Woensdag 23/10/2019

Opinie

De komende weken worden cruciaal en één conflict kan genoeg zijn

Jonathan Holslag. Beeld Photo News

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en aan verschillende defensieacademies. Hij is de auteur van China’s Coming War With Asia.

In de zomer van 1994 werd toenmalig VS-president Bill Clinton door zijn adviseurs benaderd met operatieplan-5027. Volgens de adviseurs stond Noord-Korea op het punt met zijn kernreactor in Yongpyong voldoende splijtstof te produceren voor een kernbom. Het plan hield in dat Amerikaanse burgers in Zuid-Korea in veiligheid zouden worden gebracht, dat er meer Amerikaanse troepen naar het betwiste grensgebied tussen de twee Korea’s zouden worden gestuurd, en dat vervolgens met stealth-vliegtuigen een chirurgische aanval op de bewuste kerncentrale zou worden uitgevoerd. Alles evolueerde in de richting van een aanval, tot oud-president Jimmy Carter op eigen houtje ging onderhandelen en een bevriezing van het kernwapenprogramma uit de brand sleepte. Plan-5027 werd opgeborgen.

Vandaag, meer dan twintig jaar later, bezit Noord-Korea kernwapens. Noch afschrikking, noch engagement hebben dus gewerkt en dat beseft men in Washington, Seoel en Tokio zeer goed. Door een eigengereid brinkmanship, oftewel het doorduwen van een agenda tot op het punt dat een harde tegenreactie nog net wordt vermeden, heeft dwergstaat Noord-Korea dus de drie mogendheden en bij uitbreiding de internationale gemeenschap het nakijken gegeven: Noord-Koreaanse kernwapens zijn een feit. De grote vraag is dan ook waarom de Amerikanen deze keer wel zouden ingrijpen. Een kleine preventieve aanval, zoals geopperd door veiligheidsadviseur Herbert McMaster, zou immers zonder meer leiden tot een groot conflict.

Er zijn een aantal redenen waarom we de dreiging van een conflict ernstig moeten blijven nemen. Om te beginnen voelen veel Amerikanen zich belazerd. Zowat alles is geprobeerd om het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma een halt toe te roepen: van het geven van steun tot wellicht het gebruik van cyberwapens. Defensieve realisten benadrukken dat de nucleaire dreiging van Noord-Korea ten aanzien van het Amerikaanse continent klein zal blijven. Het Amerikaanse arsenaal blijft vele malen groter, zodat een afschrikkingsevenwicht kan worden gerealiseerd en zou Noord-Korea kunnen indammen middels een scherm van verdedigingssystemen, zoals PAC-3 Patriot-raketten, Aegis-destroyers en Thaad-batterijen. Die verdediging is evenwel zeer duur. Als een Noord-Koreaanse kernraket pakweg 13 miljoen euro kost, dan kost één PAC-3-batterij gemakkelijk een drievoud. Het is ook twijfelachtig of bondgenoten zoals Japan de verdere ontwikkeling van Noord-Koreaanse kernwapens zullen dulden zonder zelf meer offensieve of zelfs nucleaire wapens te ontwikkelen.

Suprematie

Er is nog een andere reden waarom Washington Noord-Korea’s nucleaire ambities moeilijk kan tolereren: de kern van de Amerikaanse veiligheidsstrategie is suprematie, oftewel absoluut leiderschap. De Amerikanen dulden geen gedeelde eerste plek. En dan komt China in het vizier. Een zwakke opstelling ten aanzien van Pyongyang zou door Peking en anderen  kunnen worden geïnterpreteerd als een teken dat het einde van de Amerikaanse suprematie nabij is en leiden tot nog assertiever gedrag.

Dan is er, om het zacht uit te drukken, de nogal veranderde situatie in het Witte Huis. President Trump is gewoon veel agressiever. Dat was hij al tijdens de presidentsverkiezingen, en het onderzoek naar zijn handel en wandel met de Russen zet hem nog meer onder druk om op te treden als een krachtige leider. Het lijkt er ook op dat de haviken het in het Witte Huis voor het zeggen hebben, met vicepresident Pence, veiligheidsadviseur McMaster, CIA-directeur Pompeo en stafchef Kelly op kop. Defensieve realisten als defensieminister Mattis en bij uitbreiding de matigende adviezen van State Department en Pentagon lijken steeds minder door te wegen. Zo ontstaat een risico op groepsdenken, waarbij mensen elkaar bevestigen in de overtuiging dat Noord-Korea een bedreiging is die met alle middelen moet worden aangepakt.

Tot slot is er weinig vooruitzicht op directe gesprekken tussen Washington en Pyongyang. Het is mijn overtuiging dat verregaande veiligheidsgaranties voor Noord-Korea, verpakt in een verdrag dat de oorlog die in 1950 uitbrak definitief beëindigt, Pyongyang ertoe zouden kunnen overtuigen om kernwapens op te geven. De voorbije maanden zijn zowel Kim Jong-un als Trump echter zover doorgeschoten in hun oorlogsretoriek dat de deur van rechtstreekse onderhandelingen zo goed als definitief gesloten is.

Wat er de komende dagen en weken gebeurt, kan niemand voorspellen, maar de kans op een gewapend conflict in de regio blijft groeien. Er bestaat een kans dat de Amerikanen overgaan tot een preventieve aanval. Dreigingen, eens uitgesproken, moeten hard worden gemaakt. Er bestaat ook een kans dat het komt tot incidenten, met kleine Noord-Koreaanse onderzeeboten, bijvoorbeeld, met nieuwe rakettesten of met Amerikaanse patrouillevliegtuigen. Die kunnen op hun beurt ontaarden in een grootschalig conflict. 

De komende weken worden in elk geval cruciaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234