Dinsdag 18/06/2019

Opinie

België is kampioen in baanloze gezinnen. Wat nu?

Een stempelkantoor in Brussel. Beeld Yann Bertrand

Frank Vandenbroucke is hoogleraar sociaal beleid aan de Universiteit van Amsterdam

Tijdens de regering Michel is België toch in één discipline Europees kampioen geworden: hoeveel kinderen leven in een gezin waarvan de volwassenen niet aan het werk zijn? Nergens ligt dat cijfer nu hoger dan bij ons. We weten waarom veel Belgische kinderen opgroeien in armoede: veel kinderen leven in baanloze gezinnen; en de financiële bescherming van deze baanloze gezinnen is onvoldoende. Landen die het beter doen, kloppen ons op beide fronten: minder baanloze gezinnen; en gezinnen zonder werk zijn financieel beter beschermd. Wat moeten we doen?

Mijn goede collega Stijn Baert (UGent) herhaalt in een eerste reactie meteen zijn pleidooi om de werkloosheidsuitkeringen degressief te maken in de tijd. Een publicatie in het gezaghebbende American Economic Review ondermijnt de stelligheid waarmee Baert dit geloof voortdurend herhaalt. Als je een bestaand budget voor werkloosheidsuitkeringen herschikt, met hogere uitkeringen in het begin en lagere uitkeringen na enige tijd, dan wordt de prikkel om aan het werk te gaan minder effectief en de kwaliteit van de uitkeringen als instrument tegen armoede neemt af. Waarom legt Baert dergelijk onderzoek naast zich neer? Is het concrete onderzoek niet relevant voor België, zo ja, waarom? Is de econometrie fout? Nooit krijgen we daar uitleg over.

Frank Vandenbroucke. Beeld BELGA

De reactie van Ive Marx (UA) is al even onbevredigend. Misschien dwingt een interview om kort door de bocht te gaan, maar de lezer krijgt de indruk dat extra jobs creëren naast de kwestie is, als het gaat om armoede. Ik citeer: “De realiteit is dat extra jobs creëren deze problematiek nooit kan oplossen. Dat weten en zeggen we al jaren. Elke ernstige onderzoeker zal zeggen dat het zo niet werkt. Gewoon jobs creëren haalt de armoede niet naar beneden.” De verklaring daarvoor, aldus Marx, is dat de nieuwe banen niet terechtkomen bij jobloze gezinnen. 

De beslistheid waarmee gezegd wordt dat er geen band is tussen succesvol werkgelegenheidsbeleid en het bestrijden van armoede is vreemd. Om te beginnen kan je niet buiten een algemene observatie: bekijk alle Europese landen samen, en je ziet een verband: een hoge werkgelegenheidsgraad correleert met lage armoede. Zo’n correlatie levert natuurlijk nog geen beleidsrecept op.

Maar los van deze algemene vaststelling blijkt dat Belgische kinderen in armoede een uitzonderlijk profiel hebben: meer dan in andere landen gaat het om kinderen in baanloze gezinnen. Een rapport voor de Koning Boudewijnstichting beschrijft deze Belgische bijzonderheid uitvoerig. Dus moet men zich toch afvragen of het specifieke Belgische probleem niet voor een deel te wijten is aan de combinatie van twee kwalen: gebrek aan werk, en een scheve verdeling van het werk over de gezinnen.

Megafoon

Dat het werk in België scheef verdeeld is over de gezinnen is geen mysterieuze fataliteit, alhoewel de reactie van Ive Marx misschien ongewild zo klinkt. In onderzoek met Vincent Corluy heb ik getoond hoe de scheve verdeling van werk over huishoudens samenhangt met de manier waarop het werk verdeeld is over individuen. 

Laaggeschoolde mensen, mensen van vreemde afkomst, ouderen en inwoners van welbepaalde regio’s hebben véél minder kans om aan het werk te zijn dan hooggeschoolden, mensen van Belgische afkomst, jongeren en inwoners van andere regio’s. Vermits volwassenen in gezinnen dikwijls een gelijkaardig profiel hebben inzake scholing, afkomst en leeftijd, en per definitie inwoner zijn van dezelfde regio, versterkt gezinsvorming deze kloof. 

De vorming van huishoudens zet als het ware een megafoon bij het gebrek aan werk dat eigen is aan de Belgische arbeidsmarkt. Mensen met zwakke individuele profielen vormen superzwakke huishoudens, mensen met sterke profielen vormen supersterke huishoudens (waarbij woonplaats een onderdeel is van het individuele profiel). 

En dus moeten we het hebben over de maatregelen die nodig zijn om de tewerkstellingskansen van deze groepen te verhogen: een bijkomende taxshift, die zowel de loonkost verlaagt voor mensen die laaggeschoold zijn als hun netto-inkomen verhoogt, maar die wel rechtvaardig gefinancierd wordt; krachtige en gerichte activering; zware investeringen in kinderopvang; bijkomende impulsen in de sociale economie; een zekere arbeidsmarktflexibiliteit maar geen flexi-jobs, want die helpen baanloze gezinnen volstrekt niet… En betere uitkeringen voor wie geen werk heeft. Een en ander staat netjes opgesomd in het rapport van de Koning Boudewijnstichting. De vraag is of politieke partijen er een prioriteit van willen maken, of niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden