Woensdag 17/07/2019

Opinie

De harde realiteit van de klimaatconferentie in Parijs

Beeld THINKSTOCK

Steven E. Koonin is directeur van het Center for Urban Science and Progress aan New York University. Hij werkte van 2009 tot 2011 voor de Amerikaanse regering, en als expert hernieuwbare energie voor BP.

Over minder dan een maand zullen vertegenwoordigers van meer dan 190 landen naar Parijs komen om er tot een akkoord te komen dat de invloed van de mens op het klimaat moet beperken. Maar twee wetenschappelijke realiteiten zullen de effectiviteit van zelfs de meest ambitieuze plannen ondermijnen.

De eerste realiteit is dat koolstofdioxide zich in de atmosfeer verzamelt en daar eeuwenlang zal blijven, terwijl het heel langzaam door planten en de oceanen wordt geabsorbeerd. Een bescheiden daling van de uitstoot zal de stijging van de atmosferische concentratie dus slechts vertragen. Ze kan ze niet voorkomen. Zelfs als we de wereldwijde uitstoot in de volgende vijftig jaar met een heroïsche 20 procent zouden verlagen, zouden we de verwachte verdubbeling van de concentratie met slechts tien jaar vertragen, van 2065 naar 2075.

De tweede wetenschappelijke realiteit heeft te maken met de eigenschappen van de CO2-molecule: de verwarmende invloed van het gas in de atmosfeer verandert niet evenredig met zijn concentratie. Hoe groter de concentratie in de atmosfeer, hoe kleiner de invloed van een daling van de uitstoot. Dit betekent dat het afkoelende effect van een vermindering van de uitstoot met 1 ton in het midden van de 21ste eeuw de helft kleiner is dan dat van dezelfde vermindering in het midden van de 20ste eeuw.

Als gevolg van deze twee wetenschappelijke realiteiten is de beperking van de uitstoot een onhandig instrument om de invloed van de mens op het klimaat aan banden te leggen. Tegelijkertijd bemoeilijken maatschappelijke realiteiten die beperking. De vraag naar energie, die nauw samenhangt met stijgende inkomens en een hoger levenspeil, zal tegen het midden van de eeuw met ongeveer 50 procent toenemen, bevorderd door de economische vooruitgang van de ontwikkelingslanden en een bevolkingsgroei naar ongeveer 9,7 miljard mensen.

Steven E. Koonin. Beeld The New York Times

Fossiele brandstoffen leveren vandaag meer dan 80 procent van de energie die de wereld verbruikt. Ze zijn meestal de goedkoopste en handigste manier om aan de groeiende vraag naar energie te voldoen. We blijven ze op grote schaal gebruiken, want hoewel technologieën als kernsplitsing, koolstofvastlegging of wind- en zonne-energie beter zijn voor het klimaat, hebben ze ook allemaal nadelen die hun grootschalige inzet belemmeren.

Een verbetering van de energie-efficiëntie kan helpen, maar zelfs als de huidige uitstoot per capita in de ontwikkelingswereld slechts zou stijgen van drie ton vandaag naar vijf ton tegen het midden van de eeuw (ongeveer 70 procent van de huidige Europese uitstoot per capita), zou de wereldwijde jaarlijkse uitstoot met 60 procent toenemen.

Als gevolg van deze combinatie van realiteiten is de stabilisatie van de atmosferische concentratie van CO2 - laat staan haar daling - verretoekomstmuziek. Ondanks alle pogingen om de uitstoot te verlagen, zal het nog vele decennia duren voor de invloed van de mens op het klimaat afneemt. Aanpassingsmaatregelen, zoals het verhogen van dijken of de overschakeling naar droogtebestendige gewassen, worden dan ook erg belangrijk. Gelukkig zal er in Parijs ook over aanpassing worden gepraat.

Aanpassing kan effectief zijn. Het kan bovendien proportioneel zijn, afhankelijk van de snelheid waarmee het klimaat verandert. En ze is politiek beter haalbaar, omdat ze geen mondiale consensus vereist en aantoonbare onmiddellijke voordelen oplevert. Als het klimaat snel verandert (zoals dat in het verleden als gevolg van natuurlijke factoren herhaaldelijk is gebeurd) zal aanpassing ongetwijfeld moeilijker worden. Bovendien zal ze net als de beperking van de uitstoot ongelijkheid scheppen - de rijken kunnen zich makkelijker aanpassen dan de armen. De aanpassing van ecosystemen aan een veranderend klimaat zal zorgvuldige monitoring en een beter begrip van de natuurlijke wereld vereisen.

De kritieke rol van aanpassing als reactie op de realiteiten van de klimaatverandering vraagt om een diepere analyse en een luider debat over de aard, de effectiviteit, de timing en de kosten van diverse aanpassingsstrategieën. Maar wat de conferentie in Parijs en andere klimaatakkoorden ook zullen opleveren, de mens zal zich moeten blijven aanpassen, zoals hij dat altijd heeft gedaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden