Donderdag 24/09/2020

Opinie

De koning wil Congo beter leren kennen. Die wens komt rijkelijk laat

Koning Filip.Beeld BELGA

Idesbald Goddeeris is hoogleraar koloniale geschiedenis aan de KU Leuven en co-editor van het onlangs verschenen Koloniaal Congo. Een geschiedenis in vragen (Polis).

De brief van koning Filip aan president Félix Tshisekedi is een ongezien keerpunt in de (post)koloniale geschiedenis van ons land, en een slimme zet. Twee weken geleden nog beriep de vorst zich op het gebrek aan historische consensus (DM 16/6) om geen standpunt te moeten innemen. De hele maand juni bleef hij stil over het protest van zijn zwarte landgenoten. En terwijl hij dezer dagen gepasseerd wordt in zijn voornaamste politieke rol, met name de coördinatie van de regeringsvorming, plaatst koning Filip zich nu op een andere manier in de kijker.

Ook het format van de demarche lijkt goed gekozen. Een brief, wat minder zwaarwichtig is dan een publiek adres. Diepste spijtbetuigingen, en dus persoonlijke gevoelens, in plaats van excuses en schulderkenning. Die laatste zouden leiden tot de vraag naar herstelbetalingen. En het zou ongepast zijn geweest dat de koning zich al zou verontschuldigen net nu het parlement heeft aangekondigd om over het koloniaal verleden te zullen reflecteren.

Toch roept de brief ook vragen op. Opvallend is dat koning Filip zich richt tot president Tshisekedi, die via vervalste verkiezingen aan de macht kwam en na de veroordeling van zijn stafchef vorige week opnieuw stevig aan de touwtjes van Joseph Kabila blijkt te hangen. Hij voegt in diezelfde adem ook het Congolese volk toe, maar lijkt zijn brief niet naar Congolese media gestuurd te hebben. Op websites van Radio Okapi, Le Phare en La Prospérité werd er alvast niet meteen melding van gemaakt.

Vorstelijke speeches van vroegere tijden

Ook met zijn vermelding van discriminatie “in onze samenleving” lijkt de koning zich eerder te richten tot zijn eigen land. Zijn brief wemelt van verwijzingen naar partnerschap, samenwerking, banden, vriendschap en lange gezamenlijke geschiedenis – woorden die zo uit vorstelijke speeches van vroegere tijden zouden kunnen komen – maar verraadt ook een gebrek aan voeling met het Congolese perspectief. Hij geeft dat expliciet toe: de vorst drukt zijn verlangen uit om Congo beter te leren kennen. Die wens komt echter laat. Niet alleen Congo, ook koning Filip vierde dit jaar zijn zestigste verjaardag. In die zestig jaar zijn zowel België als Congo ingrijpend veranderd.

België begon na de dekolonisatie te federaliseren – historici als Matthew Stanard en Pedro Monaville leggen zelfs een verband tussen de staatshervormingen en het verlies van Congo, als een gefaald nationaal project en een leegte in de Belgische identiteit. Veel van de domeinen waarin België en Congo nu nog samenwerken – de koning verwijst naar het medische vlak – zijn grotendeels Vlaamse bevoegdheid geworden. En Vlaanderen heeft altijd een andere relatie met Congo gehad dan België. De contacten verliepen vooral langs missionarissen, van wie 85 procent Vlaming was. Maar intussen is Vlaanderen geseculariseerd.

Ook Congo is veranderd na 1960. Het Zaïre van Mobutu volgden we nog enigszins, maar na de Koude Oorlog zijn onze politici, zakenmensen en ontwikkelingshelpers steeds meer weggetrokken uit het land. Wij kennen onze voormalige kolonie dus amper nog, en associëren die vooral met chaos en Chinezen. Dat is een belangrijk verschil met onze buurlanden: Nederlanders gaan graag naar Suriname of Indonesië op vakantie en Britten meten zich regelmatig op sportief vlak met hun ex-kolonies, bijvoorbeeld in cricketkampioenschappen of de vierjaarlijkse Commonwealth Games.

Glazen stolp

Historicus Guy Vanthemsche vergeleek het Belgische kolonialisme – naar een beeld van de vooraanstaande Belgische diplomaat Fernand Vanlangenhove in 1954 – met een glazen stolp: beschermd tegen en geïsoleerd van de buitenwereld geloofden de Belgen hun eigen verhalen. We moeten opletten dat onze postkoloniale houding niet op dezelfde manier vorm krijgt. Belangrijker dan het officiële discours zijn de persoonlijke contacten en samenwerkingsvormen met de Congolezen zelf. Zij zijn veel beperkter dan vroeger, maar bestaan nog steeds, bijvoorbeeld in de cultuurwereld (KVS), de vierde pijler en migrantennetwerken.

Met zijn brief heeft de koning een bocht gemaakt, en dat is lovenswaardig. Maar na de goede intenties zullen ook acties en middelen moeten volgen. Want er is nog veel werk. We moeten een nieuwe consensus vinden in onze eigen samenleving en de diaspora de erkenning geven waar zij recht op heeft – in de publieke ruimte, maar ook daarbuiten. En we moeten Congo opnieuw leren kennen als we de bruggen willen bouwen waar Congolezen naar vragen. Want inderdaad verlangen veel Congolezen naar ‘le retour des Belges’, en begrijpen zij niet waarom wij hen in de steek laten. Zij denken dan wel niet aan de koloniale tijd, de eerste associatie die wij zouden maken, maar aan de banden die andere Europese landen, voor hen op de eerste plaats Frankrijk, nog onderhouden met hun voormalige kolonies. Ook hier lijken onze referentiekaders – een historisch versus een hedendaags – te verschillen. En zijn Belgen misschien wel nostalgischer dan Congolezen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234