Dinsdag 20/08/2019

Opinie Sara Vandekerckhove

‘De moeders die nog voor de baby kwam piepen resoluut voor de fles kozen: ik begreep ze niet’

Sara Vandekerckhove. Beeld rv

Sara Vandekerckhove is journalist bij deze krant.

Weet je wat uitermate deprimerend is? Meta-analyses lezen over de ‘langetermijnsgezondheidswinst van borstvoeding’, terwijl je in een al even deprimerend hokje melk zit te kolven voor je vijf maanden oude dochter. Om vervolgens die melk te parkeren naast het verdorde slaatje van je collega in de kantoorkoelkast.

Want laat ons wel wezen - zoiets doe je enkel als je er écht écht écht van overtuigd bent dat dit toch wel het allerbeste is wat je je kind kan geven. Minstens zes maanden, toch? Want anders haal je die WHO-richtlijn niet. 6 maanden: de Heilige Graal voor de lacterende moeder. Meer mag, minder is ‘jammer’. 

Daar moet ik na een week research toch een beetje van terugkomen. Zo weet ik nu dat het met die enorme gezondheidswinst, die zes à acht keer per dag uit je lijf gezogen wordt, nogal meevalt. Ja, het is beter. Maar nu niet in die mate dat je er gegarandeerd een slank, geniaal kind van krijgt dat vrij is van allergieën, een hoge cholesterol, diabetes type-2 of hartproblemen. Is het de meest natuurlijke voeding voor je kind? Absoluut. Maar dat betekent niet dat je met poedermelk je kroost cyanide aan het toedienen bent. 

Ik pleit schuldig. Ik heb ze ook veroordeeld, de moeders die nog voor de baby kwam piepen resoluut voor de fles kozen. Die wegens ‘onpraktisch en te veel gedoe’ bij voorbaat sterilisator, spenen en Nutrilon op de geboortelijst zetten. Eerlijk? Ik begreep het niet. Waarom zou je je kind ‘het allerbeste’ ontzeggen? Waarom honderden euro’s besteden aan anti-wiegendoodaccessoires, babyfoons met webcams, traphekjes, gehoorbescherming, stopcontactplugs, antislipmatjes... terwijl het ‘meest essentiële’ in je boezem zit? Waarom niet een beetje moeite doen? 

Beeld Getty Images

Want moeite kost het wel, laat ons wel wezen. Eerst is er die stuwing, waarbij het lijkt alsof je borsten gaan ontploffen. Daarna hopen dat het kind mooi aanhapt, goed aankomt en niet te veel krampen heeft. Bij pech zijn er die borstontstekingen. Bij extreme pech een abces. En loopt het eenmaal vlot, dan kun je - vaak in combinatie met onderbroken nachten - de geneugten van de kolf ontdekken omdat je na enkele maanden terug aan het werk moet.

Tuurlijk, je hebt vrouwen bij wie het allemaal moeiteloos lijkt te gaan. Die heerlijk behendig hun koter aan de borst zwieren en tegelijkertijd een latte macchiato nippen. Die zonder probleem carrière, kolf en kroost gecombineerd krijgen. 

Maar je hebt ook moeders die ondanks verwoede pogingen blijven sukkelen met tepelcrèmes en verstopte melkkanalen. Die na een zoveelste borstvoedingsthee of ‘powerkolfsessie’ ontredderd moeten vaststellen dat ze er amper tien druppels uitgeperst krijgen. Of die na maanden pijn en slaapdeprivatie vol schuldgevoel de overstap maken naar de fles. 

Want nu lijkt het enkel legitiem om te stoppen als je de zeven plagen van Egypte hebt overleefd. Tot je die zes maanden hebt gehaald natuurlijk. Daarna ben je een freak die een kind met tanden in de buurt van haar tepels laat. 

We doen het onszelf aan, bedacht ik me. Zie ik hoe een moeder haar peuter nog wat borstmelk aanbiedt, dan voel ik me ongemakkelijk omdat bij mij, na de geboorte van mijn zoon, het vat na zeven maanden toch echt af was. Leg ik bij een goeie vriendin mijn dochter aan de borst, dan hoor ik haar zich bijna excuseren omdat ze, na een resem borstontstekingen en een operatieve abcesverwijdering, op flesvoeding is overgeschakeld.

De bottomline is: vrouwen die borstvoeding willen geven én dat ook maanden of zelfs jaren willen volhouden, hebben recht op een goeie begeleiding en ondersteuning. Terwijl moeders die voor kunstvoeding kiezen het recht hebben om dat zonder scheve blikken of vervelende opmerkingen te doen. 

Hoeveel beter zou het niet zijn mochten we gewoon de keuze maken waar we ons het best bij voelen? En vervolgens ook vrede te nemen met die keuze, zonder die per se te moeten afwegen tegen de keuze van een ander. Nee, als iemand na een jaar nog steeds de borst geeft, dan betekent dat niet dat zij ‘flessenmoeders’ gemakzuchtige losers vindt. Vrouwen die kunstmelk geven, vinden ook niet dat alle borstvoedingsmama’s per definitie zweverige showoffs zijn. Het zit vaak in ons hoofd, vrees ik.

Wie weet, misschien hou ik er zelf ook binnenkort mee op. Kan ik zonder zorgen drie wijntjes na elkaar drinken of op stap gaan zonder kolfaccessoires. Of godbetert, eens een nacht doorslapen en de nachtvoeding uitbesteden aan het lief. Of misschien hou ik het nog even vol. Lekker handig om steeds eten bij de hand te hebben en geen flesjes te moeten meezeulen. Of omdat ik het zo fijn vind als mijn dochter heerlijk dicht tegen me aan ligt om te drinken. 

We zien wel. En in de tussentijd: no judgement. Beloofd?!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden