Dinsdag 10/12/2019
Beeld rv

Column

De maat was vol, dat beest moest oprotten, zoveel was duidelijk

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Het woonde nog niet lang in huis. Een mooi, zwart dwergkonijntje. Een allerschattigst diertje dat ik een dikke maand geleden cadeau kreeg. Het was een bijzonder beestje en hoewel ik er niet happig op was om naast een hond en twee katten ook nog een konijn in huis te hebben, kon ik degene die het me cadeau gaf niet ontgoochelen. Het stond symbool voor onze liefde, zei hij.

Een gegeven liefdeskonijn kijk je niet in de bek.

Tot mijn stomme verbazing werd Mr. Wilson, mijn hondje, de dikste vriendjes met Konijn – ik kon niet zo gauw een betere naam bedenken. Ze renden door de tuin, zij aan zij. Ook de poezen bleven vriendelijk, wat wil zeggen dat ze Langoor geen blik waardig gunden en hem of haar, ik had geen idee van Konijns geslacht, parmantig hun rug toedraaiden.

Ik bleef de situatie argwanend in de gaten houden, maar dag na dag werd ik verliefder op het kleine mormel. Soms zat het urenlang op mijn schoot terwijl ik op de bank zat en een boek las of wat tv keek, of kroop het weg onder mijn oksel en bleef daar roerloos zitten. Dat vond Mr. Wilson niet zo leuk.

Langzaam verminderde mijn weerstand tegen de nieuwe huisgenoot, maar wat me niet zinde waren de keutels die het beestje overal achterliet. Konijn zindelijk maken leek me onmogelijk, maar toen ik even googelde bleek dat er wel degelijk mogelijkheden zijn: er bestaan zowaar toiletten voor knaagdieren!

Ik dacht aan mijn kindertijd. Ik die de konijnen voederde. Achter in de tuin stonden grote houten hokken, gevuld met warm stro. Ik herinner me de geur nog goed. Hoe vaak drukte ik mijn gezichtje tegen het gaas aan en wachtte tot de beestjes naar me toe huppelden en aan mijn neus kwamen snuffelen, hopend dat ik een wortel was, en hoe ze alle kanten opstoven toen ik moest lachen of niezen van het gekietel.

Nee, zo’n konijn op een toilet is maar niets, het moest een hok worden. Bovendien struikelde ik al twee keer over het mormel en had me flink bezeerd.

Oké, Konijn mocht blijven, maar dan wel in een hok.

Vorig weekend was het zover, ik had een hok gekocht, stro en een drink- en eetbakje. Ik sleurde alles het huis in. Mr. Wilson sprong kwispelend tegen me op, maar toen beet Konijn hem jaloers in zijn achterpoot. Wilson jankte en keek me verbolgen in de ogen. De maat was vol, dat beest moest oprotten, zoveel was duidelijk. Hij stoof woest achter Konijn aan. Die rende als een pijl uit een boog het terras op, struikelde over een kiezelsteentje, vloog over de rand de tuin in en bleef twee meter lager doodstil liggen.

Mr. Wilson porde het beestje met zijn neus. Geen reactie. Ik rende de trap af, tilde Konijn op, voelde het slappe, warme lijfje in mijn handen en legde mijn oor tegen zijn buikje. Geen hartslag meer. Ik keek Wilson verbijsterd aan en fluisterde: “Liefdeskonijn is dood. Wat nu?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234