Donderdag 09/07/2020

OpinieCelia Groothedde

Covid-19 discrimineert. En wij zijn er Belgisch blind voor

Laatste applaus in Kuurne. 'Nu het applaus is weggestorven, moeten we zwart op wit zien wat er gebeurt en wie er aan het lijden is', vindt Celia Groothedde.Beeld Bewoners Weidestraat

Celia Groothedde is Vlaams parlementslid van Groen voor Brussel. Zij zetelt in de commissies zorg en welzijn, gelijke kansen, radicalisering, en de ad hoc corona-commissie.

Of mensen met een migratieachtergrond en zorgverleners in België harder werden geraakt door corona wou ik weten. Het antwoord kwam nooit. Laat net dat het probleem zijn.

Ik vroeg cijfers op bij de overheid: hoeveel mensen uit welke beroepsgroepen, met welke etnisch-culturele achtergrond waren getroffen door het virus? Op Vlaams noch federaal niveau kwam er een antwoord. In België hebben we dus geen flauw benul of mensen van een bepaalde afkomst meer onder het virus lijden. Een van de simpelste manieren om niet te weten wie gediscrimineerd wordt, is het niet bijhouden. Wat je niet meet, bestaat dat wel?

De cijfers in de VS laten nochtans weinig aan de verbeelding over. Een derde van de slachtoffers komt daar uit de Afro-Amerikaanse gemeenschap terwijl ze amper 13 procent van de bevolking vormen. Hetzelfde probleem bleek aan de hand in Groot-Brittanië, waar de burgemeester van Londen Sadiq Khan vaststelde dat een derde van de gevallen uit de BAME (black, Asian and minority ethnic) gemeenschappen kwamen, terwijl ze maar 14% van de bevolking tellen. Ook dichterbij in Nederland bracht het Centraal bureau voor Statistiek uit dat proportioneel meer mensen sterven met een migratieachtergrond aan corona. In de eerste anderhalve maand van de crisis stierven er ongeveer 50 procent meer mensen van kleur dan wat je gewoonlijk kan verwachten.

Khans eis om die cijfers bij te houden, trok de aandacht voor de enorme ongelijkheid die het virus aanscherpt. De cijfers bevestigen - zoals hij zei - wat we eigenlijk al wisten. Maar dat we de cijfers hebben, ook in België, is wel kapitaal. Wat je meet, bestaat.

Natuurlijk bestaat het ook wanneer je het niet meet. Er duiken feitjes over op. Bijvoorbeeld dat in Brussel in het begin van de epidemie de rijke gemeentes getroffen waren - de mensen die vanuit het buitenland terugkwamen. Maar bij de laatste meting zijn vooral de armste gemeenten getroffen, zoals Molenbeek, Anderlecht en Schaarbeek. Het wordt gevoeld. Het meet zich in onrust. Het wordt verwoord in halve zinnen zonder precisie en in een onbehagen dat algemeen wordt. Het vertaalt zich in onrust in de wijken, waar mensen voelen dat het niet klopt, dat ze anders behandeld worden. Het vertaalt zich in het gevoel dat de maatschappij niet eerlijk tegenover je is, ook al zijn het mensen met jouw afkomst of huidskleur de mensen die de ziekenhuizen schoonmaakten, de woonzorgcentra bemanden, de crèches in volle crisis open hielden, de post en de bezorgmaaltijden in ijltempo rondbrachten.

Een andere ongelijkheid

Want daar doorkruisen inderdaad twee ongelijkheden mekaar. Mensen met een etnisch-culturele achtergrond worden mogelijk zwaarder getroffen, maar ook bepaalde beroepsgroepen: de essentiële beroepen. Laten net zij daar sterk vertegenwoordigd zijn. Zij, én vrouwen. In de begindagen van de crisis toonde Minister Beke in commissie een grafiek waarop slachtoffers van het virus naar leeftijd en geslacht werden aangegeven. Het was toen net bekend dat het virus dodelijker was voor mannen. Toch waren er opvallend meer jonge vrouwen slachtoffer dan jonge mannen. Over beroepsgroepen werd met geen woord gerept. Door mijn hoofd schoot echter dat vrouwen vaker in zorg en welzijn tewerkgesteld zijn. Ongeveer een vierde van de werkende vrouwen werken in België als zorgkundige, welzijnswerkers of verpleegkundige.

De kwetsbaarsten staan in de frontlinie van corona. Waar voor andere beroepen met de snelheid van het licht compensaties werden uitgedokters, kreeg gezondheid, zorg en welzijn thoughts, prayers en applaus. Het verbaast toch geen hond dat nu het einde van de eerste pandemie aan de horizon gloort, de zorgverleners op 18 juni opnieuw op straat komen voor een degelijk zorgpact met een menswaardig loon, normale arbeidsvoorwaarden en personeelsnormen, goede omkadering en eindelijk eens investering in werkingsmiddelen, en na deze heftige crisis ook: recuperatie en mentale zorg.

Het virus werd bestempeld als “de grote gelijkmaker”. Nochtans was het vanaf het begin van de lockdown duidelijk dat dit virus, zoals elke ramp, bestaande ongelijkheid alleen meer in de verf zou zetten. En een grote crisis zet de helling van de ongelijkheid altijd nog steiler. Je kon op je vingers uittellen dat mensen in essentiële beroepen overwegend vrouwen zouden zijn, single huishoudens, kort geschoolden, mensen met migratieroots en mensen in armoede of met weinig geld.

De onzichtbare menigte van mensen die zwart werken, vielen helemaal door de mazen van het net. Bij de lockdown wisten we allemaal dat het mensen in kleine, slechte, ongezonde woningen eerst zou treffen.

En die mensen zelf beseffen dat ook heel goed.

Rellen zijn de stem van wie niet gehoord wordt, zei Martin Luther King. We weten dat we structurele ongelijkheid kennen in ons land en structurele discriminatie. Daarbovenop komt nu ook de ongelijkheid van een discriminerende crisis. En zo zwelt de stress , de lading en de onuitgesproken wrok aan. Hoeveel mensen slachtoffer werden, welke job ze hadden en welke afkomst ze hebben: we moeten deze cijfers bijhouden en ze moeten worden gepubliceerd. Nu het applaus is weggestorven, moeten we zwart op wit zien wat er gebeurt en wie er aan het lijden is. We moeten daar gerechtigheid laten gelden, hun nood erkennen én ze lenigen. Een massa kan stilzwijgend lijden. Maar als dat te lang duurt, betaalt je maatschappij er de prijs voor.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234