Dinsdag 02/03/2021

OpinieBart Cammaerts

De Britten hebben een gat gegraven waar ze niet meer uit kunnen zonder zwaar gezichtsverlies

Vrachtwagens geparkeerd in Dover, op de tweede dag sinds Frankrijk de grens met het VK sloot.  Beeld Photo News
Vrachtwagens geparkeerd in Dover, op de tweede dag sinds Frankrijk de grens met het VK sloot.Beeld Photo News

Bart Cammaerts is hoogleraar Politiek en Communicatie aan de London School of Economics and Political Science (LSE)

Terwijl veel Britten momenteel eerder bezorgd zijn over de verstrengde maatregelen om het gemuteerde virus in te dijken en Dover een voorsmaakje krijgt van de chaos in het nieuwe jaar, wordt de vraag ‘To deal or not to deal?’ alsmaar prangender. 

Op het eerste gezicht lijkt dat een vrij retorische vraag, omdat beide partijen een enorm economisch belang hebben bij het sluiten van een handelsakkoord; het is zoals men dat zo mooi zegt een win-win-situatie. Maar, zo eenvoudig ligt het uiteraard niet, anders was er al lang een akkoord gesloten. Tegelijkertijd is het economische verlies van een no deal voor het Verenigd Koninkrijk (VK) veel groter dan voor de Europese Unie (EU), dus zou je denken dat het VK er meer belang bij heeft om een akkoord te sluiten.

We mogen evenwel niet dezelfde redeneerfout maken als de Britten, die het Europese verhaal steevast in puur utilitaristische en economische termen bekeken. Net zoals Europa ook een politieke en belangrijke symbolische dimensie heeft, zijn de scheidingsonderhandelingen tussen het VK en de EU ook niet louter te bevatten met rationaliteit en in functie van economische belangen.

De Britten hebben een gat gegraven waar ze niet meer uit kunnen zonder serieus gezichtsverlies, en worden eindelijk echt geconfronteerd met de harde en logische consequentie van hun zelf-verwondende beslissing, namelijk dat je geen betere voorwaarden kan krijgen buiten de club dan binnen de club, dat een goede deal niet bestaat voor hen, en dat de EU veel betere kaarten in handen heeft dan zij.

Wat politiek ook meespeelt is het interne conflict binnen de Britse Tory partij tussen pragmatici en dogmatici, tussen zij die een stabiel, gereguleerd en ordentelijk kapitalisme voorstaan en zij die chaos en onzekerheid als een opportuniteit zien. Dat verklaart waarom de werkgeversorganisatie Confederation of British Industry (CBI), die eerder een proponent is van het eerste, lijnrecht staat tegenover de miljardairs die de Leave-campagne en de Tory partij gefinancierd hebben en baat hebben bij het creëren van een Britse ‘vrijstaat’ in plaats van een Europese satellietstaat die buiten de EU staat maar toch gebonden is aan de EU-regelgeving.

We mogen uiteraard ook de Covid-19 pandemie niet vergeten, want jawel, hoe kan het ook anders, die speelt ook een rol in deze. De economische en sociale crisis die het gevolg is (en in de toekomst nog meer zal zijn) van de draconische maatregelen die genomen zijn om de pandemie te bestrijden, komt de dogmatici in de Britse regering paradoxaal genoeg goed uit. Het laat hen namelijk toe om de desastreuze economische gevolgen van een no deal te maskeren en onder de Covid-mat te vegen.

Tenslotte is er ook het heikele punt van de visserij en toegang tot de Britse wateren. De vis ‘industrie’ vertegenwoordigt zo’n 0.1 procent van het Britse GDP en zelfs een lager percentage qua werkgelegenheid, het VK exporteert ook 80 procent van de vis die ze vangen en importeert 70 procent van de vis die ze consumeren. Echter, zoals ik eerder al aangaf gaat ook dit al lang niet meer over louter economische belangen, maar heeft ook dit dossier een grote symbolische en politieke waarde, zowel voor het VK als voor vele EU-landen met een kustlijn. Vissers zijn hechte gemeenschappen en vaak erg belangrijk in bepaalde kustgebieden, er hangt ook iets romantische en emotioneel aan de visserij. Bovendien gaat dit ook weer over soevereiniteit – laten we niet vergeten dat jingoistische Britten nog steeds graag uit volle borst: ‘Rule, Britannia! Britannia, rule the waves! Britons never, never, never shall be slaves’ zingen.

Het probleem is echter dat Britannia al lang niet meer over de golven heerst en dat soevereiniteit in de huidige als maar meer geïnterconnecteerde wereldeconomie een hol begrip is geworden. Als de Britse dogmatici hun zin krijgen en het VK dus terugvalt op WTO-tarieven betekent dit dat de meeste geïmporteerde producten duurder zullen worden en vooral dat de Britse export naar de EU en hun dienstensector ook duurder zullen worden. 

De Londen School of Economics berekende dat dit neerkomt op een gemiddeld inkomensverlies van zo’n 2.5 procent per persoon en een reductie van het BNP van zo’n 3.5 procent. Die zware prijs zal de elite die hierover beslist niet voelen, maar de Britse middenklasse en de zwakkeren in de Britse samenleving wel en die prijs zal ook disproportioneel hoger zijn voor armere gebieden in het VK, die overigens paradoxaal ook massaal voor Brexit gestemd hebben.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234