Donderdag 29/10/2020

UitkijkpostJoël De Ceulaer

Beste Kristof Calvo, ik slaagde er niet in om mededogen met u te hebben

Beeld Studio Caro

Elk weekend schrijft Joël De Ceulaer een boze, bezorgde of blije brief aan de (m/v/x) van de week. Hier kunt u die brief lezen of beluisteren.

Beste Kristof Calvo

Onze goede vriend William Shakespeare wist het al. Er is maar één pertinente vraag op deze aardkloot die er werkelijk toe doet –
to be or not to be, te zijn of niet te zijn. Dát is de kwestie waarover zovelen onder ons elke dag de hersens uit het hoofd piekeren. Zou het niet wenselijker en makkelijker zijn om gewoon níét te bestaan, in plaats van aldoor – hoe nobel dat ook is – te moeten lijden en zuchten onder de gesels waarmee het wrede lot ons onophoudelijk afranselt. Is het niet beter om nooit ter aarde gekomen te zijn – of weg te zinken in een eeuwige slaap, al zouden ook de nachtmerries niet van de poes zijn. Wat is de betekenis van dit leven, mijnheer Calvo, als het zo genadeloos kan zijn?

Ga maar na. De veelheid aan kwellingen die de kosmos voor ons in petto heeft, is schier eindeloos. Dat begint bij de muggenbeet en de verstuikte teen. De plotse regenbui op een moment dat men geen paraplu of plastic zakje bij de hand heeft. De lege rol toiletpapier. De stijve nek. Het paswoord waar je niet meer kunt opkomen. Dan zijn er natuurlijk ook nog het liefdesverdriet, de indigestie, de aft en de koortslip, het dak dat lekt, het slechte rapport, de slijpschijf van de buurman, de laatste trein die vlak voor je neus vertrekt. En het kan altijd erger, zo leert een snelle blik in de krant. Er zitten onschuldige mensen in de cel, er worden aan de lopende band meisjes seksueel verminkt, er zitten moslims in concentratiekampen – de diepte van het wereldleed is met geen pen te meten. Er zijn mannen wier kinderen voor hun ogen worden vermoord, waarna hun vrouwen worden verkracht en zij zelf langzaam en totterdood worden gemarteld. O ja, en dan zijn er nog mensen die geen minister worden ofschoon ze dat dolgraag hadden gewild.

In de rouw

Dat laatste tegenslagje kreeg u deze week te verduren. Ik maak er een verkleinwoordje van, omdat ik er niet in slaagde om veel mededogen met u te hebben. Ik heb het oprecht geprobeerd, maar mijn gemoed bleef onaangeroerd, het hart bleef een koelkast, de ooghoeken bleven droog. Zulks in scherp contrast met de golf van treurigheid die de Vlaamse media overspoelde – het leek wel alsof Vlaanderen collectief in de rouw ging. Er was u, zo viel te lezen, groot onrecht aangedaan. U, Kristof Calvo, en niet Petra De Sutter, had federaal vicepremier moeten worden voor Groen. Een collega van de populairdere pers had er zelfs een psychotherapeut bij gehaald, om na te gaan welke mogelijke schade op lange termijn u hieraan zou kunnen overhouden.

Ik las het allemaal met stijgende verbazing en dacht maar één ding: stop met zeuren en ga aan de slag. Guy Verhofstadt heeft jaren door de woestijn getrokken voor hij premier werd. Frank Vandenbroucke heeft omwille van Agusta ooit ontslag moeten nemen als minister, en heeft vele jaren later de facto ontslag gekregen van Caroline Gennez. In een tweet van Rik Van Cauwelaert las ik dat zelfs de grote Gaston Eyskens ook weleens geen minister werd en dan gewoon deed wat van hem verwacht werd: pak aan, das recht en aan het werk in de Kamer! Zoals dat potverdorie hoort. Wat is dat tegenwoordig toch met die millennials, zeg? De ene zeurt omdat hij wegens corona een paar maanden niet zat in de kroeg kan hangen, de andere denkt dat zijn leven voorbij is omdat hij even niet op Erasmus kan, en u krijgt een identiteitscrisis omdat u geen minister wordt.

Glad gespin

Het leven, mijnheer Calvo, is geen ponykamp waarbij de mama je elke avond om vijf uur komt afhalen. Het leven kan een bitch zijn. Als u er na 33 jaar voorlopig vanaf komt met een gemist ministerschap, dan hoort u niet te klagen, maar volop de polonaise te dansen – ware het niet dat de coronamaatregelen zulks momenteel bemoeilijken.

Waar u ook mee mag ophouden, is dat gladde gespin. Velen hadden deze week de indruk dat u een mes in de rug hebt gekregen van uw voorzitster Meyrem Almaci, als betrof het een van de betere afrekeningen uit het oeuvre van Shakespeare. Maar ik ben na een paar welgemikte telefoontjes tot de conclusie gekomen dat die versie van de feiten niet klopt. In andere partijen zou Almaci almachtig zijn, bij Groen niet. Het is niet Almaci die Tinne Van der Straeten en Petra De Sutter minister heeft gemaakt, het is de partijbasis die dat heeft gedaan, na een zogenaamde, in het groene jargon, ‘draagvlaktoets’ – terecht, lijkt mij: wat Frank Vandenbroucke is voor de sp.a, is De Sutter voor Groen. En sterker nog: u wíst ruim van tevoren dat u na die basisdemocratische bevraging geen favoriet was. U hebt dus wel degelijk de tijd gekregen om u neer te leggen bij wat komen moest.

Dat brengt mij bij een vraag waar u de komende jaren op mag kauwen: bent u niet de man van de politieke vernieuwing, van de gelote panels en andere frivole stuntjes die moeten doorgaan voor basisdemocratie en burgerparticipatie? Die onzin staat zelfs in het regeerakkoord. Welnu, dan hebt u dus gekregen wat u wilde.

Moedig voorwaarts!

Joël De Ceulaer, senior writer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234