Dinsdag 23/07/2019

Column

De ene terrorist is de andere niet

Tarik Fraihi. Beeld Tim Dirven

Tarik Fraihi is politiek directeur van Groen en algemeen voorzitter van het Vermeylenfonds. Zijn wisselcolumn met Joachim Pohlmann verschijnt op vrijdag.

Taal is niet vanzelfsprekend. Woorden zijn dynamisch en kunnen een nieuwe betekenis krijgen. De betekenis van woorden heeft een fluïde karakter. Zonder in taalfilosofische frivoliteiten te vervallen, kun je zeggen dat woorden niet onschuldig zijn en taal niet waardevrij is. Een taal leeft en woorden groeien mee. Voor ‘terrorisme’ is dat niet anders. De semantische instabiliteit rond het begrip – volgende week herdenken we trouwens de aanslagen in Brussel – maakt dat het gemakkelijk wordt misbruikt en toont aan dat er machtsverhoudingen in het spel zijn. De teneur van ‘terrorisme’ of ‘terreur’ wordt niet alleen bepaald door de aanslagen die gepleegd worden, maar vooral door de betekenis die we eraan geven. De ene terrorist is de andere niet.

Afhankelijk van de politiek-historische context kan iemand op het ene moment als terrorist bestempeld worden en op een ander moment als vrijheidsstrijder. De overleden Zuid-Afrikaanse leider Nelson Mandela mag vandaag bewierookt worden als een heilige, hij werd lange tijd als terrorist gebrandmerkt. Machthebbers als de toenmalige president van de VS Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher betichtten Mandela en zijn organisatie openlijk van terrorisme. In 1987 proclameerde Thatcher: “Wie denkt dat die (Mandela en het ANC) de regering in Zuid-Afrika gaat leiden, leeft in sprookjesland.” In 1988 beschreef het Pentagon het ANC in een rapport als “een beruchte terroristische groepering”. Vijf jaar later kreeg Mandela de Nobelprijs voor de Vrede. In 1994 werd Mandela president van Zuid-Afrika en kwam het ANC aan de macht. Pas in 2008 beslisten de VS om Mandela en het ANC van hun terreurlijst te schrappen.

Mandela was geen uitzondering. Wie gisteren als terrorist werd afgeschilderd, kan vandaag de Nobelprijs voor de Vrede winnen. Menachem Begin, door de Britse mandaatregering van Palestina gezocht voor terrorisme, kreeg in 1978 de Nobelprijs. Begin stond aan het hoofd van Irgun (ook wel Etsel genoemd), een zionistische militie, en gaf onder meer in 1946 het bevel een bomaanslag te plegen tegen het King David-hotel in Jeruzalem, waarbij 91 mensen omkwamen. Yasser Arafat, decennialang Israëls aartsvijand, kreeg de Nobelprijs in 1994. Omwille van zijn betrokkenheid bij verscheidene aanslagen werd Arafat lange tijd door voornamelijk pro-Israëlische regeringen als terrorist beschouwd.

Nelson Mandela werd in 1994 president van Zuid-Afrika. Hij stierf eind 2013. Beeld REUTERS

Etiketten als terrorisme en terreur zijn vaak subjectief. De kwalificatie hangt nauw samen met politieke macht. Het is de dominante macht die het begrip terrorisme vastlegt. De sterkste bepaalt de spelregels, ook als het gaat over het gebruik van geweld. Wie zich aan de spelregels onttrekt, is slecht. Enkel een tegenstander kan van terrorisme worden beschuldigd. Een medestander is geen terrorist. 

Iemand zoals Luis Posada Carriles wordt door de VS nog steeds niet als een terrorist beschouwd. Posada was in 1976 betrokken bij een aanslag op een Cubaans vliegtuig, waarbij alle 73 inzittenden omkwamen. Hij wordt ook in verband gebracht met een aantal in 1997 in Cuba gepleegde bomaanslagen en een moordpoging op Fidel Castro in 2000. De Cubaan werd in 2005 aangehouden in de VS en in staat van beschuldiging gesteld. Hij verscheen niet voor de rechter voor terrorisme of moord, maar wel voor illegale immigratie. Ondanks het uitleveringsverzoek van diverse Zuid-Amerikaanse landen leeft Posada als een vrij man in de VS. De Amerikaanse autoriteiten weigeren tot op vandaag halsstarrig om hem uit te leveren. Eigen politieke belangen primeren om iemand al dan niet als terrorist te kwalificeren.

Een tendentieuze term als terrorisme heeft, ongeacht de context waarin hij wordt gebruikt, een vernietigend negatieve connotatie. Maar alleen de terreur van de vijand is een onvoorwaardelijk kwaad. Eigen terreur wordt niet als zodanig bestempeld; vaak niet eens herkend als terreur.

Laten we los van semantische spelletjes het vermoorden van mensen om politieke of andere redenen altijd veroordelen. Maakt niet uit of het geweld door vriend of vijand wordt gepleegd. En als we volgende week de aanslagen in Brussel herdenken, laten we dat vooral doen met respect voor de slachtoffers. Wij willen een land blijven waarin we elkaars meningsverschillen niet alleen respecteren maar ook bestrijden met woorden, niet met kogels en bommen. 

Taal is het efficiëntste wapen dat er is. Onze taal is niet alleen een efficiënt maar ook een bijzonder mooi wapen. Of zoals Guido Gezelle het verwoordde: “De Vlaamse taal is wonder zoet, voor die haar geen geweld aandoet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden