Zaterdag 06/03/2021

Meningen

Belgische kinderen in Syrië horen niet te boeten voor de schuld van hun ouders

Vermeende vrouwen van IS-strijders en hun kinderen in Noord-Oost Syrië, op 21 december dit jaar. Beeld AFP
Vermeende vrouwen van IS-strijders en hun kinderen in Noord-Oost Syrië, op 21 december dit jaar.Beeld AFP

Marijke Van Buggenhout en Els Dumortier zijn verbonden aan de VUB, Nadia Fadil aan de KU Leuven. Deze bijdrage komt uit het boek ‘Migratie, gelijkheid en racisme: 44 opinies’.

België repatrieerde afgelopen weekend een kind van 9 jaar uit een kamp in Syrië (DM 26/12). De moeder stond het kind af en blijft zelf in het kamp. Eerder deze maand haalden Duitsland en Finland 18 kinderen én 5 moeders terug uit Syrische kampen.

Sinds 2017 woedt er een verhitte discussie over het recht op terugkeer van deze kinderen van Europese IS-strijders en -militanten. Verschillende Europese regeringen stellen dat die kinderen niet gestraft horen te worden voor de fouten van hun ouders en dat ze het recht hebben om terug te keren. Toch blijkt uit de praktijk dat de meeste Europese lidstaten, waaronder België, niets doen en actie al jarenlang uitstellen.

Nochtans leek België het goede voorbeeld te geven. Ons land was bij de eerste EU-landen die in 2017 aangaven al het mogelijke te willen doen om kinderen tot de leeftijd van 10 jaar uit Syrië terug te halen. Terecht, want volgens normen van strafrecht, jeugdrecht en internationale mensen- en kinderrechten kunnen kinderen niet verantwoordelijk gesteld worden voor de daden van hun ouders. In de praktijk nam België bitter weinig actie en nam het beslissingen die de fundamentele rechten van kinderen schonden. Want de terugkeer van alle kinderen blijft een heikele kwestie.

Andere strategie

Die houding heeft veel te maken met de immense weerstand voor een mogelijke terugkeer van hun ouders. In het Verdrag voor de Rechten van het Kind staat namelijk dat de persoonlijke relatie tussen een kind en een ouder onvervreemdbaar is. Een repatriëring van de kinderen zou dus, volgens deze verdragen, ook een repatriëring van de ouders betekenen. De laatste jaren heeft de Belgische overheid, middels het middenveld, diplomatieke bemiddeling en diverse rechtszaken, een andere strategie naar voor geschoven: een repatriëring van de kinderen zonder de moeders. Moeders in de kampen werden herhaaldelijk gecontacteerd om hun kinderen ‘vrijwillig’ af te staan – hoewel dit indruist tegen een aantal fundamentele psychosociale en juridische principes.

De repatriëring van de kinderen en de moeders is de enige duurzame optie en strategie. Een belangrijke reden is onze veiligheid. Verschillende experts wijzen erop dat een gecontroleerde repatriëring te verkiezen is boven de huidige situatie waarin vrouwen en kinderen via mensensmokkelaars ontsnappen. De meesten steken op die manier de grens met Turkije over, om zo naar België te worden gerepatrieerd. In 2020 werden op die manier vier vrouwen en kinderen naar België teruggebracht. Tegelijk zijn er echter ook vrouwen die de oversteek naar Turkije niet aangaan, maar gewoon verdwijnen. Hierdoor ontstaan situaties waarbij de Belgische overheid geen grip heeft over de toestand.

Geen rechten

Bovendien is er een toenemende erosie van de meest elementaire basisprincipes van de mensenrechten en burgerrechten. Het gaat om een door de overheid gecreëerde uitzonderingstoestand (state of exception): men ontzegt burgers die gelinkt worden aan terrorisme hun burgerrechten, zoals het recht op een eerlijk proces en een behoorlijke rechtsgang. De ouders worden gezien als publieke vijanden en hun burgerrechten worden ter discussie gesteld. Hoewel deze volwassenen veroordeeld zijn door Belgische rechtbanken, wordt hen de mogelijkheid niet geboden om hun straf in België uit te zitten, maar worden ze veroordeeld tot een permanente opsluiting in wat de Britse mensenrechtenorganisatie Rights and Security International in een recent rapport omschreef als de Europese Guantanamo. De hevige tegenstand van de meeste Europese staten tegen een repatriëring en vervolging op hun eigen grondgebied (en het feit dat in verschillende gevallen hun nationaliteit ingetrokken is) wijzen op die internationale tendens om een rem te zetten op de mensen- en burgerrechten als het om terreurmisdaden gaat.

De conclusie is dat in realiteit die kinderen wél boeten voor de schuld van hun ouders. Niet omdat ze zelf terreurdaden hebben gepleegd, maar simpelweg omdat ze de kinderen zijn van ouders die dat deden. België ontneemt hen hiermee bijna elk denkbaar recht: hun recht op onderwijs, gezondheidszorg, bescherming en burgerschap. En – door ze in erg gevaarlijke omstandigheden te laten zitten – zelfs hun recht op leven.

Migratie, gelijkheid en racisme: 44 opinies, samengesteld door Ilke Adam, Tundé Adefioye, Serena D’Agostino, Nick Schuermans & Florian Trauner, verschijnt in januari bij VUBPRESS.

België ontneemt deze kinderen bijna elk denkbaar recht, zelfs het recht op leven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234