Zaterdag 18/09/2021

MeningenHenri Heimans

De politieke discussie over het ruimer strafbaar stellen van racistische haatberichten blijft essentieel voor het behoud van onze democratie

Het concen­tratie­kamp Ravens­brück, ‘waar moedige vrouwen die voor de vrije meningsuiting opkwamen werden opgesloten, mishandeld en omgebracht’, schrijft Heimans.  Beeld Süddeutsche Zeitung Photo
Het concen­tratie­kamp Ravens­brück, ‘waar moedige vrouwen die voor de vrije meningsuiting opkwamen werden opgesloten, mishandeld en omgebracht’, schrijft Heimans.Beeld Süddeutsche Zeitung Photo

Henri Heimans is rechter op rust. In 2015 kreeg hij de Prijs Mensenrechten.

In de Kamer en in de media wordt een hevig maar fundamenteel debat gevoerd omtrent de vrije meningsuiting. En de beperking ervan, als het gaat om de verspreiding van haatberichten en haatbeelden die aanzetten tot racisme, discriminatie en geweld tegen personen of groepen van personen.

Met (emeritus hoogleraar) Dirk Voorhoof ben ik ook van oordeel dat vage en te ruime beperkingen opleggen aan de vrijheid van meningsuiting uit den boze is, ook omdat dit het recht op opinie- en informatievrijheid, zoals beschermd door de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te verregaand dreigt aan te tasten. Dat zou leiden tot rechtsonzekerheid.

Maar ik ben het ook volmondig met hem eens dat racistische en discriminerende haatmisdrijven die nu al strafbaar zijn, vervolgd moeten kunnen worden voor de gewone hoven en rechtbanken met uitsluiting van het hof van assisen. Het gaat om de antiracisme- en antidiscriminatiewet, de wet ter bestrijding van het negationisme en de genderwet die het aanzetten tot haat, geweld en discriminatie strafbaar stellen, alsook het bagatelliseren en het bespottelijk maken van de nazigenocide.

Het komt de hoven en rechtbanken toe om – in alle onafhankelijkheid en onpartijdigheid – feitelijke handelingen die beschouwd kunnen worden als aanzetten tot haat, geweld en discriminatie, te toetsen aan de criteria van de strafbepalingen in de wet en aan alle algemene rechtsprincipes, zoals het hoort in een rechtsstaat. Deze rechtspraak moet worden toegepast met inachtneming van het principe dat de strafwet steeds strikt (lees niet te ruim) geïnterpreteerd moet worden.

Laten we het debat ook in zijn historische context situeren.

Joren Vermeersch, jurist, historicus en N-VA-politicus, was in zijn column in De Standaard, wel heel erg selectief in zijn geschiedkundige ophemeling van de vrije meningsuiting in België (Ons kostbaarste goed, 31 mei). Hij repte met geen woord over de negentiende-eeuwse persprocessen in ons land en over de donkerste periode uit de Belgische persgeschiedenis, toen vanaf de zomer van 1940 de Duitse bezetter en de Belgische aanhangers van de Nieuwe Orde de media compleet aan banden legden en er van vrije meningsuiting geen sprake meer was. Beseft hij voldoende dat als tegenwicht voor de nazicensuur de clandestiene pers bij de lange traditie aanknoopte van de grondwettelijke persvrijheid. De sluikpers behoorde tot een van de allervroegste vormen van verzet tegen de nazi’s en de fascistische ideologie.

De nazirepressie tegen de dragers van de vrije meningsuiting was ongemeen hard; velen die de pen voerden in de sluikpers en de ontelbare clandestiene blaadjes, moesten hun vrije woord bekopen met arrestaties, hardhandige verhoren en deportaties naar de concentratiekampen, zonder enige vorm van proces.

Een van hen was mijn toen dertigjarige moeder, die wel levend terugkwam uit de hel, maar als een schim van zichzelf, met een post-concentrationair angstsyndroom dat ze nooit meer te boven kwam.

En ten behoeve van de ‘fatsoenlijke’ mijnheer Van Grieken en zijn aanhangers: zij was een Hollandse, had blond haar, blauwe ogen en een blanke huidskleur, maar op haar Duitse arrestatiefiche stond genoteerd ‘Mischling’ (halfbloed, bastaard) omdat ze getrouwd was met een Joodse man, wat haar voor de Rassenwetten van Neurenberg tot een bijzondere categorie van Untermenschen had gedegradeerd.

Als N-VA-politicus Vermeersch stelt dat ideeën bestreden moeten worden met andere en betere ideeën maar nooit met de arm van de wet, is dat maar een halve waarheid als het gaat om aanzetten tot haat, discriminatie en geweld.

Dit weekend mengde Vlaams-nationalist Karl Drabbe zich in het debat. “(...) de Vivaldi-regering overweegt om zogenaamde ‘haatspraak’ te verbieden, wat voorlopig gelukkig niet zal kunnen”, klonk het in een interview met De Morgen (DM 19/6). Ik mis ook hier historische context en hoe dan ook klopt zijn stelling niet, want de verspreiding van bepaalde haatberichten is nu ook al strafbaar. Wil hij die strafbaarheid terugschroeven?

In tijden van een diarree aan racistische haatberichten op de sociale media, blijft de politieke discussie over het ruimer strafbaar stellen ervan essentieel voor het behoud van onze democratie.

Maar de zorgwekkende evenementen van de voorbije weken en de normalisering door sommigen van extreemrechts roepen bij mij de woorden op die geschreven staan op een gedenkteken van het concentratiekamp Ravensbrück, waar moedige vrouwen die voor de vrije meningsuiting opkwamen werden opgesloten, mishandeld en omgebracht:

‘Jullie zijn de moeders en zusters van ons allen,
Jullie zouden vandaag niet vrij kunnen leren noch spelen,
Misschien waren jullie zelfs niet geboren,
Als deze vrouwen hun tedere lichamen
Niet als schilden van staal tegen de fascistische
Terreur hadden opgesteld.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234