Dinsdag 07/02/2023

ColumnLize Spit

Dat we een zomer lang zelfs in een desolaat bos een mondkapje op moesten, heeft kwaadheid gezaaid

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit (Het smelt, Ik ben er niet) schrijft over haar leven.

Lize Spit

Bij het passen van het hemd rook ik het parfum van een vorige klant. Ik dacht terug aan de periode vlak na de eerste lockdown, toen alle artikelen uit kleedhokjes in een curverbak verzameld werden, om besmettingen tussen klanten te vermijden. Aan hoe ik in diezelfde periode sinaasappels met zeep stond te wassen voor ik ze perste, dat ik op straat mijn ogen sloot wanneer ik iemand kruiste om niet via mijn oogbollen besmet te raken.

Met enige schaamte blikte ik op deze handelingen terug, zoals je terugkijkt naar foto’s uit je puberteit – je liep er belachelijk bij, maar zonder de kennis van nu zou je het weer zo doen.

Een tijdlang waren we allemaal angstig want in onwetendheid. Het virus was een onzichtbare vogel die vinnig rondvloog en willekeurig puntjes van neuzen afhapte. Dat was die eerste lockdown, samengevat: een gezamenlijk verhouden tot hetzelfde onzichtbare wezen.

De samenhorigheid duurde zolang de onwetendheid duurde. Langzaamaan vingen we glimpen op van het wezen dat jacht op ons maakte – vleugels, snoet, het had veel weg van een vleermuis. Maar hoe meer het zich toonde, hoe verschillender de opvattingen, want iedereen zag andere stukjes, de vleermuis ging nooit neerzitten zodat je er omheen kon wandelen. De een focuste op de vlijmscherpe tandjes, de ander vooral op de vleugels.

Dat we een zomer lang zelfs in een desolaat bos een mondkapje op moesten, dat een vrouw met hartklachten een boete kreeg omdat ze uitrustte op een bankje, heeft kwaadheid gezaaid. Het was de uitwas van de handhaving van regels, die nodig bleven, omdat ze in de kern wel levens redden.

Mensen die kwaad waren op de neuzenbijter, richtten zich bij gebrek aan vangst op de mensen die de vleermuis probeerden te vangen. Misschien is dat de taak van de virologen en de politiek geweest: vijf vleermuizen staan vangen met drie netjes, terwijl een tribune vol mensen instructies kon roepen: iets meer naar rechts, smeerlap, iets meer naar links, dikzak, met je wetenschappelijke kennis van kus mijn kloten.

Net toen er kooien werden ontworpen ter grootte van vleermuizen, ontpopte de vijand zich tot een arend en daarna ook nog tot een kraai.

Ik heb het geluk gehad dat mijn neus ongeschonden bleef, dat ik mijn kwaadheid heb weten te kanaliseren. Ik ben boos, op het virus zelf, zoals iedereen, maar niet op de mensen met de netjes, niet op de handhavers, niet op de kooien.

Wel voelde ik boosheid toen ik vandaag op de radio Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken hoorde, met een toespraak die spant van de opgeblazen boosheid, een taaltje van opgerichte haren, waarmee hij nu de neuslozen en ongeduldigen hoopt te vangen, die mee kunnen roepen hoe het wél moest; een leger van individuen die negeren dat ze schatplichtig zijn aan het voortschrijdende inzicht, die met de kennis van nu ook hun eigen onmacht en angst weer vergeten.

We mogen van geluk blijven spreken, dat als dit virus straks neerstrijkt als een lijzige duif, Belgische kinderen kunnen gaan schaatsen op ijsbanen die niet voor lijken­opslag gediend hebben.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234