Woensdag 17/07/2019

Interview

"Club Brugge heeft nog niet gewonnen"

Michel Verschueren: "Ik heb Brugge altijd beschouwd als onze grootste rivaal." Beeld photo_news

Club Brugge, luister eens naar deze oude, wijze man. Michel Verschueren (85) heeft zijn titeldroom - "Ik lig elke nacht te woelen" - nog niet opgeborgen. Emotioneel, nerveus, maar vol hoop rijdt Verschueren zondag richting Brugge.

Michel Verschueren: "Ik ben zondag, bij de 2-1 van Okaka, rechtgesprongen als een jong veulen - ik had de tranen in de ogen. Ik dacht: 'Godverdoeme, er gaat deze weken nog iets uit de lucht vallen.' Ik wil niemand kwetsen, maar mag ik de mensen van Brugge eraan herinneren: weet je nog, 1986? Toen zijn wij kampioen geworden op hún veld, nochtans na 2-0 voor Brugge aan de rust. En wat hebben we zélf niet meegemaakt, in Bremen - 0-3 voor en alsnog 5-3 verloren? Of Ajax afgelopen zondag tegen De Graafschap... - moet ik nog even doorgaan? Voetbal is een rare sport, hoor."

"Ik geef toe, ik had niet gedacht dat Brugge zou winnen in Gent. Ik ben die match gaan bekijken bij mijn zoon thuis in Dilbeek - hij vroeg na onze zege tegen Oostende: 'Vader, komt ge bij ons? Dan kalmeert ge wat.' Toen het 1-4 werd, zei Michael: 'Nu is het voorbij, zeker?' Ik heb geantwoord: 'Zwijg, snotneus! Je mag zo niet spreken. De match in Brugge moet nog altijd gespeeld worden!' Ik heb me omgedraaid en ik ben vertrokken. Ik heb hem laten zitten." (grijnst)

"Mocht het toch zo zijn dat Brugge kampioen is, dan ga ik Preud'homme feliciteren. De man heeft een fantastische loopbaan. Maar ik mag niet zeggen dat ik Michel de titel gun - dan gaan onze supporters mij dooddoen."

"Met mijn twittermachineke heb ik in het begin van de play-offs geschreven: 'Anderlecht kan nog kampioen worden'. De supporters zijn al eens nerveus geweest, emotioneel, een beetje kwaad zelfs - soms terecht - en dan is het de rol van de bestuursmensen om te kalmeren. In een bijeenkomst met de supporters heeft ons bestuur toegegeven dat hun aandacht voor de fans toch onvoldoende was. Dat is een zeer mooie geste. Wel, ik mag zeggen, zonder pretentie, dat ik maanden aan een stuk met mijn twittermachine getracht heb om het supportersleger in bedwang te houden. Zélfs na onze nederlaag in Roeselare, toen ik voortijdig mijn zitje in de tribune heb verlaten. Zó gedegouteerd was ik."

Duivenmelker

"Ik kan het niet helpen, maar ik blijf bezeten. 85 jaar, but take care, I am still there. Ik verlang niets liever dan twee Belgische ploegen in de groepsfase van de Champions League - en dat Anderlecht een van de twee mag zijn, liefst dankzij de titel, maar het mag ook via de voorronde. Is dat niet prachtig gezegd?"

"De matchen tegen Brugge zijn voor mij toch in zekere zin emotioneel. En weet ge waarom? Toen ik zeven jaar geleden bijna de geest gaf met mijn nierfalen, is in dezelfde week Antoine Vanhove (ex-voorzitter van Club Brugge, red.) binnen gedragen in het ziekenhuis. Ik heb het overleefd, Antoine niet. Toen ik wakker werd uit mijn coma, en de gazet in mijn handen kreeg, was het eerste wat ik las: 'Antoine Vanhove begraven'. Ik moet daar altijd aan denken als ik over de E40 naar Brugge rijd."

"Antoine en ik hebben in onze carrière één grote aanvaring gehad. Ik noemde hem eens 'den duivenmelker' - Antoine nam dat als een affront, dat had hij niet moeten doen. Ik heb het toen goedgemaakt door hem tijdens het Gala van de Gouden Schoen een levende witte duif te overhandigen. Nadien zijn we beste vrienden geworden. Met Bart Verhaeghe en Vincent Mannaert heb ik een goede relatie."

"De meeste supporters van Brugge hebben wél een probleem met Verschueren - mijne kop werkt als een rode lap. Ik heb ginder eens een uur in de politiecombi gezeten omdat de supporters op zoek waren naar mij. Ze wilden me pakken. Ze moeten mij ginder nog drie kostuums betalen, nadat fans hun bierglazen over mij goten. De laatste tijd zijn er nu toch die mij vriendelijk aanspreken op Twitter: 'Mister Michel, we have respect for you.'"

"Ik heb Brugge altijd beschouwd als de grootste rivaal van Anderlecht. Er is eventjes KV Mechelen geweest onder Cordier, en Standard is kampioen geworden nadat wij Haan naar Luik lieten vertrekken. Maar ik heb toen gezworen dat zij nooit meer de titel zouden pakken zolang ik manager was van Anderlecht - ik ben die belofte nagekomen."

"De komende dagen zal de spanning toenemen bij mij. Ik ga niet meer kunnen slapen. Ik ga liggen woelen in bed - Anderlecht is mijn kind. Mijn vrouw zal rap zeggen: 'Ga maar hiernaast slapen, hoor'. We hebben vier kamers thuis, ik kan kiezen."

René Vandereycken

"Ik weet nog niet met wie ik zondag naar Brugge rijd. De meeste van onze bestuursmensen zullen al aan de kust zitten, en van daaruit vertrekken. Ik ga proberen met mijn zoon te gaan. Mocht Brugge kampioen zijn, zal de terugrit niet aangenaam worden - ik zal zwaar ontgoocheld zijn. Maar zeg, ik lees en hoor 'Brugge dit, Brugge dat', en wat als Anderlecht kampioen wordt? Hé? Jullie schrijven dat Preud'homme de sleutels van de stad krijgt, maar wie krijgt de sleutels van de schatkist van de Champions League? (lacht) Ge ziet, godverdoeme, ge kunt nog praten met mij, hé. Ze gaan morgen zeggen, na het interview: 'Verschueren, ze krijgen hem niet klein'."

"Toen de club nog een vzw was, genoot ik veel respect binnen Anderlecht - ik werd nog vaak geconsulteerd. Sinds het een nv is blijf ik buiten schot. Ik moet dat aanvaarden; mijn tijd is voorbij. Hoewel ik een voetbalman ben, zorg ik ervoor dat ik zelfs niet meer gezien word op de trainingen - ik wil geen last veroorzaken bij om het even wie."

"Dat neemt niet weg dat ik nog elke morgen met grote fierheid het speldje van RSCA opsteek. Dat zal zondag ook zo zijn. Ik hoop dat we mogen winnen. Een nieuwe titel zou een mooi geschenk zijn voor Roger Vanden Stock, die in 2016 twintig jaar voorzitterschap viert - het is niet makkelijk om de zoon van een bekend figuur te zijn - en voor Besnik Hasi, die in moeilijke momenten de ploeg samen hield."

"Ge weet nooit wat onze trainer zondag bedenkt. Dendoncker dit weekend tegen Oostende na de rust in de defensie zetten was een meesterzet van Hasi. In 1986, toen Constant Vanden Stock en ik voor de terugwedstrijd in Brugge in het afzonderingshotel aan trainer Arie Haan vroegen of René Vandereycken zou spelen, liet Haan uitschijnen dat René op de bank zou zitten - René had in de loop van het seizoen al diverse rare uitspraken gedaan tegenover de club. Toen we aankwamen in Brugge, en het scheidsrechtersblad zagen, stond René er toch op. Hij maakte verdorie de eerste goal. René pakte daarna nog een rode kaart, maar Munaron verrichte wonderen. Wel, mijn buikgevoel zegt dat Hasi ook zijn klasse zal tonen, zondag. Brugge is nog niét gewonnen, mensen!"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden