Dinsdag 20/08/2019

Opinie Ian Buruma

Churchill zou Boris Johnson verachten

Winston Churchill was van 1940-1945 en van 1951-1955 de Britse premier. Vele huidige staatshoofden en regeringsleiders zien hem nog steeds als een groot voorbeeld. Beeld BELGAIMAGE

Ian Buruma is schrijver en professor aan Bard College in New York.

De geest van Winston Churchill hangt nog steeds boven Washington en Londen. Amerikaanse presidenten proberen vaak de stijl van de Britse leider en oorlogsheld te imiteren, zeker in tijden van conflict.

George W. Bush was een groot bewonderaar. In de aanloop naar de Iraakse oorlog leende de Britse premier Tony Blair hem een buste van Churchill terwijl een andere, die al tientallen jaren in het Witte Huis stond, gerepareerd werd. Toen president Obama de buste teruggaf nadat de andere gerestaureerd was – dat was zo afgesproken voordat Obama zijn intrek nam in het Witte Huis – beschuldigde een Britse politicus Obama ervan dat hij dat deed uit rancune, vanwege zijn “voorvaderlijke afkeer van het Britse rijk, dat Churchill zo vurig had verdedigd”.

Die politicus was Boris Johnson, sinds kort de nieuwe Britse premier. Hij schreef ooit een slijmerige biografie van Churchill en verhulde daarbij geenszins dat hij zich met de heldhaftige man identificeerde: de upper class maniertjes, de grapjes, de liefde voor grandeur en de fascinatie, na het brexit-referendum, met de mythe van een Groot-Brittannië dat in oorlogstijd in zijn eentje het hoofd bood aan de nazidreiging – de o zo geroemde ‘geest van Duinkerke’.

President Trump, die de buste van Churchil met veel tamtam in het Oval Office plaatste, heeft geen upper class maniertjes – hij heeft zelfs tout court geen manieren. Maar ook hij is een fan van Churchill, én van Johnson die hij, ietwat vreemd, de “Britain Trump” noemde. Sommige aanhangers van Johnson zien daarin een teken dat de bijzondere Anglo-Amerikaanse relaties opnieuw zullen bloeien zoals voorheen. Als dat al het geval is, dan zal die bijzondere band staan voor alles wat Churchill – en vooral ook zijn grote Amerikaanse bondgenoot Franklin D. Roosevelt – verachtte.

Churchill was een vurige verdediger van het Britse rijk en had zeker ernstige raciale vooroordelen – vooral tegenover Indiërs, die hij haatte. Maar hij was ook een internationalist. Hij wilde helemaal niet dat Groot-Brittannië alleen instond voor de evacuatie van de geallieerde troepen van Duinkerke in de lente van 1940. Sterker nog, hij overwoog zelfs dat Groot-Brittannië en Frankrijk één natie moesten worden in de strijd tegen Hitler.

Stokpaardje

De idee van een bijzondere band tussen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië was ook een stokpaardje van Churchill. Hij had een Amerikaanse moeder, dus er waren zeker sentimentele redenen. Plus, hij geloofde rotsvast in de grootsheid van de “Engelstalige volkeren”. Maar die band groeide uit pure noodzaak. Churchill wist namelijk dat Groot-Brittannië niet in staat zou zijn om nazi-Duitsland te verslaan zonder actieve hulp van de VS.

Roosevelt, die geen fan was van het Britse imperialisme, was zich op zijn beurt bewust van het gevaar dat een door het Derde Rijk gedomineerd Europa zou kunnen betekenen voor de Verenigde Staten. Maar in 1940 liepen de Amerikanen niet warm voor een oorlog om Groot-Brittannië te helpen. De grootste tegenstanders waren rechtse isolationisten, van wie sommigen, zoals luchtvaartpionier Charles Lindbergh, meer dan een stiekeme bewondering voelden voor de nazi’s. Hun slogan werd gerecupereerd door Trump’s campagnie in 2016: ‘America First’.

Ian Buruma is schrijver en professor aan Bard College in New York. Beeld Photoshot

Aan het einde van 1941 viel Japan Pearl Harbor aan en verklaarde Hitler de oorlog aan de VS. Dat legde de supporters van ‘America First’ het zwijgen op. Churchill en Roosevelt schreven samen het Atlantisch Handvest, waarin ze hun visie gaven van een wereld die bevrijd was van Hitler. Dat charter bulkte van de internationalistische ideeën: samenwerking tussen landen, vrijhandel en politieke vrijheid voor iedereen. Het was uit deze overeenkomst dat de Verenigde Naties geboren werden, de instelling waar Trump zo op neerkijkt.

Toekomstig Groot-Brittannië 

Toen de oorlog eenmaal gewonnen was, gaf Churchill een beroemde speech in Zürich, waarin hij opriep tot een ‘Verenigde Staten van Europa’. Hij geloofde dat alleen een volledige Europese integratie een nieuwe verwoestende oorlog zou kunnen voorkomen. De rol van Groot-Brittannië in dat grootse Europese plan bleef wat vaagjes. Churchill was van mening dat Groot-Brittannië, de VS en de Sovjet-Unie op zijn minst meevoelende beschermers van een eengemaakt Europa moesten zijn. Veel van zijn generatiegenoten waren niet in staat om Groot-Brittannië te bekijken als een gewoon Europees land, op gelijke voet met Frankrijk of Italië. Onder de 52 procent Britten die voor de brexit hebben gestemd, zijn er velen die het daar nog altijd moeilijk mee hebben.

De nieuwe Britse premier Johnson geeft soms de indruk nostalgisch te zijn naar de gloriedagen van het Britse imperialisme. Toen hij in september 2017 als buitenlandminister Myanmar bezocht, schoffeerde hij zijn gastland én de Britse ambassadeur door het betuttelende gedicht ‘Road to Mandalay’ van Rudyard Kipling voor te lezen in de Shwedagonpagode, een van de belangrijkste boeddhistische sites van het land.

Maar zelfs de meest verstokte brexiteers beseffen dat die tijd voorbij is. Sommigen van hen, en misschien ook Johnson, zien het toekomstige Groot-Brittannië als een grotere versie van Singapore: een soort van vrijhaven met lage taksen en een minimum aan regels. Anderen dromen er dan weer van dat het land opnieuw een wereldmacht wordt, eens het bevrijd is van wat zij zien als ‘de ketenen van Brussel’. En nog anderen zijn ervan overtuigd dat een hernieuwde bijzondere band met de VS de poorten zal openen naar nationale grandeur.

Waanbeeld

Die bijzondere band is gelinkt aan een ander type nostalgie: van verwantschap met de grootste natie van Engelstalige volkeren – iets wat vooral oudere, voornamelijk blanke Britten beter bevalt dan gedeelde afspraken met continentale vreemdelingen die knoflook eten en rare taaltjes spreken.

Johnson heeft op al deze knopjes gedrukt. Maar wat de meeste brexiteers vooral gemeen hebben, is een obsessie met nationale soevereiniteit, ‘de controle weer opeisen’ en vreemdelingen buitenhouden – een verlangen naar de aloude Britse idee van ‘splendid isolation’ of ‘schitterende afzondering’.

Vandaar die fetisjistische idealisering van de ‘geest van Duinkerken’, die zo doeltreffend bleek in de brexit-campagne. Vandaar ook Johnsons retoriek rond de fantasie van krijgsmoed.

Als hij belooft dat Groot-Brittannië de EU zal verlaten met Halloween, “koste wat kost”, dan imiteert hij Churchills uitdagende houding tegenover de nazivijand. Net zoals Trump gelooft Johnson buitensporig veel in nationale macht, en vooral in zijn eigen land, en laat hij zich niet tegenhouden door internationale instituties of samenwerkingsverbanden, ook al werden er daarvan vele opgezet door de Amerikaanse en Britse regeringen in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog.

De Verenigde Staten kunnen het zich veroorloven om – op zijn minst een tijdje – in te hakken op de internationale normen. Het land heeft namelijk een ijzersterke binnenlandse economie, ongeëvenaarde militaire kracht en grote natuurlijke reserves. Maar Groot-Brittannië heeft niets van dat alles. Het idee dat Groot-Brittannië in zijn eentje goede voorwaarden kan eisen van grootmachten als China, Europa of, ja, de Verenigde Staten, is een waanbeeld. Als Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat, dan wordt het een middelmatig, provinciaal land waarvan het welzijn afhangt van andermans grillen. Trump zal daar waarschijnlijk niet van wakker liggen, maar Churchill zou zich omdraaien in zijn graf.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden