Donderdag 22/10/2020

OpinieKoen De Leus

De letter die we bij het economisch herstel moeten vrezen: ‘K’

Beeld ANP

Koen De Leus is hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis.

Voor de economie dient een herstel zich aan, met een snelle genezing voor zij die hun job hebben weten te behouden, maar een lange lijdensweg voor de minder gelukkigen, tewerkgesteld in de meest getroffen sectoren. Koopkrachtondersteunende maatregelen, specifiek gericht op deze groep van mensen, bieden tijdelijk soelaas. Een structurele oplossing is hen zo snel als mogelijk begeleiden naar een nieuwe job. Opleiding en heroriëntatie moeten dan ook een belangrijke steunpilaar zijn van het economisch herstelplan. 

L, U, V, W, enzovoort: heel wat letters zijn al de revue gepasseerd bij de voorspelling van de curve die het economisch herstel zal volgen. De K maakte voorlopig geen deel uit van dit beperkte alfabet. Deze vorm dreigt evenwel het komende herstel het best weer te geven. Het opwaartse beentje is weggelegd voor het gros van de populatie dat werkt in sectoren die na de forse daling een stevig herstel beleven. Het neerwaartse beentje is voor werknemers in sectoren die lijden onder de social distancing-maatregelen. Deze blijven in voege tot een vaccin het coronavirus in de kiem smoort. 

Deze spreidstand komt niet als een verrassing. Een recente studie van het IMF bekeek de evolutie van de ongelijkheid tijdens vijf belangrijke pandemieën van deze eeuw: SARS (2003; vooral China en Azië), H1N1-varkensgriep (2009; vooral Mexico, VS en later Europa), MERS (2012; vooral Saoedi-Arabië en Zuid-Korea), ebola (2014; West-Afrika) en zika (2016; Zuid- en Noord-Amerika). Telkens werden verschillende landen getroffen.  

Ongelijkheid stijgt

Een eerste vaststelling was dat in de vijf daaropvolgende jaren de ongelijkheid telkens stevig toenam. Er zijn verschillende manieren om ongelijkheid te meten. Eén daarvan is de Gini-index. Die meet de verdeling van het netto-inkomen over de totale bevolking en gaat van 0 tot 1. Nul wijst op een perfect gelijke verdeling: iedereen verdient evenveel. Eén geeft aan dat alles naar 1 persoon gaat. 100 procent van het inkomen moet herverdeeld worden om gelijkheid te bereiken. De Gini-index nam in de getroffen landen vijf jaar na de uitbraak toe met gemiddeld 1,25 procent: een aanzienlijke stijging voor deze traag evoluerende indicator. 

De toename van de ongelijkheid bleek ook uit het feit dat de best verdienende gezinnen een groter deel van het totale inkomen binnenhaalden. Voor de virusuitbraak vergaarden de 20 procent gezinnen met het hoogste inkomen 46 procent van het totale inkomen, tegenover amper 6 procent voor de 20 procent laagste inkomens. Vijf jaar na de virusuitbraak was het aandeel in het totale inkomen van de rijkste gezinnen opgelopen tot 48,5 procent en dat van de laagste inkomens teruggevallen tot 5,5 procent. 

De belangrijkste reden voor die toenemende ongelijkheid is de impact van het virus op de jobmarkt. Mensen die hogere of universitaire studies volgden, werden amper geraakt. De werkgelegenheid van mensen met slechts een basisopleiding ging er over die periode met 5 procent op achteruit. 

Getroffen sectoren

Dit voorspelt weinig goeds voor de komende jaren voor de nu al gepolariseerde arbeidsmarkt en hoge ongelijkheid. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) publiceerde onlangs een wereldwijd overzicht van 14 sectoren, in welke mate ze getroffen worden en hun gemiddeld inkomensniveau. In de vier meest getroffen sectoren blijft het inkomen stevig (tussen de 3 en 30 procent) onder het wereldwijde gemiddelde inkomen. Bij die sectoren vinden we transport terug, administratieve diensten in vastgoed, industrie en groot- en kleinhandel voor niet-voedingswaren. 

Koen De Leus.Beeld rv

Ook in individuele landen zoals de Verenigde Staten en België zijn de zwaksten het meest geraakt. In de VS verdrievoudigde de werkloosheidsgraad van mensen die hun middelbare school afgemaakt hebben tussen februari en mei (van 7 naar bijna 20 procent). De zwaarst getroffen sectoren in België in 2020 zijn volgens BNP Paribas Fortis kunst en ontspanning, horeca, productie van textiel en meubelen, en groot- en kleinhandel van niet-voeding. Het gemiddelde inkomen in deze sectoren schommelt tussen de 65 en de 90 procent van het gemiddelde Belgische inkomen. Eén op vijf van de werkende Belgen is actief in deze sectoren. 

Regeringen moeten er alles aan doen om een K-vormig herstel te vermijden. Dat zou leiden tot nog meer ongelijkheid en een verdere opgang van populistische partijen. Zeer gerichte steun voor de hardst getroffen mensen is daarbij een belangrijke piste. Algemene steunpakketten voor Jan en alleman zijn leuke cadeautjes maar vooral zonde van het schaarse geld. 

Nog belangrijker is dubbel inzetten op hervorming en heroriëntatie van de getroffen werknemer. De werkgelegenheid in sectoren zoals horeca, non-food kleinhandel en luchtvaart zal structureel lager blijven. De coronaschok versnelt daarenboven de digitaliseringsgolf. Ook daarvoor geldt een actiever arbeidsbeleid als meest gepaste medicijn. In de uitwerking van het herstelbeleid moet opleiding en hervorming een zeer prominente plaats innemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234