Woensdag 26/06/2019

Column

De boel verzieken, dat is de core­business van de witte-jassensector niet. Ze zijn er voor ons, niet voor zichzelf

Marc Didden is columnist en filmmaker. Onder de noemer R-E-S-P-E-C-T schrijft hij wekelijks over wie en wat hem heeft ontroerd.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

Omdat er af en toe wat hapert aan mijn binnenwerk, begeef ik me wel eens, met behulp van twee metrolijnen en één bus, in de richting van het Academisch Ziekenhuis van Brussel. Een plek die wij zieke mensen nog altijd liever omschrijven als zijnde het UZ van Jette, wat toch iets poëtischer klinkt, ook al omdat het rijmt.

Ik zal u niet verbergen dat Jette niet mijn favoriete reisbestemming is. Al hangt er zeker een soort van exotische charme vast aan plaatsnamen als ‘Graaf van Vlaanderen’, ‘Zwarte Vijvers’, ‘Osseghem’, ‘De Rivieren’ of ‘Oude Afspanning’, die ik allemaal onderweg naar het hospitaal passeer. Ondanks de korte afstand die het centrum van mijn stad scheidt van haar UZ, duurt de reis ernaar toch altijd lang. Dat komt mij eerder goed uit. Enige aanleg voor uitstelgedrag is mij namelijk niet vreemd. Met als gevolg een goed gevoel: hoe later ik de gezondheidsfabriek mijner dromen betreed, hoe beter ik dat vind!

Ook al omdat ik tevens aan een ander klein syndroom lijd en dat laat zich dan weer het best omschrijven als drempelvrees. Het overvalt mij telkens wanneer ik om privé- of beroeps­redenen concert­gebouwen, theaters, overheids­instellingen, grootwarenhuizen, trein- of metrostations, luchthavens of radio- en tv-studio’s moet betreden. Mijn knieën gaan ervan knikken, mijn rug begint te zweten, mijn keel wordt gortdroog. Ik word ook zenuwachtig wanneer ik door het gegiechel en de walm moet waden die smirters nu overal waar ze buiten staan denken te moeten verspreiden.

Maar zodra ik binnen ben, komt de rust vanzelf terug. Gebouwen als die welke ik hierboven beschrijf, blijken in de regel vaak vol aardige mensen te zitten.

Een smile bij de balie, een hoofdknikje in de lift, een aardig woordje terwijl je door ellendig lange gangen laveert, het zijn even­zoveel balsems op de ziel.

Vooral in ziekenhuizen valt het mij op hoe het schromelijk overbevraagde en schandelijk onderbetaalde personeel er altijd weer in slaagt om van bange mannen en vrouwen in een mum van tijd weer patente patiënten te maken: mensen die kleine of grote schade aan lichaam of geest opgelopen hebben en daar door wildvreemden doorheen geholpen worden in ruil voor een niet eens altijd uitgesproken “bedankt en merci”. Ik sta stokstijf van bewondering telkens als ik ondervind of gadesla met welke ernst, welke betrokkenheid, welke beroeps­trots mensen uit de witte­jassen­sector voor andere mensen zorgen.

Ik koester ook niets dan respect voor hen wanneer ik hen, zoals afgelopen dinsdag het geval was, door de straten van de hoofdstad zie lopen bij wijze van protest, met hun rode, groene of blauwe sjaals om de nek. Ze doen dat op dezelfde waardige wijze als die waarop ze hun beroep uitoefenen. Zonder gebral en gelal, zonder zich op de borst te kloppen, zonder het leven van andere burgers met voetzoekers en triljoenen bierblikjes te verzieken. Ze doen dat rustig en daardoor efficiënt. En de boel verzieken, tja, dat is al helemaal hun core­business niet. Ze zijn er voor ons, niet voor zichzelf.

De titel ‘Brusselaar van het Jaar’ is er een die, zoals alle andere titels, eigenlijk helemaal niets betekent, maar ik was wel een beetje blij toen ik eind vorig jaar vernam dat die deze keer naar alle hulpdiensten ging die zoveel soelaas brachten na de niet zo sympathieke explosies die Brussel-Nationaal en Metro Maalbeek ongewild bijkleurden op 22/03/16. Want bij die hulpdiensten rekenen we natuurlijk ook al het verplegend en verzorgend personeel dat van menselijk puinruimen zijn levens­taak heeft gemaakt en op fatale momenten zoals die smerige dag in maart zomaar verplicht wordt om boven zichzelf uit te stijgen, een activiteit die normaal alleen verwacht wordt van hoogspringers en astronauten.

“Ze zijn er toch voor opgeleid!” zei iemand me, alsof het helemaal niets was.

En ik dacht: wie is er in godsnaam opgeleid om stukken van mensen op te rapen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden