verlies van Istanbul is een stomp in zijn maag. Nu zal hij weer uithalen naar de vermaledijde oppositie, want ondanks alle druk en intimidatie heeft deze toch weer de helft van de kiezers weten te bekoren. 

Verbazing blijft het ook wekken dat de AKP ondanks de economische malaise nog altijd stand houdt. Dat ze in de helft van de 81 Turkse provincies de meerderheid behaalt, signaleert dat Turkije politiek gezien een tweestromenland is geworden: Centraal-Anatolië voor de AKP-MHP, de grote steden, de westkust en Zuid-Oost-Anatolië voor de oppositiepartijen. Erdogan heeft een trouwe aanhang: meer dan economisch belang bepaalt identiteit het kiesgedrag. De propaganda werkte. Voorlopig nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.