Vrijdag 13/12/2019

Uitkijkpost

Beste Maike Wijnants, u zou Francken en Van Langenhove over de knie moeten leggen

Beeld Studio Caro

Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week.

Beste Maike Wijnants

Ik draag al meer dan tien jaar met grote regelmaat een hoed, maar mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik deze week zeker een exemplaar hebben gekocht – al was het alleen maar om hem voor u te kunnen afdoen, met een nederige en dankbare buiging namens alle mensen voor wie u voortaan een stichtend voorbeeld bent. Ik zou vandaag de hele krant kunnen vullen met woorden van hulde en bewondering. Uw reactie na de brand in het asielcentrum naast uw deur getuigde van zeldzame klasse.

Het beeld staat al dagen op mijn netvlies gebrand: hoe u zondag om twintig over elf ’s avonds werd wakker gebeld en – liefdevol uitgedost in de pyjama van uw overleden man – door het venster zag dat uw Ark van Noé in lichterlaaie stond. Het gewezen rusthuis, waarvan u altijd de leiding hebt gehad, zal straks onderdak bieden aan 140 asielzoekers, van wie een aantal met fysieke beperkingen kampt. Vandaar de keuze voor deze locatie: zo is het gebouw onder meer aangepast voor rolstoelgebruikers. U hebt op verzoek van Fedasil en het Rode Kruis dan ook besloten om het voor dat nobele doel te verhuren. U zou het gebouw evengoed kunnen verkopen om het geld te verbrassen tijdens een cruise naar de Caraïben, maar u doet liever iets voor uw medemens – zelfs als u zich zo de haat en bagger van extremisten op de hals haalt. In Het Nieuwsblad las ik dat het motto van uw Ark luidt: ‘Het is liefde, niet haat en wraak die deze wereld bewoonbaar maken.’

Daad van verzet

Dat klinkt zo melig dat ik er in normale omstandigheden eens krachtig bij zou geeuwen, maar in het huidige klimaat is zo’n houding niet minder dan een daad van verzet. U bent, om mijn goede collega Hugo Camps te citeren, ‘de voorhamer van ons geweten’. U beukt ons met de glimlach wakker. De jeugd van tegenwoordig doet weleens geringschattend over de ouderen onder ons, maar u doet hen met uw 79 lentes allemaal de broek af.

U bent een heldin en blijft op koers, ook na de brand. “Natuurlijk gaan we hiermee door”, zei u nog in de krant. “Op 25 december vier ik mijn tachtigste verjaardag. In februari zal ik mijn feestje houden, mét champagne voor alle asielzoekers. Of denk je dat ik mij laat tegenhouden door onverdraagzame haatzaaiers. Dan kennen ze mij nog niet.” Die ene uitspraak van u weegt even zwaar als het metersdikke archief aan opiniestukken tegen haat en racisme van de voorbije dertig jaar. Daden zijn sterker dan woorden.

Helden zijn spelden

Na de oorlog – dat weet iedereen – is het gemakkelijk om de verzetsheld uit te hangen. Maar wie van ons kan met stelligheid te beweren dat hij dat ook écht zou durven? Wie Kinderen van de collaboratie zag, kan nooit uitsluiten dat hij in dezelfde omstandigheden misschien hetzelfde had gedaan. Wie Kinderen van het verzet ziet, beseft verduiveld goed dat het moed en stalen zenuwen vergt om jezelf en je familie zo op het spel te zetten. De vraag is niet: wie heult er mee? De interessante vraag is: wie heult er níét mee? Lafaards genoeg, het zijn altijd de helden die de spelden in de hooiberg zijn.

Ook vandaag. Het is geen oorlog, maar het klimaat verhit. Niet alleen uiterst rechts, ook centrumrechts, centrumtsjeef en centrumlinks pompen met de blaasbalg van de haat en hitsen de gemoederen op. Iedereen heeft het over een ‘asielcrisis’, terwijl haast niemand van ons ooit een asielzoeker van dichtbij heeft gezien. We worden zogezegd ‘overspoeld’ en ‘overrompeld’ door een ‘instroom’ die we ‘niet onder controle’ hebben, terwijl dit land beschamend weinig doet om die mensen te helpen. Het oordeel van de geschiedenis zal ons ooit met de voorhamer verbrijzelen.

Op de blote poep

U bent een ‘bleiter’, las ik. Maar na de brandstichting, een vorm van uit de hand gelopen burgerparticipatie zeg maar, hebt u niet gehuild. U bent kwaad en onverzettelijk. Ik vind dat u die boosheid zou moeten kunnen omzetten in een nuttig gebaar, door – ik zeg maar wat – Dries Van Langenhove en Theo Francken eens over de knie leggen en op hun blote poep te kletsen. Of een andere politicus naar keuze, want in de politiek zijn de dapperen van geest dun gezaaid. Denk maar aan wat Walter De Donder, kandidaat-voorzitter bij CD&V en kabouter in bijberoep, onlangs tweette. Dat hij de herder wil zijn die áchter zijn kudde loopt, in plaats van ervóór. Waar de kudde precies loopt maakt niets uit, voegde hij daaraan toe, zolang iedereen maar bij elkaar blijft. Tegen zoveel onzin valt niet meer op te schertsen. Wat hij even vergeet: een genocidaire kudde blijft óók bij elkaar.

Wat mij eraan doet denken – ik wil uw oude dag niet nodeloos druk maken, dus ik hoop dat u mij de vraag vergeeft, maar: wanneer bent ú ergens verkiesbaar? Van mij mag u zo de Kamer in. Ik hoop in elk geval dat we uw stem nog lang en vaak mogen horen. Het ga u goed, mevrouw. Bij dezen wil ik al onze lezers verzoeken om zaterdagmiddag om 12 uur stipt allemaal een minuut lang voor u applaudisseren.

Ik hoop dat u het tot in Bilzen kunt horen.

Hoogachtend

Joël De Ceulaer, senior writer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234