Vrijdag 24/05/2019
Hilde Van Mieghem. Beeld rv

Column Hilde Van Mieghem

De grijze nonnen met hun versteende harten versterkten mijn rebelse karakter nog

Hilde Van Mieghem gunt ons een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven

Eenenzestig! Het is niet te bevatten.

U raadt het al, ik ben jarig, voor de eenenzestigste keer. Nu ja, ik was jarig. Ondertussen heb ik al een volle week van mijn tweeënzestigste jaar achter de kiezen.

Het klinkt taaier dan ik het bedoel.

Als kind was jarig zijn zowat de hoogdag van het jaar. Althans, dat hoopte ik elke keer weer. Zo ook in het jaar dat ik in Gent op internaat zat. Volgens mijn ouders was mijn verblijf daar noodzakelijk om mijn wilde inborst te temmen. Tevergeefs, zo bleek een jaar later, toen ik eraf gegooid werd. De grijze nonnen met hun versteende harten werkten als olie op vuur en versterkten met hun misselijkmakende schijnheiligheid mijn sowieso al rebelse karakter.

In dat jaar werd ik veertien. Op een woensdag. Ik had al twee dagen lopen pochen tegen de andere ‘inmates’ dat ze wat te zien zouden krijgen die dag: ik zou overspoeld worden met brieven, kaartjes en cadeautjes, ze zouden weleens zien hoe geliefd ik eigenlijk was.

Toen we die woensdagochtend om halfzeven gewekt werden, stond ik al lang aangekleed en wel naast mijn opgedekte bed. Ongeduldig was ik, vol verwachting klopte mijn hart. Eerst nog naar de mis en dan was het zover. Naar de ontbijtzaal. Jarige kinderen werden tijdens het ontbijt in de lawaaierige refter naar voren geroepen. Er werd voor hen gezongen en uit volle borst ‘hiep hiep hoera’ gejuicht, waarna ze hun post en pakjes in ontvangst mochten nemen.

Het geroezemoes zou elk moment stilvallen, wist ik, als mijn naam afgeroepen werd, en dan zou ik fier naar voren lopen. Ik verloor de directrice, die aan een tafel op een verhoog zat en met haar roofdierenblik al dat jonge geweld beteugelde, geen seconde uit het oog. Maar er gebeurde niets. Helemaal niets.

De leerlingen aan de lange tafel waaraan ik zat begonnen te fluisteren en keken me kwaadaardig gniffelend aan. Tot ze zich niet meer inhielden en me hardop uitlachten in mijn gezicht. Waarop het roofdier haar bureau verliet en naar onze tafel kwam. “Wat is het nu weer met u, Van Mieghem”, sprak ze me streng toe. Ik zweeg. “Ze is jarig vandaag en ze dacht dat ze pakjes en kaartjes zou krijgen”, zei een tafelgenote. “Denk er maar eens diep over na waarom dat niet het geval is”, antwoordde de grijze draak terwijl ze het genot om mijn kinderlijke pijn met moeite kon verbergen.

Die avond lag ik leeggehuild voor me uit te staren op mijn bed, toen er plots zachtjes op mijn openstaande slaapkamerdeur geklopt werd. De dikke, gezellige non die nachtdienst had om ons zondige meisjes in de gaten te houden, kwam de kamer binnen. “De directrice was het, geloof ik, vergeten vanmorgen, maar kijk eens wat ik voor je heb!” Ze legde enkele gekreukte brieven en een pakje op mijn bed, streelde me even over mijn haar en zei zacht: “Tegen niemand zeggen, hè.” En toen, terwijl ze de kamer weer uitliep: “Gelukkige verjaardag, Hildeke.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.