Zondag 21/04/2019

Column Sabrine Ingabire

Bidden voor de slachtoffers van Christchurch is bij lange na niet genoeg

Sabrine Ingabire. Beeld Bob Van Mol

Sabrine Ingabire (23) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Wie de laatste dagen een krant opensloeg, kon niet ontsnappen aan het nieuws over de terreuraanslag op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch waarbij minstens vijftig mensen stierven en evenveel mensen gewond raakten. Voor zover we weten, zijn alle slachtoffers moslims. De terrorist is een witte man, een extreem-rechtse aanhanger van het ‘white supremacy’-gedachtegoed: het idee dat witte mensen superieur zijn en hun superioriteit moeten behouden. Dat de islam géén etniciteit is, en moslims bijgevolg ook wit kunnen zijn, speelt blijkbaar geen rol voor white supremacists.

Als atheïst kan ik me niet inbeelden hoe het voelt om aangevallen te worden in je gebedshuis – een plaats waar je je het veiligst zou moeten voelen. Of hoe het voor moslims wereldwijd voelt om dit nieuws te moeten aanhoren of de beelden te moeten zien.

Net als veel andere niet-moslims heb ik op sociale media steun betuigd aan de slachtoffers, hun families en de moslimgemeenschap. En, hoewel ik van velen rondom mij heb vernomen dat ze die steun waarderen, vonden anderen die steun niet genoeg. Zoals Aya Sabi in een kraakheldere Facebook-post stelt: ‘Geen excuses, distantiëring of tweets over licht en liefde nodig. Voor de slachtoffers is het te laat. Er is een beleid nodig dat niet draaiend wordt gehouden door moslimhaat.’

In een hartverscheurende column voor The Guardian vertelt schrijfster Nesrine Malik hoe er telkens wordt omgegaan met aanvallen op moslims: eerst een sterke veroordeling van de aanval, en iets later een verwaterde versie van diezelfde veroordeling – we moeten alles namelijk in zijn context bekijken: het is niet omdat deze slachtoffers onschuldig waren, dat andere moslims de aanval niet onrechtstreeks hebben veroorzaakt met hun gedrag. Wash, rince, repeat – wassen, spoelen, herhalen.   

Er wordt niet gekeken naar de eigenlijke oorzaken van deze aanvallen. Naar hoe aanslagen op moslims en islamofobe incidenten de jongste jaren pieken in onder meer de VS, het VK en Canada. Naar hoe het erger werd sinds Trump president is geworden, waardoor (extreem)rechts zich gesterkt voelt, en mensen nu luidop durven zeggen wat ze vroeger fluisterden. Naar hoe politici van zowat alle politieke partijen de groeiende moslimhaat in België versterken en verspreiden met hun retoriek, schadelijke maatregelen en nutteloze hoofddoekendebatten. Er wordt niet gekeken naar hoe Facebook sneller de tepels van vrouwen verbiedt dan berichten die tot geweld tegen moslims aansporen. Of naar hoe slecht en eenzijdig de representatie van moslims is in films, series en boeken, of naar alle media die bewust een platform blijven bieden aan allerlei irrelevante zogenaamde ‘islamcritici’ die hun moslimhaat ongegrond en ongefilterd kunnen verspreiden, of naar alle kranten die clickbait-titels kiezen en sensationele artikels schrijven over ‘de islam’. Men vermeldt nergens dat de meeste terroristische aanslagen in onder andere de VS gepleegd werden door white supremacists.

In het Westen worden moslims steeds minder als mensen beschouwd, en men vraagt ze steeds meer om hun menselijkheid voor ons te bewijzen. ‘Distantieer je van de terroristen.’ ‘Bewijs dat jij wél een redelijke moslim bent.’ ‘Toon hoe geïntegreerd je bent!’ – ‘En anders moet je terug naar je land.’

Er heerst een blinde haat tegenover ‘moslims’ en ‘de islam’, ook al weet men eigenlijk niet goed wie nu ‘een moslim’ is, en wat ‘de islam’ juist inhoudt. Men haat een hele groep mensen op basis van enkele tekens, kenmerken, irrationeel en zonder gegronde redenen. En de christen met Marokkaanse roots en een lange baard wordt met dezelfde intensiteit gehaat als de bruine gladgeschoren Egyptische moslim – en dan rijst de vraag: wie is ‘moslim’? En gaat het écht om ‘de islam’?

Laten we een eerlijk gesprek hebben over deze zaken. Laten we kijken naar hoe onze maatschappij gebouwd is op de onderdrukking van bepaalde bevolkingsgroepen. Laten we alle structurele manieren waarop moslims onderdrukt worden – discriminatie op de woonmarkt, op de arbeidsmarkt (vooral voor vrouwen met een hoofddoek), op school – bespreken. Laten we praten over alle islamofobe moppen waarmee we lachen omdat het ‘slechts moppen zijn’ en over alle islamofobe uitspraken die we tolereren van mensen die ‘niet beter weten’.

We moeten de moslims uit onze maatschappij, onze medeburgers, niet alleen steunen bij aanslagen, we moeten hen beschermen en moslimhaat actief bestrijden.

Laten we dus eerlijk kijken naar hoe we de onderdrukking van moslims in stand houden, en laten we die onderdrukking en haat wegwerken zodat we nooit meer thoughts and prayers moeten opsturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.