Zondag 25/07/2021

OpinieJavier Corrales

De dag dat de Cubanen niet langer bang waren

Een man kijkt op zijn gsm, voor de kruidenier staat een lange rij: na de protesten in Cuba is het voorlopig weer kalm in Havana. Beeld AP
Een man kijkt op zijn gsm, voor de kruidenier staat een lange rij: na de protesten in Cuba is het voorlopig weer kalm in Havana.Beeld AP

Javier Corrales is voorzitter afdeling politieke wetenschappen aan Amherst College, en auteur van Fixing Democracy. Hij volgt Latijns-Amerikaanse revoluties al ruim twee decennia.

Zondag kwamen de Cubanen onverwacht op straat. Tienduizenden mensen riepen om vrijheid en eten – twee eisen die het probleem met de oudste Latijns-Amerikaanse dictatuur perfect samenvatten.

Sinds meer dan zestig jaar ontzegt het Cubaanse regime zijn volk de elementaire behoeften van de geest en van het lichaam. Het handelsembargo van de Verenigde Staten, dat al bijna even lang duurt, heeft natuurlijk niet geholpen, maar de beperkingen die de overheid de piepkleine privésector oplegt, hebben nog meer pijn gedaan. Bedrijven, ook kruidenierszaken en restaurants, kunnen geen bankleningen nemen en geen producten importeren. Voedsel heeft altijd op de bon gestaan en met de pandemie zijn de beperkingen nog strenger geworden.

De klachten zijn oud maar de demonstraties van zondag hadden iets nieuws: hun omvang. Voor het eerst werd overal op het eiland spontaan betoogd, ook in de kleine steden op het platteland.

Vroeger bleven de protesten beperkt tot kleine groepen, meestal in Havana. De gewone Cubanen waren misschien boos maar bleven liever zowel fysiek als politiek uit de buurt van de betogers. Elke uitdrukking van solidariteit is gewoon te gevaarlijk. Voor je het weet, verlies je je baan of word je opgepakt.

Maar zondag leek die collectieve angst verzwonden. De solidariteit won het van de voorzichtigheid van de Cubanen.

De regering reageerde zoals ze dat altijd doet, met repressie. President Miguel Díaz-Canel liet zijn veiligheidstroepen op de protesten los en riep de communistische burgers op om ‘de revolutie te verdedigen’.

De huidige protesten doen denken aan die van 1994, toen honderden mensen in Havana op de been kwamen om tegen de economische depressie te betogen. Vandaag net als toen gaat het slecht met de Cubaanse economie omdat haar belangrijkste bron van geld en olie – de voormalige Sovjet-Unie in het begin van de jaren 1990, Venezuela sinds 2016 – het laat afweten. Net als toen zijn stroomonderbrekingen dagelijkse kost. Net als toen is de economie al vijf jaar aan het krimpen.

De hervormingen in de richting van een markteconomie die de Cubaanse staat heeft doorgevoerd, zijn te schuchter, zodat de meeste Cubanen er niet van profiteren. Ze weten dat de maatregelen een handvol bevoorrechte mensen rijk maken terwijl de rest niets krijgt.

Maar de protesten van zondag speelden zich af in een heel ander Cuba dan dat van de jaren 1990. De mensen hebben smartphones en wifi. Toen de betogingen overal in het land begonnen, konden de Cubanen ze live volgen.

De demonstraties begonnen in San Antonio de los Baños, een stad niet ver van Havana. Op Facebook Live verschenen video’s van de betogingen en van het harde optreden van de veiligheidstroepen. En opeens explodeerden de protesten overal in het land. Gewone Cubanen, vaak mensen met weinig belangstelling voor politiek, sloten zich aan bij het verzet.

De regering heeft de toegang tot de sociale mediasites nu geblokkeerd, maar het protest houdt aan.

Een ander verschil is de pandemie, die het falen van het gezondheidssysteem aan het licht heeft gebracht. Er zijn te weinig ziekenhuisbedden en te veel artsen werken in het buitenland voor de medische missies van de staat – vaak tegen hun wil. Ongeveer 26,4 procent van de bevolking is gevaccineerd.

Misschien vindt de beweging ook inspiratie in Latijns-Amerika, waar de protesten sinds 2019 exploderen. Dichter bij huis verzet de San Isidro-beweging, een groep kunstenaars, zich sinds eind vorig jaar tegen de onderdrukking van de artistieke vrijheid door de staat. Uit die beweging is een Cubaanse hiphopsong ontstaan, ‘Patria y Vida’, ‘vaderland en leven’, een antwoord op Fidel Castro’s slogan “het vaderland of de dood’. dood”. De song is zes miljoen keer op YouTube bekeken en is nu het lied van de demonstraties.

Apotheker in Havana, Cuba. Beeld AP
Apotheker in Havana, Cuba.Beeld AP

Verkeert het regime in gevaar? Nee. De regering heeft de kunst van de repressie geperfectioneerd, met veiligheidstroepen naar het Sovjetmodel, wijkwachten en als burgers verkleed geboefte dat betaald wordt door de staat.

Toch kunnen de protesten van zondag een keerpunt zijn. Zoals veel Cubanen zondag scandeerden: “Wij zijn niet langer bang”.

Niemand weet hoe het zal aflopen. In de volgende dagen komen er waarschijnlijk meer arrestaties en zou het protest zijn energie kunnen verliezen. Maar de mensen hebben luid en duidelijk gesproken. Met meer vrijheden kunnen ze een sterker land bouwen, met meer voedsel kunnen ze overleven en beter leven. “Vaderland en leven”, meer willen ze niet.

© 2021 The New York Times Company

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234