Dinsdag 24/11/2020

ColumnWalter Zinzen

De echte crisis is niet bezworen met de komst van het kabinet-De Croo

Walter Zinzen.Beeld rv

Oud-journalist Walter Zinzen overschouwt de politieke actualiteit. Hij doet dat afwisselend met journalist Alain Gerlache en oud-journalist en -politicus Siegfried Bracke.

Zelden is een nieuwe regering met zoveel enthousiasme begroet als het kabinet-De Croo. Dit omwille van de samenstelling, niet het programma. Tot op zekere hoogte kan ik dat enthousiasme delen. 

Ik ben vooral blij met de komst van oude rot Frank Vandenbroucke (sp.a) en mevrouw Zakia Khattabi (Ecolo), de ene voor de opgestoken vinger naar zijn belagers in de eigen partij en de andere voor de opgestoken vinger naar het N-VB (Nieuw-Vlaams Belang), voor de beer en de mest die deze partij in wording over haar gegoten had toen ze kandideerde voor een functie in het Grondwettelijk Hof. Voeg daarbij ook nog mevrouw Meryame Kitir (sp.a) en we hebben twee dames van Marokkaanse oorsprong. Welke zeurpiet roept daar dat de integratie mislukt is?

Dat hebben die partijvoorzitters dus maar mooi geflikt, zou je denken. Werkelijk?

Deze regering is, zoals al haar voorgangers de afgelopen decennia, tot stand gekomen door wat Hugo Schiltz in de jaren 70 al de ‘junta van partijvoorzitters’ noemde. Waar staat in hemelsnaam geschreven dat de premier moet aangewezen en de ministers benoemd worden door een groepje van zeven partijvoorzitters? Waarom doet het parlement dat niet?

Dat de benoeming van ministers een ‘privilege’ zou zijn van de voorzitters, zoals je overal kunt lezen, is een gotspe. In de grondwet staat dat die bevoegdheid de koning toekomt. De voorzitters hebben die bevoegdheid gekaapt zonder de grondwet aan te passen. In een parlementaire democratie horen de regeringsonderhandelaars de fractieleiders te zijn. Moet het regeerakkoord in de eerste plaats door de parlementsleden worden goedgekeurd en niet door partijleden en militanten, die daartoe evenmin gemandateerd zijn als hun voorzitters? Het vertrouwen dat de Kamer de nieuwe regering nu geeft is een lachertje. De fracties stemmen zoals hun partijtop het bepaalt. De nieuwe ministers moeten zelfs geen examen afleggen in het parlement om hun bekwaamheid te bewijzen. In het Amerikaans Congres en in het Europees Parlement is dat wel het geval. Toppunt van antiparlementarisme: de regeringsonderhandelaars maken zelfs uit wie voorzitter van de Kamer wordt! Wie kan zich voorstellen dat degenen, die door het parlement gecontroleerd zouden moeten worden, zelf de voorzitter ervan benoemen?

De macht van de partijbonzen staat in schril contrast met de langzame doodstrijd van de traditionele partijen. Veteraan Johan Vande Lanotte (sp.a) waarschuwde er onlangs voor dat irrelevantie dreigt voor alle democratische partijen in 2024. Dan staan niet minder dan vier verkiezingen op het programma.

Daarmee sluit hij zich aan bij een voorspelling van de Ierse politicoloog Peter Mair. Overal had hij vastgesteld dat de traditionele politieke partijen, die ooit massabewegingen waren met een onderbouwd programma, verworden zijn tot kiesverenigingen, vrijwel zonder leden en zonder binding met de samenleving. Partijen hebben nog uitsluitend contact met de kiezers tijdens verkiezingen, zo noteerde hij al in 2003. Het gevolg is dat ze steeds kleiner worden en uiteindelijk zullen verdwijnen. Ten voordele van populisten en extreemrechts en hier en daar de groenen.

Niemand betwijfelt nog dat Mairs analyse ook op ons land van toepassing is. In Vlaanderen komt de kiesdrempel akelig dichtbij voor zowel christen- als sociaaldemocraten en liberalen. In Wallonië zijn de christendemocraten al zo goed als verdwenen. Voor PS en MR verloopt het stervensproces wat langzamer. Conner Rousseau (sp.a) en Mathias De Clercq (Open Vld) willen hun partij omvormen tot een beweging zonder leden, maar met veel aanhang op de sociale media. Zij beseffen alvast dat de oude vormen en gedachten hun beste tijd gehad hebben. Of het ook succes zal hebben blijft een groot vraagteken. Voor de N-VA dreigt het doemscenario trouwens ook. Ze verschilt in niets meer van de ‘trado’s’ als het over machtsverwerving en politieke benoemingen gaat. Ze maakt gewoon deel uit van de verderfelijke Belgische ziekte die particratie heet.

Het is die particratie die in crisis is. Het zijn de uitgeleefde partijen die niet in staat zijn geweest om ons binnen een redelijke termijn een fatsoenlijke regering te bezorgen en er, volgens Carl Devos, de lelijkste formatie uit de geschiedenis op hebben zitten. Die crisis, de échte, is niet bezworen met de komst van het kabinet-De Croo.

Maar wie weet? De premier heeft beloofd met respect te zullen handelen. Hopelijk geldt dat respect ook voor de verkozen vertegenwoordiging van het volk. Dat zou meteen ook de democratie versterken. Zoniet, dan wacht ons de komst van een Vlaamse Victor Orbán. Zo één die niet kan loochenen dat hij van Grieken afstamt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234