Donderdag 23/01/2020
Beeld GEERT JOOSTENS

Column

De biefstuk op mijn bord: een queeste tegen de geitenwollensokkenvrouw

Halina Reijn is actrice bij Toneelgroep Amsterdam en schrijft wekelijks over wat haar bezighoudt.

In de Albert Heijn zoeken mijn vriend en ik naar de Beter Leven-­sterren op eierdozen. Van mijn streng macrobiotische, veganistische, onbespoten, links-socialistische, antroposofische, antiautoritaire, milieu-, dier- , mens- en buitenaards leven-vriendelijke opvoeding is dat alles wat rest: een paar sterren van een stichting op een verpakking. 

Even later staan we in de hippe Hollandse supermarktketen MARQT – ‘Markt met een Q’ in de Amsterdamse volksmond – waar in mijn optiek alles biologisch en dus diervriendelijk is, en we vrij van schuldgevoel voor enorm veel geld, vrolijk boodschappen kunnen doen. Zonder wormen in half rotte appels en zonder verkopers met ongewassen haren, zoals je ze vroeger in de biologische winkels aantrof. Tot mijn verbazing heeft de hele kip die ik daar vaak koop om klaar te maken maar twee groene sterren, volgens de mannen en vrouwen van Beter Leven.

Teleurgesteld staan we voor het kippenrek. Er ligt er eentje in zijn blootje, gehuld in plastic, van een ander merk met drie groene sterren op zijn verpakking, maar die kost liefst 30 euro. “Het is een genocide!” stelt mijn vriend, en even denk ik dat hij het heeft over de Tweede Wereldoorlog, waar hij vaak naar refereert, maar blijkbaar spreekt hij over dieren, hun sterren en hun lot. “Over een jaar of twintig dertig, kijken we hierop terug en kunnen we ons niet voorstellen dat we zo ruw en gewelddadig met levende wezens zijn omgegaan. We moeten die kip niet kopen en bakken: dat is, als je erover nadenkt, volstrekt absurd. We moeten onze medeaardbewoners niet oppeuzelen, maar koesteren!” 

Ik luister gebiologeerd naar zijn toespraak en denk aan de documentaire Cowspiracy die ik zag en aan alle vrienden die stopten met het eten van gluten om zich vervolgens aan te sluiten bij de groeiende veganistische beweging, en aan alle keren dat ik schamper grinnikend luisterde naar hun ­struggles om in een restaurant een diervrije maaltijd te bestellen.

Ik zag mijn carnivorenbestaan als een protest tegen mijn jeugd als een logische fase na de jaren 70 en 80, waarin we met z’n allen inzagen dat we nu eenmaal vleeseters zijn. De biefstuk op mijn bord was mijns inziens een regelrechte ode aan de oermens in mezelf en een persoonlijke queeste tegen de geitenwollensokkenvrouw met hennahaar. Een oude strijd tussen mijn ouders, die mij zelfgebreide onderbroeken lieten dragen en rijstwafels meegaven als snack naar de wrede kinderen van de lagere school in Veendam, en de kleuter in mij, die droomde van Oilily-kleren. En vlees, groenten in blik, De TV Show van de TROS, geld, suiker, kitsch, burgerlijkheid, bont, plastic en kleurstof. Alles wat mijn ouders verachtten, vond ik veilig en woest aantrekkelijk.

Voor mijn 42ste verjaardag is het misschien verstandig de strijdbijl met de spoken uit mijn verleden te begraven en te kiezen voor een beter leven. Voor mens en dier. Drie groene sterren. Het hoogst haalbare. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234