Woensdag 29/01/2020
Cathy Galle. Beeld rv

Standpunt

Dat terreurlijsten gedateerd zijn, hoort blijkbaar tot de collateral damage van ons antiterreurbeleid

Cathy Galle is journalist bij ‘De Morgen’.

Stel. Uw buurman is de neef van een klasgenoot van een Syrië-strijder. Tot voor enkele jaren was dat al voldoende om ook in het vizier van de inlichtingendiensten te komen. Dat zeggen niet wij, maar wel Jessika Soors, federaal parlementslid voor Groen en in een vorig leven deradicaliseringsambtenaar in Vilvoorde. Ze weet dus waarover ze spreekt.

Onze veiligheidsdiensten zaten toen in een fameuze kramp. Het waren moeilijke tijden. Sharia4Belgium, een organisatie die we eerst collectief als marginaal hadden afgedaan, bleek jonge mannen te ronselen om in Syrië te gaan vechten. Vanuit ons land vertrokken er meer dan 400. Ondertussen werden her en der aanslagen gepleegd.

Het was de periode waarin de veiligheidsdiensten – begrijpelijk – hun vizier zo open mogelijk hielden. Iedereen die van dicht of van ver in contact kwam met mogelijke Sharia-aanhangers of potentiële Syrië-strijders werd in het oog gehouden. Die informatie werd meteen internationaal gedeeld. Terreur kent namelijk geen grenzen.

Maar die antiterreuraanpak heeft ook een keerzijde. Dat mocht de bekende Gentse imam Khalid Benhaddou ondervinden. Hij geraakte het vliegtuig niet op naar Mexico. De vlucht ging namelijk voor een stukje door het Amerikaanse luchtruim. De man die in ons land alom geprezen wordt als een van dé deradicaliseringsexperts staat blijkbaar op een Amerikaanse lijst van ‘mogelijk geradicaliseerden’. Het had ergens grappig kunnen zijn, ware het niet zo tragisch.

Hij blijkt ook niet de enige te zijn die zijn vakantie in het water ziet vallen op deze manier. Heel wat landgenoten staan op dergelijke lijsten als ‘potentieel gevaarlijk’, zonder dat zelfs maar te weten. Jessika Soors schat hen op ‘enkele honderden’.

Velen van hen zijn onschuldig en werden door onze veiligheidsdiensten al lang ‘gecleard’ omdat niets aan de hand bleek. Alleen is die informatie blijkbaar blijven hangen. Bij terreurlijsten geldt vaak: waar een beetje rook was, moet wel zeker vuur zijn. Eenmaal op zo’n lijst, geraak je er maar moeilijk meer af.

De lijsten die gebruikt worden om te bepalen wie wel of niet een land binnen mag, zijn dus gedateerd. Dat is niet nieuw. Deradicaliseringsambtenaren waarschuwen daar al lang voor. Ook de parlementaire onderzoekscommissie die de aanslagen onderzocht waarschuwde al voor problemen door een wildgroei aan dataverzameling. Het probleem is dat niemand voor de foute informatie verantwoordelijkheid neemt. Het hoort blijkbaar tot de collateral damage van ons antiterreurbeleid.

Ons land mag gerust wat meer op tafel kloppen om persoonlijke gegevens van Belgische onderdanen op terreurlijsten accurater te krijgen, menen experts. Dat zou niet alleen de mensenrechten ten goede komen, het zou het beleid ook efficiënter maken. Als we ooit een federale regering krijgen, weet die meteen wat gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234