Vrijdag 07/05/2021

Column

Bij gebrek aan ‘the one’ wordt kaltstellen een overlevingsmechanisme

null Beeld DM
Beeld DM

Hilde Van Mieghem neemt de tijd voor een gloedvolle blik achter de schermen van haar leven.

Bibberend van de kou wandel ik de steile weg op naar boven, naar waar er mensen wonen. Misschien zie ik er straks wel één. Stel je voor. Ik ben bijna bij de olijfgaard. Nooit eerder zag ik besneeuwde olijfbomen. Het lijken suikerspinnen, en als de wind opsteekt wervelt vrolijk sneeuwpoeder de lucht in.

Een jaar geleden wandelde ik hier ook. Toen zakte het kwik niet één dag onder de 8 graden. Een droom was het! Maar een andere vijand sloeg toe. Erger dan ijzige kou. Covid-19 greep genadeloos om zich heen. Velen overleefden het niet.

Er was geen Italiaans huis zonder ­verdriet.

Het was zo beangstigend dat mijn ­dochters me smeekten om vroeger dan ik van plan was naar huis te komen. Hoe ik hen ook geruststelde dat er in geen velden of wegen een mens, laat staan een virus te bespeuren viel, ze bleven aandringen. Ik weerstond er nog even aan maar gaf uiteindelijk toe en vertrok.

Op de dag dat ik thuiskwam begon in België de eerste lockdown. Na drie en halve maand afwezigheid, stond ik daar. In mijn huis, helemaal alleen.

Alsof ik een dier was en de kinderen ­bezoekers in een zoo, keken wij door het raam naar elkaar. Zo pijnlijk. Zo ­hartverscheurend. Maar dapper als we zijn, riepen we: ‘Wir schaffen das!

Ik ben erg goed in kaltstellen. Als je 25 jaar als single door het leven gaat – op wat gemors in de marge na – heb je er baat bij dat onder de knie te krijgen. Bij gebrek aan ‘the one’ wordt kaltstellen een overlevingsmechanisme. Het ­verlangen rigoureus de diepvries in ­mieteren of je gaat eraan ten onder.

Onvervuld verlangen is dodelijk. Het schrijnende gemis put je zwaarder uit dan de boel innerlijk tot onder het ­vriespunt brengen.

Maar dat dat rotvirus me nu al bijna een jaar oplegt om ook de bron van mijn geluk te moeten ontberen, is een bittere pil.

Doch wat moet, moet.

Terwijl ik door de sneeuw verder naar boven strompel, bedenk ik dat de vorst die gisteren mijn kleindochter Gloria nog in de wangen beet tot ze er ­vuurrood van werden, nu de mijne ­opvreet. De kille wind die met de krullen van mijn jongste speelde terwijl ze met haar kind door de stad fietste, blaast nu de mijne alle kanten uit en mijn ­handen lijken als twee druppels water op de winterhanden van mijn oudste.

Ik bedank de weergoden. De vorst reisde 1.400 km en verjoeg hier de lente, enkel om mij hun liefde over te brengen. We zijn samen. Het zijn de natuur­elementen die ons binden. Onze harten kloppen voor elkaar. De hartslag die me doet leven.

Te lang kaltstellen is gevaarlijk. Onderkoeling. Het is zaak elkaar warm te ­houden. Anders sterf je –net als bij een te hoog cholesterolgehalte – vroegtijdig aan een hartinfarct. Ik mis hen vreselijk, merk ik. Mijn hart kraakt ervan.

Ze horen het! Het deuntje van mijn telefoon gaat. Met mijn rode winterhanden vis ik de telefoon uit mijn jaszak. Face­Timen. Mijn dochters blazen me handkusjes toe, mijn kleindochter Gloria zoent me, lacht uitbundig en zingt lieve woordjes. Slik. Alles smelt in mij, het verlangen overspoelt me totaal.

Moemie, roept Glorissima nog, het ­begint hier te dooien. “Hier ook, schat”, antwoord ik en lach dapper, “hier ook.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234