Dinsdag 11/05/2021

OpinieTimothy Colleman e.a.

De denkers achter de ‘versoepelde’ grammaticaregels: ‘Mag het iets genuanceerder, alsjeblief?’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Een pleidooi voor meer nuance in de oververhitte discussie rond ‘taalversoepelingen’. Door Timothy Colleman (UGent) en anderen.

Stel, er is iemand die een nieuw woordenboek van het Nederlands wil maken. En stel, die persoon komt de woorden arts, dokter, geneeskundige en medicus tegen en zegt bij zichzelf: “Vier woorden met min of meer dezelfde betekenis, dat mag niet: ik leg bij deze vast dat alleen arts goed is, die andere woorden komen niet in mijn woordenboek.” Geen mens zou zo’n woordenboek aanschaffen, het zou een belachelijke onderneming zijn. We aanvaarden allemaal dat het Nederlands, zoals elke taal, vaak meerdere woorden heeft voor hetzelfde begrip: tussen die vier woorden van zonet zijn er subtiele verschillen in gebruiks- en gevoelswaarde (bv. geneeskundige is een formeel woord; medicus heeft een ‘professionele’ bijklank), maar ze zijn allemaal goed Nederlands.

Als het op grammaticale kwesties aankomt, ligt het voor velen blijkbaar ineens een heel stuk gevoeliger dat er vaak meer dan één mogelijkheid is – dat bewijzen de vele verontruste en verontwaardigde reacties op de berichtgeving vorige week over de nieuwe, derde editie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) en de ‘versoepelingen’ daarin. Alsof de taalkundigen beslist hebben het Nederlands maar ten grave te dragen.

Uit zulke reacties blijkt dat veel taalgebruikers een verkeerd beeld hebben van wat een grammatica is. De ANS is een descriptieve grammatica: dat wil zeggen dat we de duizenden grammaticale vormen en structuren die in het hedendaagse Nederlands voorkomen, beschrijven. We laten dus zien hoe al die grammaticale vormen worden gebruikt: in de formele maar ook in de wat informelere taal, in het Nederlandse Nederlands maar ook in het Belgische of Surinaamse Nederlands. Sommige constructies komen we overal in het Nederlands tegen. Andere komen vooral voor in bepaalde soorten taalgebruik, die krijgen een beschrijvend label (bv. “informeel”). De ANS is echter helemaal niet bedoeld om de taalgebruikers te dicteren wat ze wel en niet ‘mogen zeggen’. Grammaticale regels kun je proberen af te leiden uit het gebruik, je kunt ze niet zelf creëren aan de tekentafel: we kunnen en willen dus helemaal geen regels invoeren of opheffen of grammaticale wijzigingen decreteren.

Tot die vele grammaticale vormen die in de ANS aan bod komen, behoren enkele klassiekers, zoals groter als of groter dan, hen of hun, enzovoort. Dat zijn gevalletjes waarop, vaak om toevallige redenen, in taaladviesboeken uit vervlogen tijden nogal sterk gehamerd werd. Veel taalgebruikers hebben vroeger zelf moeten leren hoe het in zulke gevallen ‘moest’. De beschrijving in de ANS laat zien dat ook in die gevallen de realiteit van het taalgebruik dikwijls complexer is dan louter een kwestie van goed en fout. Bijvoorbeeld, we zeggen dat ‘groter als’ geen gruwelijke grammaticale aberratie is, maar een vorm die (al heel lang, trouwens) vaak wordt gebruikt in de wat informelere taal. We zeggen daar meteen ook bij dat veel taalgebruikers vinden dat in de verzorgde schrijftaal groter dan de ‘nettere’ vorm is. Je moet al van slechte wil zijn om in zulke genuanceerde beschrijvingen een grote knieval voor de permissiviteit te lezen. Overigens, wat we over dan en als zeggen, verschilt nauwelijks van wat daarover in 1984 al in de allereerste editie van de ANS stond – die specifieke kwestie werd ook toen al met veel nuance beschreven.

Een en ander laat vooral zien dat er in het debat over taal in Vlaanderen nog altijd een grote krampachtigheid heerst. We zijn met zijn allen erg gefixeerd op ‘fouten’, we zijn ervan overtuigd dat de vormen die we er vroeger op de middelbare school zelf ingedramd hebben gekregen de enige juiste zijn, en we vinden iedereen die een andere grammaticale variant dan wij zou durven te gebruiken een dommerik die het niet begrijpt. Het wordt tijd dat taalgebruikers wat loskomen van dat eeuwige verhaal van goed en fout en niets daartussen – van dat “taalfoutenfetisjisme”, zoals Rik Vosters het zaterdag in deze krant noemde. De grammatica van het Nederlands bestaat uit een hele waaier aan vormen en varianten van allerlei slag, en al die grammaticale rijkdom wordt in de ANS beschreven. Doe er uw voordeel mee!

Meer informatie over de ANS: e-ans.ivdnt.org

Timothy Colleman (UGent), Ronny Boogaart (LUCL Leiden), Johan De Caluwe (UGent), Walter Haeseryn (Radboud Universiteit), Frank Landsbergen (Instituut v/d Nederlandse Taal), Ton van der Wouden (Meertens Instituut), Johan Van Hoorde (Nederlandse Taalunie), Freek Van de Velde (KU Leuven) medewerkers aan de nieuwe ANS

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234