Vrijdag 24/05/2019

Uitkijkpost

Beste Willem-Frederik Schiltz, één concept is u tot dusver ontglipt

Beeld Studio Caro

Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week.

Beste Willem-Frederik Schiltz

U zult allicht zelf schroomvallig beamen dat we u bezwaarlijk de (m) of (v), laat staan de (x) van de week kunnen noemen. Er viel van uwentwege de voorbije dagen niet meteen een heldendaad of gedenkwaardig wapenfeit te noteren. Toch prijkt u vandaag in volle glorie op de plek die normaal gesproken voorbehouden is voor toppers van Wetstraat of entertainmentindustrie. Zulks is het gevolg van een samenloop van omstandigheden.

Om te beginnen was het voor u nu of nooit. Als ik had moeten wachten tot u ooit écht de (m/v/x) van de week bent, dan zou het er nooit van gekomen zijn. U moet rekenen: over 13 jaar ben ik pensioengerechtigd, en de kans is groot dat de hoofdredactie al lang vóór dat moment genoeg zal hebben van dat cassante toontje in de weekendkrant.

Voorts was het ook – u zult mij de krachtterm willen vergeven – een echte kloteweek. Eerst viel een radiocollega zomaar ineens dood. Daarna werd een jonge vrouw van haar fiets gesleurd, aangerand en vermoord. Die persoonlijke tragedies hebben mij zwaar van mijn stuk gebracht. Ik wilde er wel over schrijven, maar mijn pen is niet bij machte om iets toe te voegen aan de golf van verslagenheid en boosheid die over ons heen rolt. Bij zoveel verdriet ben ik alleen in staat om stil te zijn en voor mij uit te staren.

Of wacht, heel eventjes heb ik overwogen om een brief te schrijven aan Tom Van Grieken van Vlaams Belang, die de moord op Julie Van Espen een hele week voor eigen politiek gewin heeft uitgebuit. Hij kondigde zelfs aan dat hij zondag ‘als burger’ zal meelopen in de mars voor Julie en tegen seksueel geweld, in Antwerpen. Een ronduit crapuleus plan, maar om hem daarom nu te trakteren op een stukje in de krant? Nee. Wie geen fatsoen kent, zal toch nooit inzien dat politici zondag moeten wégblijven van die mars – soms is die fameuze kloof tussen burger en politiek erg nuttig en noodzakelijk.

Koude douche, sterke koffie

Dat brengt mij naadloos bij het onderwerp dat ik met u wil aansnijden. De verkiezingen. Op zoek naar minder emotie en meer inhoud stootte ik deze week op het filmpje waarin u alle collega’s oproept om een ‘klimaatverbond’ te ondertekenen, waarin ze beloven om ‘over alle partijen heen’ samen te werken, met de input van alle ‘experts’ en – jawel – een ‘participatietraject’ met de burger. Want, zo zegt u, ik citeer: “Klimaat is te belangrijk om over te laten aan de campagnestrijd.”

Eerst dacht ik: hola, dat heb ik vast verkeerd begrepen. Ik begaf mij naar de badkamer, stak mijn hoofd even onder een ijskoude douche en ging weer aan mijn bureau zitten om te luisteren. Maar ik hoorde hetzelfde: “Klimaat is te belangrijk om over te laten aan de campagnestrijd.” Voor alle zekerheid begaf ik mij naar de keuken, zette een paar koppen ijzersterke koffie, maar ook toen ik stijf van de cafeïne tegen het plafond kleefde, hoorde ik het nog altijd: “Klimaat is te belangrijk om over te laten aan de campagnestrijd.” Plots stond mijn diagnose vast: hij méént het, de heer Schiltz heeft mijn hulp nodig.

Op zich is dat vreemd. U bent als sinds 2007 vertegenwoordiger des volks. U zou dus op de hoogte mogen zijn van het politieke ABC. Maar kennelijk is één concept u tot dusver toch ontglipt. Eén centrale term, die de sokkel vormt van het systeem waarin wij leven. Eén eenvoudig en efficiënt idee waaraan wij zowat alles te danken hebben. Raad eens! Ik wacht wel even. U hebt geen idee? Oké, ik zal het u verklappen: democratie. Voor de man van ‘experts’ en ‘participatietrajecten’ is het wellicht even schrikken, maar wij leven dus in wat men in het vakjargon een ‘democratie’ noemt.

De essentie van democratie

U moet daar te gepasten tijde maar eens een boek over lezen – gewoon doen! – maar het werkt als volgt: verschillende partijen doen voorstellen over allerlei onderwerpen, daar wordt dan over gediscussieerd, en daarna mag elke burger gaan stemmen. De partijen die vervolgens een meerderheid kunnen vormen, krijgen het voor het zeggen. Knap, hè? Het betekent dus dat een politicus die zegt dat onderwerp X of Y ‘te belangrijk is om over te laten aan de campagnestrijd’ eigenlijk zegt dat de democratie hem worst zal wezen – de campagnestrijd is namelijk de esséntie van de democratie.

Maar troost u. U bent niet de enige die aan het dolen is. Behalve door de lotinglobby van David Van Reybrouck en de deliberatiedictatuur van Manu Claeys, wordt de democratie vandaag ook verkeerd begrepen door commentatoren die graag minnetjes doen over de verkiezingsstrijd, die – blasé en geeuwend – zouden willen ‘dat het al 26 mei was’, en die de Wetstraat maar een soort speelplein vinden, ofschoon ze zelf professioneel nog nooit een deuk in een pakje boter hebben geslagen.

Het is een rijke en boeiende campagne, mijnheer Schiltz. Er zijn héél veel thema’s die te belangrijk zijn om níét in de campagnestrijd te gooien. U zou kunnen overwegen om aan dat proces alsnog deel te nemen. Of hebt u geen goesting?

Liberale groetjes

Joël De Ceulaer

Joël De Ceulaer Beeld Eric de Mildt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.