Zaterdag 08/05/2021
Mark Coenen. Beeld DM
Mark Coenen.Beeld DM

ColumnDe gebeten hond

De post bracht het verzenboek van de markies van Rekkem. Ik zat de hele dag galmend op de zetel

Mark Coenen gaat op wandel met de week.

We zijn 364 dagen per jaar bezig met rellen en bagatellen en koppen snellen, maar één dag in januari werpen we onze schamperende alledaagsheid van ons af en vieren we de wapenstilstand van de weemoed via rijmwoorden: poëziedag.

Het was ook deze keer weer een fraai doekje voor het bloeden voor de niet te stelpen wonde die het leven is – ja, beste lezer, ik ben bang dat het zo’n column wordt waarbij je na afloop denkt: gaat hij nu zijn polsen oversnijden, zet hij het gas open of wacht hij op een aanstormende trein?

Geen van alle, kan ik u geruststellen, maar wat zeker is: poëzie leidt niet tot vrolijkheid. Toch niet bij mij.

Was ik een boom, ik was een treurwilg.

Maar poëzie leidt tot zoveel meer: ontroering, herkenning, inzicht, begrip, wijsheid en nog zeventien andere begrippen van de zachte berm.

Die kant van onszelf die wij meestal zo goed verstoppen dat we hem nauwelijks nog terugvinden als wij hem nodig hebben.

De mens is, in de woorden van André Malraux, immers niet wie hij zegt te zijn, maar wel wat hij verbergt.

Op zo’n poëziedag geven we tijdelijk openheid van zaken en stroomt de giftige delta van de sociale media over van de gevatte dichtregels en de in welluidende kwatrijnen verstopte droefenis.

Waardoor ik er dan weer tegen kan: door gedeelde smart blijft minder dan halve smart over, zelfs als het maar over 280 tekens gaat.

De volgende dag stinkt het riool weer op volle kracht.

Van mensen wier vijzen niet allemaal even goed aangedraaid zijn, zegt men licht beledigend dat ze bij het lezen hun lippen bewegen: iets vergelijkbaars doe ik bij het lezen van een gedicht.

Ik declameer die hardop in mijn hoofd: dan komen het ritme en de rijkdom van de woorden het beste tot hun recht. Bij Lucebert dient men op volle kracht en galmend de frases uit te stoten, bij Marsman en Peter Holvoet-Hanssen ook. Kopland en Vasalis, Barnard en De Coninck kunnen ook gefluisterd worden. Bij Campert en Jan Kal mag gemonkeld worden, bij Anna Enquist en Lieke Marsman – koopt allen haar prachtige nieuwe bundel! – welt een traan op.

Toevallig bracht – maar toeval bestaat niet – de postbode donderdag het nieuwe grote verzenboek van de markies van Rekkem, de innemende, eminente en in deze rubriek al te pas en te onpas opgevoerde letterenvorst Jozef Deleu: zeshonderd gedichten over leven, liefde en dood.

Een klepper van formaat, gebloemleesd door een klepper van formaat.

Ik zat de hele dag galmend op de zetel.

Vader deed weer raar.

Ik geef u als uitsmijter de mooiste strofe mee van een gedicht dat er zelfs niet in staat en waar ook de grootste goddeloze de tranen in de ogen van krijgt: ‘De moeder de vrouw’ van Nijhoff.

‘en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u
bewaren’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234