Dinsdag 01/12/2020

OpinieLeerkracht Sherisse Vermeulen

Corona op school: de maskers gaan uit en de sardientjes springen op een overvolle bus

Beeld Wouter Van Vooren

Sherisse Vermeulen geeft Nederlands aan leerlingen in 4, 5, 6 aso-tso in Antwerpen (Linkeroever).

Bijzondere beestjes besluipen sinds 1 september de scholen: gaande van het mijn-mondmasker-zal-me-doen-flauwvallen-virus tot het catchy lijflied van menig coronanegationist: ‘Geen paniek, weinig volk is echt doodziek’. De bizarre sport om de wetenschap in twijfel te trekken, vindt intussen zijn weg in het onderwijs. Deze paradox heeft een verregaande impact op de haalbaarheid van een veilige leeromgeving.

De besmettingsgraad bij jongeren is zorgwekkend, alsook de heropflakkering van het coronavirus in oudere leeftijdscategorieën. Zonder een ferme mentaliteitswijziging zal de tijd aantonen dat het bestaan van deze communicerende vaten in coronatijden ernstige gevolgen heeft. Recente aanpassingen aan het veiligheidsbeleid in het onderwijs zullen deze evolutie alleen maar versnellen.

Grip krijgen

Met veel goesting vatte ik dit schooljaar met mijn risicogroep van zesdejaars aan: wat een verademing om weer voor de klas te staan. Ik probeerde hen warm te maken voor gender en taal door een stukje Temptation Island voor te schotelen om een hypothese te testen. Groot was dan ook mijn verbazing wanneer ze al snel begonnen te snotteren terwijl Timptation loze beloftes maakte aan zijn geliefde van weleer. De ene leerling volgde na de andere: kuchje hier, hoestje daar. “Corona”, giechelden ze door het masker heen. The New Normal, zeker?

Veel valt er niet te lachen. Het is een rigoureuze taak om de veiligheid in de klas te waarborgen: dagelijks tracht ik het lokaal efficiënter te verluchten, nochtans geen evidentie in het typische schoolgebouw. Leerlingen plaatsen we samen als schoudermaatjes, want de afstandsregels zijn niet te realiseren. Naast het rituele handen wassen ontsmetten we het meubilair na elke klaswissel. Aan de jongeren: ‘Vergeet je plastic zakje niet om je mondmasker in op te bergen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.’

Als leerkracht probeer ik nog steeds grip te krijgen op een werkomgeving die buiten het personeel om tot stand werd gebracht. De heropstart op 1 september had alvast veiliger kunnen verlopen, voor leerling én leerkracht. We gingen de zomervakantie in met het vooruitzicht dat de scholen volledig heropenen in een maximaal veilige omgeving. Prima: na een belastende periode waarin ik afstands- en contactonderwijs combineerde, snakte ik naar een klassieke lesdag. Toen de veiligheidsmaatregelen in het midden van de zomervakantie aangepast werden, voelde ik me daar niet goed bij. De besmettingscijfers gingen opnieuw de hoogte in en de publieke focus verschoof in augustus naar de praktische kant van de heropstart. Er werd een code oranje gesuggereerd: de cijfers waren wat ze waren. 

Toch maar niet, dacht onderwijsminister Ben Weyts (N-VA). Het pandemiedraaiboek kreeg een metamorfose: de vuilbak in met een resem gedragen maatregelen. Strikte regels werden louter adviezen. Zelfs in code rood zal een leerkracht in 1 en 2 voor volle klassen blijven staan: komen deze collega’s dan nooit in contact met oudere leerlingen? Ach, er zijn nog steeds mensen die denken dat twaalfjarigen het virus niet doorgeven. Brutaal vertaald: code geel werd code groen met mondmaskers. Een subtiele maar significante ingreep. Zo is het mondmasker onze enige en laatste beschermlaag geworden. Mijn innerlijke Helen Lovejoy schreeuwt het uit: ‘Won't somebody please think of the teachers?’

Veiligheid als utopie

En het spijt me, beste ouders, maar het concept van een klasbubbel was een grapje. Ik kan u geen garanties bieden over wat uw kind buiten de klas doet. Wil u graag een coronanatuurdocumentaire in levenden lijve meepikken? Opteer voor een bezoek aan de speelplaats om 10 uur, wanneer jongeren beslissen dat ze de afstandsregels voor vandaag beu zijn. Observeer hen na het laatste belsignaal: de maskers gaan uit en de sardientjes springen op een reeds overvolle bus. ‘What about the children?’

Vergeef kinderen de taferelen die ze tot leven brengen, het zijn immers mensen zoals u en ik. Concepten zoals eenzaamheid en huidhonger zijn heus geen mythen. Ik voel me rotslecht wanneer ik jongeren moet berispen omdat ze het circulatieplan omzeilen of de afstand niet bewaren om elkaar te omhelzen. 

Vergeef de beleidsmakers absoluut niet de nonchalance die ze aan de dag leggen. Terwijl de besmettingsgraad bij tieners de hoogte in gaat, voel ik het angstzweet uitbreken. Op 1 oktober werd van hogerhand de maatregel ingevoerd om de klasgenoten van besmette leerlingen niet langer in quarantaine te plaatsen als ze een mondmasker droegen. Dat het lapje stof op de speelplaats en in sommige lessen af kan, blijkt irrelevant. De aanpassing staat haaks op het advies van het Europees centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC): actuele wetenschappelijke inzichten over de verspreiding van aerosolen worden genegeerd. Vele hoogrisicocontacten krijgen nu een laagrisicolabel. Een handige truc om de quarantainecijfers te verbloemen? Laten we ervan uitgaan dat dit geen bewuste beleidskeuze was. Transparantie is evenwel essentieel in een kenniseconomie. Vreemd dat onze buurlanden uitvoeriger rapporteren over het zeer hoge aantal directe en indirecte besmettingen door schoolcontacten.

Ik ontvang meer en meer berichten van leerlingen en ouders die mogelijk besmet zijn en zich laten testen. Mijn hart breekt wanneer een leerlinge moedig deelt dat ze een familielid verloor aan de ziekte. Ze is beslist niet de enige. De ouder in mij stelt zich de vraag: wat als mijn eigen kind besmet geraakt? De wetenschap tast vandaag immers in het duister wat corona op lange termijn met je doet, hoewel de eerste inzichten geen positief beeld schetsen.

Zullen we binnen tien jaar terugblikken op vandaag en ons afvragen: wat als? Ik weiger deze gok te moeten maken.

Wetenschap

Zelf heb ik een onwankelbaar ontzag voor de wetenschap. Lees: ik wil mijn atheïsme laten varen voor Erika Vlieghe. Met argusogen aanschouw ik hoe men maandenlang aan het imago van betrokken en bevlogen wetenschappers knaagt. Als leerkracht Nederlands is het bijzonder frustrerend om vast te stellen hoe de publieke opinie gestuurd wordt rond veiligheidskwesties als het dragen van een mondmasker. Ik loop de muren op van ouders, leerlingen en zelfs collega’s die het coronavirus op trumpiaanse wijze minimaliseren of zelfs ontkennen. Covid-19 is geen hoax: mijn mondmasker is soms al een schaamlapje voor mijn opinie.

De polemiek werd geboren via sociale media: ouders en sympathisanten deden online hun beklag over de vreselijke situatie waarin zoon- of dochterlief de schooldag moest doorbrengen. Dat monsterlijke mondmasker! Versterking kwam er in de vorm van de beruchte brief (toen ondertekend door 70 artsen) die onder meer stelde dat de mondmaskerplicht de ontwikkeling van het kind zou beknotten. De media rapporteerden hierover alsof er een nieuw axioma in de geneeskunde en pedagogie was bepaald.

Het moment suprême: het maatregelnegationisme van Lieven Annemans, waarbij hij de cold, hard facts van tafel veegde. Gevolg was een schoolvoorbeeld van fake news: eersteklas populisme met drogredenen, later een selectie aan citaten zonder context. 

Het kritisch opsporen van fake news en sensatie zijn zaken die ik figuurlijk in de strot van mijn leerlingen ram. Ze ontwikkelen een kritische geest die hen in staat stelt om nu en later feitelijke informatie te hanteren om standpunten te onderbouwen. Dat er vandaag in de media wat mij betreft weinig aandacht besteed wordt aan een heldere berichtgeving van actuele onderzoeken over het coronavirus, betreur ik dan ook. Staan onze pedagogische eisen dan zo haaks op wat de maatschappij écht verlangt? Dat wil en kan ik niet geloven.

Ontmijn de ondermijning

Het schoolleven moet kunnen blijven doorgaan. Alle kinderen hebben recht op onderwijs in een veilige omgeving, maar ook elke werknemer heeft het recht op een veilige werkplek. Ook de leerkracht. De boodschap die ik vandaag krijg, is dat de inrichting en verantwoordelijkheid voor de veiligheid in en buiten mijn lokaal exclusief bij mij liggen. 

Bestempel jongeren trouwens niet als laks: we eisen van hen een hogere mate aan discipline dan de regels die we onszelf opleggen. Minderjarigen worden verantwoordelijk gesteld voor de beleidskeuzes van volwassenen: dit kan gewoonweg niet. Als we de veiligheidsregels niet naleven omdat we plooien voor populisme en coronanegationisme, moet het schoolleven compleet anders georganiseerd worden.

Het is belangrijk om zaken in vraag te stellen, maar op cruciale momenten moet de wetenschappelijke ratio de bovenhand kunnen nemen, ook bij onze politici. Enkel dan zal een breder publiek de maatregelen willen naleven en heeft veiligheid in het onderwijs een slaagkans. Dit is zo’n moment.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234