Maandag 03/08/2020

Brief van de dag

De dode hoek van het verkeersbeleid

Jonas Van Mulder.Beeld rv

Jonas Van Mulder is fietser en historicus.

Een week geleden werd in mijn wijk een jonge fietser doodgereden op een kruispunt waar ik zelf al meermaals de remmen heb moeten dichtknijpen om een aanrijding met een achteloos afslaande wagen te vermijden. Het slachtoffer was 27, iets jonger dan ikzelf. 

De in cellofaan gewikkelde bloemen op de middenberm beginnen inmiddels te verwelken, het verkeer raast door. In een belangrijk opiniestuk, ‘Voor Evelien, en die 20.081 andere verkeersdoden’ (De Morgen, 7/10) greep verkeersdeskundige Dirk Lauwers (UGent) het ongeval aan om het gebrek aan sense of urgency bij beleidsverantwoordelijken inzake verkeersonveiligheid van fietsers en voetgangers aan te kaarten. Oprecht, gewetensvol en met choquerende cijfers, daar niet van, maar zijn academische en diplomatische discours blijft aan de oppervlakte en laat de lezer met vragen zitten. Enkele bedenkingen van een leek in de verkeerskunde die in Antwerpen dagelijks tegen structurele wegproblemen opfietst.

Het slachtoffer kreeg groen licht en werd aangereden door een voertuig dat op datzelfde moment eveneens het licht op groen had. Een even alledaagse als bizarre verkeersituatie. Als oplossing bepleit Lauwers, enigszins cryptisch, de implementering van een ‘conflictvrije verkeerslichtenregeling’ voor rechts afslaand verkeer. Vermoedelijk bedoelt hij daarmee dat wanneer fietsers en voetgangers groen licht krijgen, het licht voor afslaande autobestuurders op rood blijft. Vreemd toch, dat een dergelijke regeling anno 2017 nog niet op elk kruispunt van toepassing is? Is de bestaansreden van al die verkeerslichten dan niet precies dat ze weggebruikers toelaten om manoeuvres uit te voeren zonder dat ze daarbij op andere weggebruikers inrijden? Van Lauwers leer ik dat een dergelijke regeling als ‘standaard’ al lang bestaat voor links afslaande wagens. Waarom niet voor rechts afslaande wagens? Is het dan verkeerstechnisch gezien plausibeler dat automobilisten voetgangers of fietsers langs links aanrijden? 

Lauwers suggereert ook om ‘urgentieteams’ op te richten die bij elk dodelijk verkeersongeval ter plekke oplossingen moeten ‘formuleren’ en dat men die vervolgens zo snel mogelijk moet ‘implementeren’. Goed, maar waarom wachten op een nieuw dodelijk ongeval om evidente conclusies te trekken en even evidente maatregelen te nemen? Wat weerhoudt onze beleidsmakers ervan om verkeerslichten beter te programmeren?

Het treurige antwoord op deze vraag verschuilt zich reeds in Lauwers’ opiniestuk: alles draait om de ‘doorstromingskwaliteit [voor auto’s]’. In Antwerpen (en bij uitbreiding in de meeste andere Europese steden) is de openbare weg tot op heden grotendeels ingericht vanuit het perspectief van de automobilist. Terwijl men in Kopenhagen en andere Deense steden volop experimenteert met green waves voor fietsers, zijn verkeerslichten in Antwerpen louter afgesteld op de doorstroming van gemotoriseerd verkeer. 

Dat je als gevolg van die beleidskeuze als fietser op de fietsostrade tussen Berchem- en Centraal Station zeven keer voor een rood verkeerslicht staat te wachten om autoverkeer door te laten, valt nog te relativeren. Maar dat beleidsmakers verkiezen om zo veel mogelijk auto’s links en rechts te laten ‘doorstromen’, en niet om ze een halve minuut langer te laten wachten, met het permanent aanwezige gevaar dat deze auto’s inrijden op overstekende fietsers en voetgangers, is simpelweg onaanvaardbaar. Elk groen verkeerslicht op een kruispunt als dat van Plantin en Moretuslei-Simonsstraat leidt zo immers een potentiële aanrijding in. Gaandeweg, allicht door een combinatie van gewenning en protestmoeheid, zijn we aan dit soort van levensbedreigende situaties gewend geraakt. Het wordt echter dringend tijd dat we de openbare ruimte van dergelijke anomalieën beginnen te verlossen.

Lauwers weet dat het bewuste kruispunt al decennia bekendstaat als een probleempunt. Hij weet allicht ook dat dit kruispunt slechts het zenuwuiteinde is van een probleem dat veel verder reikt. De Plantin en Moretuslei is namelijk één van die typische dichtgeslibde stedelijke hartslagaders. De problemen beginnen reeds bij het totaal wanordelijke knooppunt van de E19 aan de Luitenant Lippenslaan, waar verkeerslichten noch agenten erin slagen de dagelijkse chaos te bedwingen. Voorbij de Buitensingel wordt dit kluwen verkeersellende uitgebraakt richting stadscentrum, in de fuik van de smalle Plantin en Moretuslei. Daar deelt de autobestuurder het wegdek met andere gefrustreerde chauffeurs, met in- en afslaande kamikaze-piloten, met halthoudende en weer optrekkende lijnbussen. Op het kruispunt met de Van Den Nestlei stuit deze autobestuurder op de al even frenetieke meute die net daarvoor de Belgiëlei heeft overleefd, en die ondanks donkerrode verkeerslichten toch tracht mee te glippen met de westwaartse stroom. Hij vloekt en foetert, maar ziet dan eindelijk het groene licht aan het einde van de spoorwegtunnel. Hij drukt plankgas, zwaait zonder omzien rechtsaf de Simonsstraat in, en schept een weerloze fietser van de fietsstrook op het wegdek.

Complexe verkeerskundige problemen als de Plantin en Moretuslei oplossen is beslist geen sinecure. Om kwetsbare weggebruikers beter te beschermen ligt echter een oplossing voor de hand die even banaal is als doeltreffend: houd inslaande wagens met rode lichten weg van fietsstroken en zebrapaden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234