Donderdag 04/06/2020
Beeld Karoly Effenberger

Place du Samedi

Conclusie: laten jullie Europeanen in het vervolg vooral Europese films maken

Marc Didden is schrijver en columnist bij De Morgen.

Het was nieuwerwets gezellig, daar in de Beursschouwburg, niet meer dan één zaterdag geleden. Joelende kinderen in complete extase, mooie moeders die lichtjes tipsy waren van iets te vroeg op de dag geconsumeerde cava, baardige vaders die het legendarische trappenhuis van dat nu ook officieel legendarische theater op- en afstormden en een buzz die ontegensprekelijk gewerkt heeft.

Het spannende kunstencentrum in het middelste midden van Brussel werd 50 en vierde dat 50 uren lang met 50 wonderlijke momenten die allemaal tussen lo-fi en highbrow in zaten en die vooral bewezen wat er bewezen moet worden. Dat die aan het feest zijnde Beursschouwburg weliswaar een plek met een verleden is, maar vooral een plek voor vandaag moet zijn en zeer zeker ook een eeuwigdurende broedplaats van talent van morgen.

Zelf heb ik in dat nu weer helemaal blinkie gebouw een paar van de mooiste uren van mijn leven doorgebracht en wanneer ik er nu langs loop - wat ik vrijwel dagelijks een keer of twee, drie doe - bevangt mij altijd het goede gevoel dat andere, jongere, wildere mensen daar nu een paar van de mooiste uren van hun leven doorbrengen.

Ik denk dan ook wel eens met een beetje droefenis aan de enkele mislukte voorstellingen die daar lang geleden ontstaan zijn en waarin ik soms ook een mislukte hand had. En ik denk ook aan de even grappige als verstandige vrienden die daar ooit werkzaam waren en nu in de Grote Schouwburg in de hemel hun talent verzilveren.

Mag ik u toewensen bij uw volgende bezoek aan de voormalige hoofdstad van Brabant eens een bezoek te brengen aan nr. 22 van de binnen afzienbare tijd helemaal auto- en kreukvrij gemaakte Auguste Ortsstraat om daar een concert, een dansvoorstelling, een lezing, een filmprojectie, een performance of een stuk toneel bij te wonen. U zult er geen spijt van hebben. Of wel. Een beetje risicogedrag hoort namelijk wel bij een expeditie op weg naar de kunsten.

Ga daarom tussen nu en eind mei eens kijken naar The Future = beurssc5ouwburg, een eerder kleine maar bijzonder fijne expo die zich afspeelt in de wandelgangen, het foyer, langs de trappen, in achterkamers, op de gevel, zelfs op het dak van de Beurs en ontdek zo erg divers maar toch wel samenhorend werk van artiesten als Wim Wauman, Floris Vanhoof, Els Opsomer, Rinus Van de Velde, Anne-Mie Van Kerckhoven en anderen.

Terwijl ik vorige zaterdag door de Beursschouwburg wandelde en al dat leven om me heen voelde, besefte ik plotseling waarom ik zo blij was: dat er in de hele wereld eigenlijk nergens een plaats te vinden is die hier zelfs maar een beetje op lijkt. Carefully balanced on the edge of a hole in time staat ie daar toch maar mooi te staan, die Beursschouwburg.

Koor van keffertjes

Wat mij minder vrolijk stemde, vorige week, was het koor van keffertjes dat het nodig vond de meningen van Yankee-filmrecensenten na te blaffen in de vaderlandse pers.

Het ging erover dat die lui een film van Vilvoordse makelij, maar met internationale ambities, met de grond gelijk hadden gemaakt. Op zich misschien wel een klein beetje nieuws, maar dan de volgende keer graag zonder die ondertoon van Schadenfreude die ik hier en daar mocht ontwaren. Een film maken is geen misdaad. En wie er niet helemaal in slaagt de film van zijn of andermans dromen te maken moet daarom niet veroordeeld worden, laat staan publiekelijk gevierendeeld.

Wat meteen de mediafilosofische vraag doet rijzen of besprekingen eigenlijk wel besproken moeten worden. Uit plichtsbesef en dankzij de hulp van de modernste media ben ik dan zelf ook maar eens door die Amerikaanse kranten en websites geploeterd op zoek naar de giftige pijlen die de remake van de meest bekeken Vlaamse film ooit getroffen zouden hebben. Dat leverde geen vrolijke lectuur op.

The Loft, want daar hebben we het natuurlijk over, waarde lezer, werd in het beste geval helemaal niet besproken en anders vrij hardhandig aangepakt. Opvallend is dat de regisseur daarbij zo goed als gespaard blijft, al wordt hij hier en daar beschuldigd van epigonisme, maar dat vooral de scenaristen er genereus van langs krijgen.

Nu, dat zijn scenaristen gewoon. Als ze goed werk leveren, worden ze vergeten, als ze iets minder behagen worden ze beklad met pek en veren en dat vooral omdat iedereen die het alfabet kent vindt dat hij wel wat weet van schrijven. Vooral iets mindere en helaas niet uitsluitend Amerikaanse recensenten die zelf met heel veel moeite drie, vier volzinnen kunnen verzinnen om films waar ze niet van houden te verdoemen, weten altijd wel welke ingrepen er nodig zouden zijn geweest om een film of een fictiereeks van de ondergang te redden.

Wat ook van terugkomt in de recensies van die Amerikaanse Loft is het morele aspect en vooral ook het gebrek aan empathie met de vijf hoofdpersonages. Grosso modo komt het erop neer dat de Amerikaanse critici de protagonisten van deze ondertussen al drie maal gedraaide whodunit antipathieke yuppies vinden, ergerlijke bourgeois of, zoals eentje het formuleerde, "unpleasant people doing unpleasant things to other unpleasant people".

Tja, daar kan ik me dan weer iets bij voorstellen, want dat was precies het gevoel dat ik zelf had toen ik jaren geleden de Kinepolis verliet nadat ik daar tegen een kleine betaling de inlandse versie had meegemaakt.

Maar wat ik nog het meest tussen de regels kon lezen is dat Amerikanen er niet van houden wanneer wij Europeanen hun eigen soort films komen maken, in Amerika. Mijn vriend Dominique Deruddere heeft de Amerikanen destijds verleid met Crazy Love, maar toen hij in Amerika, met Amerikaanse sterren, en naar een Amerikaanse boek van John Fante Wait Until Spring, Bandini ging draaien, keerden ze hem de rug toe.

Idem dito ging het met Wim Wenders, die zich met zijn Duitse films in de States een flinke reputatie had gefilmd, maar wiens Hammett (1982) er massaal afgekraakt werd. En zo ging het ook weer met Florian Henckel von Donnersmarck die in 2006 een Oscar kreeg voor Das Leben der Anderen, maar vier jaar later ook het dikke deksel op de neus kreeg voor de doffe Hollywood-opvolger The Tourist.

Conclusie: laten jullie Europeanen in het vervolg vooral Europese films maken. Geen slechte conclusie, vind ik, en daarom kijk ik alvast uit naar Erik Van Looys volgende Europese film, De premier.

Zoals steeds hoop ik van u hetzelfde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234