Donderdag 22/08/2019

Passie van Devos

België lijkt een grotere invloed op N-VA te hebben dan omgekeerd

Carl Devos Beeld Bob Van Mol

De politieke actualiteit volgens UGent-politicoloog en De Morgen-columnist Carl Devos.

De Rode Duivels zorgen voor verbondenheid en trots. De versterking van de Belgische identiteit en legitimiteit waarvoor zij nu zorgen, verzinkt in het niets vergeleken met de legitimering van België door N-VA. Wie overmorgen naar de Vlaamse feestdag trekt, zal veel nationale driekleur passeren, maar voor die feestvierders is de manier waarop het pragmatisme van N-VA het Belgisch bestel versterkt zorgwekkender. België lijkt een grotere invloed op N-VA te hebben dan omgekeerd.

De keuze van N-VA in 2014, die ze in 2019 herhaalt als de gelegenheid zich aandient, om in een regering te stappen zonder staatshervorming, is begrijpelijk. N-VA is een jonge, wendbare partij die de kern van haar programma wel opzij kan zetten. Alsof Open Vld in een regering stapt onder de afspraak om het vijf jaar niet over lagere belastingen of een kleinere staat te hebben of de socialisten zouden beloven vijf jaar over de sociale zekerheid te zwijgen. N-VA heeft daar een goed argument voor, het Vlaams-nationalisme was altijd maar een deeltje van het geheel: staatshervorming is middel, beleid het doel. De staatsstructuur moet het beleid mogelijk maken dat de Vlamingen willen. Zo kan N-VA straks nog eens vijf jaar in Michel II. Als N-VA haar ‘droomcoalitie’ evenwel niet krijgt, wil ze confederalisme.

Fabriek België

Blijkbaar is de fabriek België wel in staat om de gewenste beleidsproducten af te leveren als N-VA achter de knoppen zit. N-VA heeft de critici bewezen dat België werkt. Als N-VA niet mag meedoen, zou het Belgisch model plots niet meer werken. Dat ligt dus niet zozeer aan het model zelf, maar aan de positie van N-VA daarin. België kan volgens N-VA, als die door haar coalitie bestuurd wordt, niet meer als er een andere democratische meerderheid is. Het lijkt alsof N-VA meer last heeft met democratie dan met België.

Er is nog een probleem. N-VA bestuurt in Vlaanderen sinds 2004, federaal sinds 2014. Sinds 2010 is ze de grootste partij. Vroeger verdedigde ze zich tegen kritiek op bepaalde beslissingen of praktijken met de repliek dat ze nu eenmaal de grootste moest worden om voldoende op het beleid te wegen. N-VA is de grootste en zou dus moeten domineren. Michel I is de droomcoalitie van N-VA, die als geen ander de Vlaamse grondstroom in beleid kan omzetten. Maar wat blijkt, na vier jaar Michel I?

Dat het nogal tegenvalt met die hervormingskracht. Kijk naar de beschamende begrotingsdiscussie: hoewel Michel I dringend moet besparen komen partijen met hun verlanglijstjes, een typisch fenomeen in aanloop naar verkiezingen. Hoewel N-VA aanklaagt dat de ‘dash’ weg is, legt ook zij geen besparingsvoorstellen op de publieke tafel. Wel voorstellen om geld uit te geven.

Blijkbaar is er onder Vlamingen veel minder eensgezindheid dan die grondstroomgedachte suggereert. De miserie van Michel I is voor dik 90 procent het gevolg van ruzies onder Vlamingen. Niets garandeert dat er in dat confederalisme plots grote Vlaamse eensgezindheid zou ontstaan. Alsof Vlamingen hetzelfde willen omdat ze Vlaming zijn.

Communautaire stilstand

Maar van staatshervorming is in de verste verte geen sprake. Het Vlinderakkoord werd gesloten in 2011, wellicht start in 2019 Michel II onder dezelfde afspraak: communautaire stilstand, en stilte. Dat laatste is nog vervelender dan het eerste. Dat wil zeggen dat alvast 13 jaar (tot 2024) niet ernstig over staatshervorming nagedacht wordt. Veel kiezers en verkozenen zullen dat denken verleren. Zij missen elke verbondenheid met die Vlaamse strijd, die overmorgen lippendienst bewezen wordt. Niet dat er geen staatkundige problemen meer zijn.

N-VA verdedigt de Vlaamse identiteit en ziet migratie en islam nu als de grote bedreigingen, eerder dan de Franstaligen. Daarvoor bestaan argumenten, al is er veel overdrijving. Maar over de wraakroepende manier waarop de lokale besturen in Brussel de taalwetgeving bewust overtreden en daarvoor niet gestraft worden, blijft het verpletterend stil. De Brusselse Franstaligen vegen hun voeten aan de taalwetten, elke Vlaams-nationale partij zou daartegen in elke regering waarin ze zit, een opstand moeten organiseren. Niets daarvan. Het Vlaams Parlement gaat liever uit het glazen dak als in Brussel het anti-blokkeringssysteem in het decumul-dossier wordt bovengehaald. 

Dat ABS maakt vanaf 2001 mogelijk dat voor bepaalde beslissingen niet langer een dubbele meerderheid nodig is, maar dat in een tweede stemming naast een meerderheid een derde van de stemmen in elke taalgroep volstaat. Zo kan de Franstalige meerderheid in het Brussels parlement met sp.a en Groen de decumul doorvoeren. Perfect volgens de regels die de paars-groene staatshervormers van 2001 maakten. Michel I voert ook beleid voor alle Belgen, hoewel er maar één Franstalige partij meebestuurt. Al is het een zeer gevaarlijke piste dat Vlamingen die ABS toelaten, Franstaligen zullen er in de toekomst graag gebruik van maken. En zoals gesteld, ze trekken zich niets aan van federale taalwetten.

Misschien moet men op die 11 juli-toespraken gewoon zeggen dat de strijd voorbij is, gezien quasi niemand die nog voert? Dat zou oprechter zijn dan de dure verklaringen die voorzien zijn. 11 juli lijkt stilaan een uitgedoofd ceremonieel relict. Er zit meer zelfbewustzijn en strijdvaardigheid in de Rode Duivels of de Gay Pride Parade dan in de Vlaamse beweging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden