Maandag 06/04/2020

Opinie

De Dwaalunie

Stijn De Paepe.Beeld rv

Stijn De Paepe schrijft als 'moderne rederijker' dagelijks een dagvers in deze krant en is docent Nederlands aan de Arteveldehogeschool.

Daar hadden we de Taalunie weer! Bij monde van haar algemeen secretaris Hans Bennis opperde die nog maar eens een lollig ideetje. Aangaande taal, dat spreekt. Of het niet handig en wenselijk zou zijn om in krantenartikelen met smileys aan de slag te gaan en met ondingen als ‘het uitroep- en vraagteken’. (DM 8/5)

Een futiel gedachtetje, zoals dat nu eenmaal te verwachten valt van een instituut dat ooit wel eens wat zal hebben betekend voor het Nederlands, maar ondertussen niet meer goed weet wat te doen en wellicht met een comiteetje van een drietal taalhobbyisten ook wel uit de voeten zou kunnen.

Gedachtetjes, ideetjes...  ‘Hun hebben’ vindt zo’n Bennis bijvoorbeeld wel iets hebben en spelling vindt-ie oninteressant.

Fors betoelaagd instellinkje

Een prijsje toekennen. Een artikeltje plegen. Wat websites onderhouden. Voor het overige focust dit nochtans fors betoelaagde instellinkje zich voornamelijk op gedane zaken, waar het af en toe eens lichtjes aan morrelt.

Laat mij nu maar eens één ding noemen waarmee zo’n Unie zich wel degelijk ernstig zou kunnen bezighouden, namelijk houvast bieden aan standaardtaalgebuikers. Maar net dáár houdt ze haar handen tegenwoordig vanaf. Uitroep- en vraagteken.

Dat is, meen ik, een grote vergissing.

Aangezien alles vandaag rekkelijk, relatief en redelijk morsig mag, heeft de Taalunie op zekere dag beslist dat het tijd werd om de standaardtaal van haar sokkel te keilen. Het idee: we halen er een hoop ‘professionele taalgebruikers’ bij, leggen een amalgaam aan zinnen voor waarin zowel ondubbelzinnige standaardtalige formuleringen voorkomen, als varianten die op dat moment als tussen-, spreek- of incorrecte taal gelden. Als een meerderheid van ‘taalprofessionals’ een variant aanvoelt als zijnde ‘Algemeen Nederlands’, dan harken we die bij de standaardtaal.

Zo zet de Taalunie de standaard eigenhandig op de helling. Op gezette tijdstippen collectioneert ze een bloemlezing blunders, legt die voor aan zo’n panel en daar druppelt dan telkens wat meer rekkelijkheid uit voort. Alsof iemand daarop zit te wachten.

Onlangs ontspon zich op Twitter een lekker uitwaaierende discussie met onder meer uw dienaar en taaladviseur Ruud Hendrickx, verbonden aan de VRT en nogal verknocht aan de Taalunie. Aanleiding was een uitspraak van de ei zo na onfeilbare barones Mia Doornaert, die het over een ‘stadium’ had waar het ‘stadion’ had moeten zijn. Dat hoor je wel vaker, maar als Hare Hoogheid – die ‘live on television’ andermans vermeende taalfouten corrigeert – zich vergaloppeert, spitsen taalgevoeligen de oren. Gevolg was een ‘draadje’ waarin de draak werd gestoken met het feit dat heel wat ‘taalfouten’ tegenwoordig door Hendrickx en zijn Unie worden aangezien als Standaardnederlands.

Een proper huis

Zo kun je tegenwoordig rustig met iets akkoord ‘zijn’. Je kunt je ‘verwachten aan’ dingen. Vuilbak is net zo goed AN als vuilnisbak. Je mag kiezen tussen ‘hij gaat er zijn’ en ‘hij zal er zijn’. Durven is met ‘te’, maar we durven ook zonder ‘te’ toe (te) laten. Het huis is proper. Het feest is gedaan. Ze namen om beurt hun gerief. Het huis is vernist. Enz. Allemaal standaardtaal in België – zoals dat dan heet.

Nu is er toch niets helderders dan de opdeling dialect – tussentaal – AN? De ene variant is niet beter dan de andere, maar ze hebben elk hun duidelijk statuut. En bijvoorbeeld op school en in duidingsprogramma’s op de openbare omroep hanteert men AN. Daarbuiten doet ieder wat hij wil. Netjes. De consensus eromheen zorgde voor een zeker comfort. Voor leraren, taalleerders, anderstaligen, omroepers, enzovoort.

Om de zoveel tijd een poll organiseren waardoor de grens tussen tussen- en standaardtaal vervaagt, helpt taalgebruikers niet bepaald vooruit.

Een tweede probleem: wie zijn die professionele taalgebruikers in zo’n panel? Kunnen we die wel als zodanig beschouwen? Dat blijken namelijk ook advocaten te zijn, en leraren. Mensen die taal gebruiken dus. Professionals die om den brode spreken en schrijven. Wie al genoeg wetsdienaren en onderwijzend personeel heeft aangehoord of erop nagelezen, weet echter dat bepaald niet ieder van hen correcte, gesoigneerde taal hoog in het vaandel draagt. Walter Damen nog aan toe: niet alle advocaten zijn Pieten Van Eeckhout en Jefs Vermassen.

Professionele taalgebruikers zijn veeleer taalleraren en -professoren, vertalers, journalisten, nieuwslezers en redacteurs. Nu wordt de verloedering gewikt en gewogen door medeverloederaars.

Binnen afzienbare tijd legt Hare Unie een zin voor als “Er was een kindje die door zijn vader drie keer werd geslaan.” Je kunt er gif op innemen dat het ‘standaardtaal in België’ zal zijn in 2025.

Taal evolueert dus niet alleen, men zet die evolutie ook op artificiële wijze in gang. En daar kunnen we maar één ding op zeggen: :-( !?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234