Zaterdag 19/06/2021
Paul De Grauwe. Beeld DM
Paul De Grauwe.Beeld DM

ColumnPaul De Grauwe

De Europese begrotingsregels hebben geen enkele geloofwaardigheid en moeten in de prullenmand

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Sinds het begin van de pandemie werden de Europese begrotingsregels tijdelijk opzijgelegd. Dat heeft het mogelijk gemaakt om met de hulp van ingrijpende budgettaire stimulansen de economie te ondersteunen. Zonder de hoge begrotingstekorten die daaruit resulteerden was de economie waarschijnlijk in elkaar geklapt. Die begrotingstekorten waren dus investeringen met een heel hoog rendement.

Vanaf 2022 moeten de begrotingsregels opnieuw worden toegepast, als je het aan Duitse en Nederlandse politici vraagt. De vraag is natuurlijk of het dezelfde regels moeten blijven.

De Europese begrotingsregels zijn gebaseerd op numerieke doelstellingen, zoals de 3 procent-doelstelling voor de begroting, de 60 procent-doelstelling voor de overheidsschuld en de regel inzake begrotingsevenwicht (Schwarze Null in het Duits). Het is nu duidelijk dat deze aanpak heeft gefaald. De reden is heel simpel. Regels die geen wetenschappelijke basis hebben, zullen niet worden gevolgd door gekozen politici die onder druk staan ​​omdat de economie een grote neergang doormaakt. Wanneer miljoenen burgers lijden onder een recessie die minder ernstig kan worden gemaakt door deze onintelligente regels te overtreden, dan zullen die regels in de prullenmand verdwijnen. Als gevolg daarvan hebben deze regels geen enkele geloofwaardigheid.

Er is een tweede reden waarom de Europese begrotingsregels onhoudbaar zijn. Dat heeft te maken met hun top-down karakter. Nationale regeringen worden gecontroleerd en krijgen instructies van de Europese Commissie en de Europese Raad. Dat controlemodel heeft een duidelijke zwakte die als volgt kan worden beschreven. In een democratie berust de macht om te besteden en te belasten bij de parlementen (“geen belasting zonder vertegenwoordiging”). En deze parlementen zijn verantwoording verschuldigd aan de nationale kiezers, die het parlement bij de volgende verkiezingen kunnen straffen.

In het eurogebied berust de bevoegdheid om uit te geven en te belasten voornamelijk bij de nationale parlementen. Wanneer dan een supranationale instelling de beslissingen van deze parlementen probeert te dwarsbomen, ontstaan er problemen. Het belangrijkste is dat deze supranationale instelling (Europese Commissie en Europese Raad) niet wordt geconfronteerd met de politieke kosten van de begrotingsregels die ze probeert af te dwingen. Het zijn de nationale regering en het parlement die deze politieke kosten dragen. Deze kloof tussen degenen die beslissingen nemen en degenen die de politieke kosten van deze beslissingen dragen, is de grootste zwakte van het beheer van de begrotingsregels in de eurozone.

Hoe kan dat probleem opgelost worden? Op twee manieren.

Ten eerste moeten de numerieke regels plaats maken voor een langetermijnanalyse van de houdbaarheid van de overheidsschuld. Dat is een wetenschappelijk analyse-instrument dat de toekomstige verwachte schuldniveaus projecteert – gegeven de huidige prognoses over rentetarieven, inflatie, bbp-groeipercentages en belastingcapaciteit – en dan onderzoekt of het schuldpeil geen neiging vertoont om te ontsporen.

Met een dergelijke duurzaamheidsanalyse kunnen beleidsmakers zich concentreren op de dingen die er echt toe doen, in plaats van te focussen op numerieke doelstellingen voor begrotingstekorten en schuldniveaus. Deze numerieke doelstellingen zijn vaak niet nodig om duurzaamheid te garanderen. Om een ​​voorbeeld te geven. Wanneer men verwacht dat de rentevoet laag zal blijven in vergelijking met de nominale groei van het bbp (groei + inflatie) dan heeft de schuld een neiging om minder snel te stijgen dan het bbp. In dat geval daalt de schuldratio (schuld gedeeld door bbp). Het is dan niet nodig om landen tot bezuinigingen te dwingen om een ​​bepaald numeriek doel van de schuldquote te bereiken.

Het tweede probleem van de gebrekkige politieke legitimiteit van de opgelegde regels kan alleen worden opgelost door over te gaan naar een bottom-up benadering waarin een grotere verantwoordelijkheid wordt gegeven aan nationale instanties om voor budgettaire discipline te zorgen. Een dergelijke ‘her-nationalisering’ van budgettaire discipline zou samen moeten gaan met een aantal institutionele hervormingen die een grotere mate van onafhankelijkheid en gezag geven aan nationale controle-instanties (bij ons de Hoge Raad voor Financiën). In die benadering kan een groepsdruk van andere instellingen, zoals de European Fiscal Board, nuttig zijn.

Of het zover komt is heel onzeker. Geen hervorming van de budgettaire regels is echter geen optie. Bij een volgende crisis zullen de numerieke begrotingsregels opnieuw opzij worden geschoven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234