Vrijdag 27/01/2023

Opinie

De klimaatzaak verlangt politici in toga

Wessel Wijtvliet. Beeld rv
Wessel Wijtvliet.Beeld rv

Wessel Wijtvliet is doctoraal onderzoeker aan het Centre for Legal Theory and Empirical Jurisprudence (KU Leuven)

Wessel Wijtvliet

Milieuorganisaties dagen milieuministers voor de rechter vanwege hun beleid. In Nederland won Milieudefensie vorige week een kortgeding tegen de staat om schonere lucht in de stad. Greenpeace stuurde deze week een ingebrekestelling naar minister Joke Schauvliege (CD&V), ook al omdat ze te weinig zou ondernemen tegen luchtverontreiniging door fijn stof (DM 12/9). Organisaties willen de overheid zo verplichten meer te doen aan klimaatverandering. Is de weg via de rechter de juiste?

Politicoloog Kris Deschouwer verklaarde in De Morgen dat rechters het politieke beleid niet mogen bepalen; klimaatactivist Ignace Schops argumenteerde juist dat de rechter het milieudebat vooruit kan helpen (DM 12/9). Een sterke focus op het belang van klimaatverandering gaat voorbij aan twee achterliggende processen die met de milieuzaak samenhangen: politisering van rechtspraak (1) en instrumentalisering van het recht (2). Die fenomenen kunnen nadelige maatschappelijke effecten hebben. Hoewel een mogelijk positieve uitkomst in de milieuzaak een belangrijk argument vormt, maakt dat enkele punt rechterlijke toetsing van overheidsbeleid nog niet wenselijk.

Geen geruzie maar rede

Eerst een stukje geschiedenis van politiek en recht. In de periode na de Tweede Wereldoorlog groeide de afkeer van de politiek. Denkers kondigden het einde van ideologie af, grote verhalen waren uit en ook het einde van de geschiedenis was in zicht. Op institutioneel vlak verschoof besluitvorming van de politieke arena naar meer onafhankelijk opererende actoren. Denk maar aan de gedachte achter de oprichting van de Europese Commissie of centrale banken: experts die beleid maken, los van politiek kortetermijndenken of ideologie.

Het recht maakte eenzelfde ontwikkeling door. Vooral westerse samenlevingen vertrouwen meer en meer op rechters om morele geschillen, politieke controverses en beleidskwesties op te lossen. In deze zogenaamde 'juridisering van de politiek' schuilt de wens om maatschappelijke kwesties vooral aan neutrale en afstandelijke oordeelsvorming over te laten. Juristen vinden dit over het algemeen een welkome ontwikkeling. Het belichaamt de rechtsstaat als ultieme overwinning van rede over twist, recht over politiek en kalmte over drift. Vanuit dat oogpunt is het positief de rechter te betrekken bij toetsing van milieubeleid. Kalm overleg maakt het mogelijk het klimaatdebat rationeel te benaderen en de meest relevante argumenten naar voren te brengen.

Maar er is ook een keerzijde, die weinig aan bod komt. De tactiek van juridisering politiseert mogelijk het neutraal geachte besluitvormingsproces.

Rechter in de politieke arena

Geëngageerde groepen instrumentaliseren recht; zij gebruiken het recht als middel om politieke doelen te bereiken. Instrumentalisering is mogelijk omdat recht in moeilijke kwesties veelal vaag en dus voor meerdere uitleg vatbaar is. De partij die politiek aan het kortste eind trekt, legt zich niet zomaar neer bij haar verlies. Nee, belangengroepen vertalen het politieke debat naar juridische argumenten. Beleid dat politiek niet afdwingbaar is noch duidelijk in recht is neergelegd, kan zo alsnog juridisch worden geforceerd.

Instrumentalisme is niet nieuw. Al in de jaren ’60 en ’70 klopten met name progressieve belangengroepen in de VS aan bij de rechter. Zo hoopten zij in hun ogen noodzakelijke maatschappelijke veranderingen af te dwingen. Bekende voorbeelden zijn de legalisering van abortus en de verruimde rechtsbescherming van verdachten. Conservatief Amerika volgde die aanpak al vlug en hield zo met succes maatschappelijke veranderingen tegen. Hierdoor leidde de juridisering van de politiek niet tot het einde van politieke debatten. De politieke arena breidde zich juist uit.

De rechter staat niet buiten die arena. Het wetboek is in lastige beleidskwesties vaak niet sluitend, waardoor een zuiver juridische afweging niet mogelijk is. De rechter staat dus deels voor een politieke keuze. Daarbij geldt, hoe politiek gevoeliger het beleidsterrein is, hoe minder houvast het recht biedt en dus hoe meer de rechter op zijn eigen kaders moet steunen.

In dit proces schuilt het gevaar van instrumentalisering van recht en politisering van rechtspraak. Ligt eenzelfde gevaar op de loer bij rechterlijke toetsing van milieubeleid?

Schone lucht als mensenrecht

In de Urgenda-zaak draagt de rechtbank Den Haag de Nederlandse staat op om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Zij voert hiervoor aan dat het Nederlandse emissiereductiebeleid niet voldoet aan de norm die nodig is om klimaatverandering tegen te gaan. In navolging van Nederlands succes verzoeken Belgische belangengroepen ook dat de overheid zich aan haar milieubeleid houdt. De rechter krijgt hierdoor te maken met een partij die democratisch bakzeil heeft gehaald en vervolgens politieke standpunten juridisch vertaalt. Bovendien moet hij werken met een juridisch kader dat meerdere uitkomsten van een milieuzaak mogelijk maakt.

Maar het stopt niet bij onderwerping van beleidskeuzes aan juridische toetsing. Nederland is op het vlak van milieubeleid alweer sterk in beweging. Het gaat niet meer 'slechts' om de vraag of de overheid bestaande regelgeving overtreedt. Het debat is verschoven naar de vraag of die regelgeving zelf toereikend is om bepaalde klimaatgevolgen te verhinderen. Om juridisch de overwinning te behalen, verwijzen Nederlandse belangengroepen naar wetenschappelijk bewijs en het mensenrecht op schone lucht. Het juridisch gehalte van die argumenten is discutabel. Een mensenrecht op schone lucht is bijvoorbeeld niet verankerd in het rechtssysteem. Zodoende vragen belangengroepen niet zozeer om politiek beleid aan bestaande regelgeving te onderwerpen. Ze gaan een stap verder en verzoeken de rechter het juridische kader zelf in vraag te stellen. Dat lijkt een lastige opgave, nu rechters een dergelijk kader nodig hebben om tot een beoordeling van een geschil te komen. Hierdoor verdwijnt de juridische toets naar de achtergrond en voert de vraag hoe de samenleving er politiek moet uitzien de boventoon.

Succes voor de rechter spoort andere belangengroepen aan het recht ook instrumenteel te gebruiken en maatschappelijke verandering buiten politieke besluitvorming af te dwingen. Een politisering van de rechtspraak lijkt dan een logisch gevolg. Klimaatverandering ligt veel burgers na aan het hart, maar de instrumentalisering van recht maakt het ook mogelijk om politieke doelen te bereiken die niet overeenkomen met hun beleidsvoorkeuren. Misschien wordt overheidsbemoeienis met de consumptie van suikerhoudende producten of een diversiteitsquotum voor werkgevers juridisch in vraag gesteld. Welke kant veranderingen opgaan, ligt namelijk niet besloten in de procedure zelf.

Uitholling tegengaan

Een milieuzwaluw maakt natuurlijk geen politiseringszomer. De vraag of een samenleving er goed aan doet milieubeleid aan rechterlijke toetsing te onderwerpen is een lastige kwestie.

Niemand is tegen een schoner milieu, inclusief ikzelf. Ik heb echter een zorg van algemenere aard. Een schoner milieu als zodanig is namelijk geen doorslaggevend argument om steeds verdergaande rechterlijke toetsing van besluitvorming toe te juichen. Er staat meer op het spel.

De milieuzaken die worden aangespannen, passen in een bredere maatschappelijke ontwikkeling van een juridisering van de politiek. Dat kan ongewenste effecten met zich brengen, zoals een uitholling van recht tot een instrument en politisering van rechtspraak.

Op termijn kan zo'n evolutie de status van de rechterlijke macht aantasten: van scheidsrechters naar politici in toga. Terwijl, ironisch genoeg, het raadplegen van neutrale experts nu juist de reden was om besluitvorming in die richting te verplaatsen.

Zo bekeken zijn beleidszaken niet zomaar goed of slecht, maar alleen niet zonder risico.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234