Maandag 10/05/2021
Paul De Grauwe. Beeld DM
Paul De Grauwe.Beeld DM

ColumnPaul De Grauwe

De minst slechte uitkomst voor de Europese Unie is nu een ‘No-deal’

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Zoals zo vaak in de brexitsaga zitten we in een cruciale fase. Het eindspel is ingezet. Het is moeilijk te vatten maar op drie weken van het moment waarop het VK definitief uit de Europese Unie stapt weten we nog niet onder welke voorwaarden dit zal gebeuren.

Eén ding is zeker: op 1 januari stapt dat land uit de interne markt. Vanaf dan worden grenscontroles noodzakelijk om na te gaan of de Britse producten beantwoorden aan de normen en regels, die in de EU van toepassing zijn. Vandaag weten we nog altijd niet of er een handelsverdrag komt dat de invoerrechten op nul houdt, dan wel of er geen verdrag komt, waardoor plots vanaf 1 januari zowel de invoer vanuit het VK als onze export naar het VK onderworpen worden aan invoerheffingen. Hoe kon het zover komen?

De Britse regering heeft zich vastgereden in haar eis van volledige soevereiniteit. Ze wil in de toekomst regels over veiligheid, milieu en gezondheid en over subsidies die ze kan toestaan aan haar bedrijven, zelf bepalen zonder inmenging van Brussel. Ze eist het recht op te divergeren van de regels die in de interne markt bestaan. Tegelijk wil ze toegang tot de interne markt behouden en weigert ze dat een Europese instantie (bijvoorbeeld het Europese Hof) nagaat of de Britten zich aan afspraken houden.

Onmogelijk

Er stellen zich twee problemen met dergelijke eisen. Ten eerste maken die eisen het onmogelijk tot een handelsakkoord te komen. In elk handelsakkoord zoeken partners naar methodes om hun regels op elkaar af te stemmen. Ze zoeken naar convergentie. Als buitenlandse exporteurs hier bijvoorbeeld kippen willen verkopen, moeten die kippen beantwoorden aan de sanitaire regels die bij ons gelden. Als ze dat niet willen, doen komen de kippen niet binnen. De Britten eisen nu het recht op in de toekomst zelf te bepalen wat de sanitaire regels worden voor hun kippen (ze kunnen bijvoorbeeld in chloor gewassen worden) en tegelijk het recht om die kippen hier te verkopen.

Maar, zeggen de Britten, waarom zijn onze regels niet even goed als de EU-regels? Waarom moeten we ons onderwerpen aan de Europese kippenregels? Het antwoord is dat Groot-Brittannië een klein land is in vergelijking met de Europese Unie. Die laatste heeft een bevolking (en een BBP) ongeveer zesmaal groter dan de Britse. Dat heeft tot gevolg dat de EU ‘rulemaker’ is en het VK ‘ruletaker’.

Ondergeschikte positie

De EU is rulemaker niet alleen tegenover het VK, maar ook tegenover vele andere landen (de enige uitzonderingen zijn de VS en China). Dat wordt soms het ‘Brussels-effect’ genoemd. Omdat de Europese Unie economisch zo zwaar doorweegt, zijn vele landen die bij ons hun goederen willen verkopen graag bereid hun regels aan te passen aan de onze en niet omgekeerd. De EU bepaalt de facto de regels; de andere landen volgen. De Britten kunnen zo’n ondergeschikte positie niet aanvaarden.

De Britse regering leeft dus onder een dubbele illusie. De eerste is dat ze uitgaat van een strikte interpretatie van soevereiniteit die elk vrijhandelsverdrag onmogelijk maakt. Elk verdrag vereist dat gezamenlijke regels worden afgesproken. Maar als je het recht eist in de toekomst zelf je regels te bepalen dan kan zo’n verdrag niet standhouden. Als je uitgaat van de eis in de toekomst te kunnen divergeren, dan is geen handelsverdrag mogelijk. Dat probleem zal de Britse regering ook ondervinden met de Amerikanen en de Chinezen.

Britse imperium

De tweede illusie is dat de Britse regering in de fictie leeft dat ze een gelijke partner is van de EU. Maar dat is ze niet. Ze is ruletaker, en wij zijn rulemakers. Dat is nog altijd niet doorgedrongen tot de Britse politieke elite die nostalgisch blijft dromen van het grote Britse imperium van de negentiende eeuw toen Groot-Brittannië “ruled the waves”. Het wordt tijd dat ze uit die eeuw stappen.

Dat leidt mij tot de volgende conclusie. De minst slechte uitkomst voor de Europese Unie is een “No-deal”; geen vrijhandelsverdrag. Vanaf 1 januari wordt het VK een derde land dat volledig soeverein zijn eigen regels vastlegt. We zullen dan opnieuw invoerrechten opleggen op elkaars handelsstromen. Die kost moeten we erbij nemen. Het alternatief is een handelsverdrag waarin de Britten in de toekomst op alle mogelijke manieren proberen te ontsnappen aan de Europese regelgeving. Dat is een recept voor permanent conflict. We kunnen dat missen als kiespijn.

Mijn voorspelling is evenwel dat als de Britten ondervinden hoe hoog de economische kostprijs is van hun eis tot absolute soevereiniteit ze “met hun hoed in de hand” terugkomen en een vrijhandelsverdrag willen sluiten met aanvaarding van de Europese regels.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234