Zondag 16/06/2019
Beeld rv

Column

Dankzij mijn vader weet ik dat je in het leven vaak wordt afgewezen, maar dat je altijd terug kan vechten

Julie Cafmeyer is columnist.

Toen ik in het eerste middelbaar zat, moest ik naar het ziekenhuis omdat de lerares wiskunde dacht dat er iets mis met mij was. Ik draaide cijfers om, begreep niets van meetkundige figuren en kon amper een passer vasthouden. Ik moest testen ondergaan en kreeg een hersenscan. Nadien nodigde de dokter mij en mijn ouders uit om de desastreuze resultaten van het onderzoek te bespreken. Het verdict: dyspractie. 

De dokter las een lijst voor waarin ze met uiterste precisie mijn beperkingen had opgetekend. Ik was slecht in wiskunde, maar eigenlijk ook in taal. Bovendien was ik zo extreem onhandig dat zelfs haren kammen, mijn kamer opruimen en huishoudelijke taken moeilijk zijn. Uit een persoonlijkheidstest bleek ook dat mijn emoties alle kanten op schoten waardoor ik waarschijnlijk nooit normale relaties zou opbouwen. Ik moest zo snel mogelijk naar het tso en zou nooit universitaire studies aankunnen.

Ik herinner me dat ik alle kracht uit mijn lijf verloor en als een klein kind op de schoot van mijn moeder begon te huilen. Mijn moeder staarde verbouwereerd voor zich uit terwijl ze met haar hand door mijn haren streelde.

Afschrijven

Toen gebeurde er iets belangrijks: mijn vader stond op. Hij klopte op tafel en schreeuwde de dokter toe dat het schandalig was om jonge mensen zo af te schrijven en te ontmoedigen in het leven. Hij zwoer de dokter en mij dat ik alles kon worden wat ik wilde.

Enkele jaren later zat ik op de universiteit voor de studie theaterwetenschap. Tijdens mijn stage gaf ik een theaterworkshop aan jongeren uit kansarme gezinnen. Een van de jongeren was een Marokkaanse jongen, Saïd. Hij was nog maar enkele jaren in België waardoor hij een taalachterstand had, maar hij was snugger, leergierig en had talent voor toneelspelen. Op de eindpresentatie van de workshop ontmoette ik de directeur van zijn school. Hij zei: “Heb je het ook al gezien?” “Wat?” “Hij beweegt zo raar. Alsof hij spastische neigingen heeft.” Nee, die had ik niet gezien. In mijn ogen was hij een perfect normale jongen. Hooguit wat onzeker. Hij ging door: “Hij kan niet mee op school en is extreem onhandig. We gaan hem naar het buitengewoon onderwijs sturen.”

Ik vroeg Saïd wat zijn moeder ervan vond dat hij van school moest veranderen. Hij zei me dat zijn moeder nog geen Nederlands sprak en niets begreep van het onderwijssysteem. In tegenstelling tot mijn vader, was de moeder van Saïd niet bij machte om voor haar zoon op te komen.

“Er is trouwens iets dat je niet begrijpt, Julie. Ik ben anders.” “Hoezo?” “Ik ben Marokkaans.”

Mijn vader leerde me al snel dat je in het leven vaak wordt afgewezen en onderschat, maar dat je altijd terug kan vechten. Saïd leerde al snel dat de wereld oneerlijk is verdeeld en dat zijn afkomst het verschil maakt. Wie staat er vandaag op voor jongeren als Saïd? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden