Maandag 24/01/2022

Opinie

Bedachtzaam bekeren, hoe doe je dat?

null Beeld Kees van de Veen/Hollandse Hoogte
Beeld Kees van de Veen/Hollandse Hoogte

Jurgen Slembrouck Vrijzinnige dienst, Universiteit Antwerpen en auteur van de open brief 'Aan het loket hoort God noch partij'.

Jurgen Slembrouck

Het GO! acht een recent arrest van de Raad van State over het dragen van een hoofddoek door een lerares islamitische godsdienst, enkel van toepassing op een specifieke school in Maldegem. Jogchum Vrielink en Johan Lievens hekelen die interpretatie in hun opiniestuk "Wanneer gaat het gemeenschapsonderwijs de Grondwet leren respecteren?" (de morgen 05/02/2016). Hoe de juridische reikwijdte van het arrest moet worden ingeschat is voor juristen allicht interessant maar eigenlijk naast de kwestie. Veel problematischer is het feit dat het arrest de neutraliteit van het officieel onderwijs ondergraaft.

Die neutraliteit manifesteert zich volgens de grondwet op twee manieren. Enerzijds moeten "scholen ingericht door openbare besturen, tot het einde van de leerplicht, de keuze aanbieden tussen onderricht in een der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer". Anderzijds betekent neutraliteit ook "eerbied voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen". Die eerbied vertaalt zich op het terrein als volgt: leerlingen worden op school niet geconfronteerd met levensbeschouwelijke symbolen. Dit is de zogenaamde negatieve godsdienstvrijheid. In de officiële school hangt er dus geen kruisbeeld in de klas en leerkrachten die een algemeen vak geven, mogen bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen. Het is begrijpelijk dat de Raad van State een uitzondering maakt voor de levensbeschouwelijke leerkrachten. Het is evident dat wanneer zij levensbeschouwelijk onderwijs geven, zij wel het recht hebben om levensbeschouwelijk herkenbaar te zijn en dat op dat moment ook de leerlingen het recht hebben om bijvoorbeeld een hoofddoek of een keppeltje te dragen.

Tot zover geen vuiltje aan de lucht.

Met haar recente arrest zet de Raad van State die logica echter op zijn kop en creëert ze een hellend vlak die de neutraliteit van het officieel onderwijs ernstig aantast. De Raad is immers van mening dat "de taken en opdrachten van de leerkracht allesbehalve strikt beperkt zijn tot wat zich afspeelt tijdens het godsdienstonderricht in het klaslokaal.

Ook buiten de context van zijn lesopdracht kan voor hem een opvoedings- of onderwijssituatie bestaan die aanleiding kan geven tot het - op bedachtzame wijze - doen kennen van zijn persoonlijk engagement." Dus ook op het moment dat de leerkracht geen levensbeschouwelijk onderwijs geeft mag die getuigen van zijn engagement. Waar kunnen we aan denken? Op het moment bijvoorbeeld dat de leerkracht toezicht houdt op de speelplaats of op het moment dat die een zieke leerkracht vervangt. Met andere woorden het gaat over situaties waar zo een leerkracht gezag uitoefent over leerlingen met een andere levensbeschouwelijke overtuiging. Situaties waarvan de Raad van State aanstipt dat er een "opvoedkundige" rol voor de leerkracht is weggelegd.

Negatieve godsdienstvrijheid

Schijnbaar realiseert de Raad zich niet dat "opvoeden" steeds vertrekt vanuit waarden en normen. Zo kan er een associatie ontstaan tussen wat wordt aangeleerd en hoe de leerkracht verschijnt. Concreet? Een leraar met een keppeltje spreekt lesbische leerlingen die op de speelplaats aan het zoenen zijn aan op hun gedrag. Een leraar in djellaba reageert niet op een klacht van een meisje dat beweert door een islamitische jongen te zijn voorgestoken. Het lijken vergezochte voorbeelden maar gelukkig houdt de realiteit ons bij de les. In plaats van de hulpdiensten te contacteren, reciteerde in 2012 een moslimleerkracht koranverzen toen een leerling een epileptische aanval kreeg.

Blijkbaar ziet de Raad van State zelf al de bui hangen. Ze stipuleert namelijk dat het getuigen op een "bedachtzame" manier moet gebeuren maar laat vervolgens wel na om te verduidelijken wat daar precies mee wordt bedoeld. Daar is natuurlijk een goede reden voor: het gaat hier om een louter subjectieve interpretatie van menselijk gedrag waar geen duidelijke lijn in te trekken valt. Is het weigeren van een handdruk aan vrouwelijke leerlingen door een leraar met pots en djellaba "bedachtzaam" of niet? Is een hoofddoek dragen "bedachtzamer" dan een chador? Wie zal dat bepalen? In elk geval niet de directeur van de school want die heeft geen gezag over de levensbeschouwelijke overtuigingen van zijn godsdienstleerkrachten. Die zijn wat dat betreft enkel verantwoording verschuldigd aan de levensbeschouwelijke zuil die hen aanstelt.

De negatieve godsdienstvrijheid, het recht dus om niet in contact te komen met onwelgevallige levensbeschouwelijke symbolen en overtuigingen, is een fundamenteel principe van de liberale rechtstaat en staat centraal in de neutraliteitsopdracht van de officiële school. Door dit arrest wordt dit principe op een ontoelaatbare manier uitgehold. De neutraliteit van de officiële school kan alleen maar worden verzekerd door middel van een objectief criterium: levensbeschouwelijke leerkrachten mogen buiten de les en het klaslokaal, op geen enkele manier van hun levensbeschouwelijke aanhorigheid getuigen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234