Zaterdag 17/08/2019

In memoriam

De dood van Agnetha Fältskog zou een stukje van mij wegvegen

Agnetha Fältskog: moge de blonde van ABBA ook 2019 heelhuids doorkomen. Beeld Redferns

‘In memoriam’-schrijver Jean-Paul Mulders balsemt in Zeno wekelijks een dode. Op de rand van een nieuw jaar hoopt hij van enkele van zijn helden dat ze nog even wachten met hun hoofd op de ‘kussenachtige zachtheid’ neer te leggen. 

De dood is nooit erg populair geweest bij de levenden. Onze afkeer van de weg van alle vlees is begrijpelijk. Niettemin vroeg Yves Desmet mij, in de tijd dat de dieren nog spraken, om wekelijks de necrologie te schrijven van een boeiende mens die de pijp aan Maarten had gegeven. De Angelsaksische kranten noemen zoiets een obituary – van het Latijnse obit: hij is heengegaan.

Het was 1999, bijna een generatie geleden. Ik ken vrouwen die toen zijn geboren en die mij nu de adem benemen. Hoeveel mensen zijn er sindsdien heengegaan op deze zotte wereldbol? ‘Een exact aantal kan men hierop niet kleven’, lees ik. ‘Een goede schatting is dat er op dit moment per dag ruim 370.000 mensen worden geboren en er bijna 160.000 sterven. De meest betrouwbare schattingen komen uit de World Population Prospects van de Verenigde Naties.’

Elke dag 160.000 doden: dat betekent dat er de afgelopen twintig jaar zo’n slordige 1.168.000.000 zielen zijn verdwenen in – zoals schrijfster Ruth Ozeki dat noemt – de kussen­achtige zachtheid van de eeuwigheid. Van dat indrukwekkende aantal heb ik er een klein deel met woorden ­gebalsemd. Meestal waren dat boeiende exemplaren, die zich ophielden in de ­coulissen van de wereldgeschiedenis.

Ik herinner mij de uitvinder van de lavalamp, ik herinner mij de kokkin van Elvis Presley. The King haalde haar ’s nachts uit bed om weerzinwekkende dingen te bereiden. Ik herinner mij een dappere Russische pilote die, in de Tweede Wereldoorlog, Messerschmitts aanviel met een vliegtuig van latten en zeildoek. Zij was toen een jaar of twintig. Op haar oude dag zat zij vaak in het duister voor zich uit te staren. “Natasja”, prevelde ze dan, “hoe heb jij dat in godsnaam ­aangedurfd?”

Soms kreeg ik kippenvel van die verhalen. Soms zat ik aan mijn werktafel met tranen in de ogen. Soms was ik verbluft, soms verontwaardigd. ‘Niets dan goeds over de doden’: geen motto vind ik saaier. Liever zag ik hartstochten en schurkenstreken boven water komen. Over de dood schrijven had ook iets van een bezwering: als ik respect voor hem toon, zal hij mij misschien langer ­ongemoeid laten. Magisch denken, dat natuurlijk niets uithaalt.

In 2018 is er weer een stoet beroemd volk heengegaan: van Charles Aznavour en Philip Roth tot Stephen Hawking en Aretha Franklin. Geen van die mensen heb ik zelf gekend. Toch liet hun ­verdwijning mij niet onbewogen. Ik rouwde niet om hen, maar om het stuk van mezelf dat zij met zich in het graf meenamen. In het geval van Ingvar Kamprad waren dat gezellige uren als ruziënd koppel bij het ineenschroeven van een IKEA-meubel.

Ik denk aan Herman Brusselmans, ik denk aan Jeroen Brouwers, van wie ik de boeken heb verslonden. Ik denk aan Michail Gorbatsjov, aan Arnold Schwarzenegger en aan Andrew Eldritch van The Sisters of Mercy. Ik hoop dat zij nog wachten voor ze hun hoofd op de kussenachtige zachtheid neervlijen.

Ik denk aan Agnetha Fältskog, bekend als de blonde van ABBA. Ook haar dood zou een stukje van mij wegvegen.

Ik denk aan de woorden van Epicurus: ‘Heb geen angst voor de dood. Want zolang wij er zijn, is de dood er niet en als de dood er is, zijn wij er niet meer.’

Voor de necroloog is die uitspraak onbegrijpelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden