Zaterdag 08/08/2020

Opinie

"Dag ventje op de vaas met de bloem ploem ploem": saluut voor een homme révolté

Beeld Alex Vanhee

Yves T'Sjoen is hoofddocent moderne Nederlandse literatuur (Vakgroep Letterkunde/Universiteit Gent) en buitengewoon hoogleraar (Departement Afrikaans en Nederlands/Universiteit Stellenbosch).

In de slotregels van Jan de Wildes pakkende lied 'Walter, ballade van een goudvis' put de risee kracht uit zijn kunst. "Hij leeft nu van z'n beeldhouwwerk, maakt Saskia's van klei / Ze lijken allemaal wel heel tevreden / 'k Ben de alpha en de omega, bromt ie zacht in zichzelf / 'k Heb de sleutels van de toekomst en het heden". Vandaag wordt Walter in Gent ten grave gedragen.

Pietje de dood trok de voorbije maanden op marode door Gent. Magere Hein heeft met de spreekwoordelijke zeis eigenzinnige en unieke figuren uit het culturele leven van de Arteveldestad weggemaaid. Afgelopen zondag raakte het nieuws bekend dat in het dodenboek van 2015 naast Jan Hoet, Gerard Mortier, Luc de Vos, onlangs nog romanschrijfster en journaliste Janine de Rop en schilder en tekenaar Karel Dierickx, ook de Gentse folksong-troubadour, beeldhouwer en tekenaar Walter de Buck (1934-2014) is bijgeschreven.

Necrologieën verwijzen dezer dagen naar het maatschappelijke engagement van Walter de Buck. Zo wordt gememoreerd dat hij de sculptuur ontwierp die elk jaar tijdens de Gentse Feesten wordt overhandigd samen met de prijs voor de democratie. In de jaren vijftig, na zijn afstuderen aan de Gentse kunstacademie met Jozef Cantré als leermeester, profileerde De Buck zich als maatschappijkritisch kunstenaar. In de marge van Expo 58 of de wereldtentoonstelling in Brussel was hij van ver of van nabij betrokken bij modernistische artistieke evenementen in Vlaanderen, zoals G58 in Antwerpen en de artistieke scene rond het Hessenhuis waarin onder anderen zijn Antwerpse compagnon de route Wannes van de Velde figureerde.

De Buck was een Gentenaar in hart en nieren. Of zoals ze in Gent zeggen 'nen wiskesvlieger'. Richard Minne smokkelde dat woord voor flierefluiter in zijn sarcastische stadsgedicht 'Gent', dat dringend in het straatbeeld moet worden opgenomen. In de roerige jaren zestig sprong Walter de Buck in het ingedommelde Gent op de barricaden en hij blies de Gentse Feesten eind jaren zestig nieuw leven in.

Beeld rv

Wat vandaag minder in de aandacht komt, zijn Walter de Bucks tekeningen voor allerlei bibliofiele dichtbundels. Een memorabele uitgave is 'Hoera, wij hebben een bloedeigen heilig tuintje' (1969). Deze uitgave van Trefpunt, door De Buck in 1962 opgericht als 'ontmoetingsplaats voor kunstenaars en een organisatie voor promotie en verspreiding van kunst', presenteert vijftien tekeningen en een lithografie bij een opstandig gedicht van de al even non-conformistische braniezoeker Marcel van Maele. Met een referentie aan Van Ostaijens bekende gedicht 'Alpejagerslied' worden in tekst en tekeningen mediocriteit en inhaligheid van de burgerij over de hekel gehaald.

Van Ostaijens gedicht verhaalt over de vluchtige ontmoeting van twee burgerlijke heren die voor de schone schijn - en omdat de regels het nu eenmaal voorschrijven - hun eigen, hoogsteigen ja bloedeigen hoge hoed voor elkaar afnemen en hun weg vervolgen. Van Maele: "Het oosten en het westen schuiven zachtjes in elkaar, / terwijl de haviken kringen, bloeddorstig en gezond. / En wij luisteren blij naar wijze lessen van klappende tongen: / Hoofdstuk 5, blz. 17, paragraaf 4: 'Hoe iemand geluidloos het leven ontnemen'".

Dezer dagen in tijden van GAS-boetes en nieuwe pogingen tot vrijheidsberoving herlees ik Van Maeles spotzieke gedicht waar de figuratieve tekeningen perfect bij aansluiten. Walter de Buck heeft overigens wel meer samengewerkt met dichters wier teksten hij van grafisch werk voorzag. Telkens wordt de mens in zijn blote kwetsbaarheid afgebeeld "terwijl de haviken kringen". De coproductie van Marcel van Maele en Walter de Buck is het getuigenis van een bijzondere artistieke match, een van de vele expressies van verzet in beider oeuvre tegen een verstikkend establishment en aanslagen op de individuele vrijheid. De samenwerking dateert van enkele decennia geleden. Het maatschappelijke engagement waaraan het werk van deze onconventionele kunstenaars een stem geeft, is nu urgenter dan ooit tevoren.

Dezer dagen wordt de misvatting rechtgezet dat Walter de Buck de schrijver is van ''t Vliegerke', intussen bekend als het Gentse volkslied. De ballade met de beginregels "Ik ben nie al te zot van 't spel / maar 'k vange gere musschen" is een aftelrijm over het onschuldig "vliegeren" van een kind. Tot een bemoeiziek wijf, "een groot venijn" of zo'n kringelende bloeddorstige havik, komaf maakt met spel en jolijt. In de melancholische mijmering over vergankelijkheid echoot ook een seksueel ontwaken dat elk leven, als het touw is geknakt, zo ingrijpend verandert. Ik denk dan aan het "meisken" dat "mijne cervolant keurde", door mij vroeger altijd begrepen als cervela.

Karel Waeri staat bekend als de auteur van ''t Vliegerke'. Walter de Buck heeft het lied in 1971 een tweede adem gegeven. Later zal hij aan de Sint-Jacobskerk een imposant beeld oprichten voor de Gentse volkszanger. Ook "'t Vliegerke" met het bekende refrein "mee mijne vlieger/en zijne steert" is enkele jaren na 'Hoera, wij hebben een bloedeigen heilig tuintje' het levenslied waarin bemoeizucht en dwingelandij aan de kaak worden gesteld. Het is zelden zo gelezen.

Walter de Buck is het prototype van de Gentse stroppendrager, de koppigaard die voor geen gat te vangen is. De Buffalo's, supporters van het team van guitige Hein (van Haezebrouck), zingen elke match van de Gantoise ''t Vliegerke' uit volle borst. Voortaan zal in de Belgische voetbalstadions waar de Blue-white army passeert niet alleen 'Mia' klinken op de tweeënvijftigste minuut - het aantal levensjaren van Luc de Vos. ''t Vliegerke', het lied van Gentse eigenheid en trots, is voortaan een eerbetoon aan alle Gentse flierefluiters en wiskesvliegers, figuren die kleur mengen in het palet waarmee we het in het hiernumaals moeten rooien. We zullen hen onthouden, ons "leven lank".

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234